bollenstreek_in_bedrijf_opening_vlag_hijsen_08_08_26

Open dag Bollenstreek in Bedrijf trekt ook dit jaar veel bezoekers

Van 10.00 tot 16.00 uur stelden Cultuurtechniek Bollenstreek, Gebr. Hogervorst, E.J. Hogervorst & Zonen, H.H. Duivenvoorden & Zoon, FlowerBoost, Kebra, Van Went & Zn. en Hulstflowers hun deuren open voor het publiek. Het Westeinde was feestelijk aangekleed met vlaggen en bakken gladiolen, waardoor bezoekers eenvoudig hun weg langs de deelnemende bedrijven konden vinden.

Dick Hylkema, voorzitter van Greenport Duin- en Bollenstreek verrichte de officiële opening en hees de vlag.

“Vandaag zijn we allemaal Greenport Duin- en Bollenstreek. Je maakt als bezoeker kennis met een sector die inzet op duurzaamheid. Kijk vandaag eens anders dan je gewend bent, ontdek de sector en de ondernemers die elke dag hun inzet leveren.”

Klaas Hogervorst, directeur E.J. Hogervorst n& Zn., vult aan:

“Er gebeurt veel goeds: afname milieubelasting en Regiocertificering is opgezet, telers zetten zich in voor de verdere verbetering van de biodiversiteit en bevinden we ons in het beroemdste agrarische gebied van de wereld.”

Open gesprek

De open dag bood bezoekers de gelegenheid om rechtstreeks in gesprek te gaan met ondernemers en medewerkers uit de sector. Zij kregen inzicht in de keuzes die dagelijks worden gemaakt op het gebied van teelt, innovatie, duurzaamheid en ondernemerschap. Rondleidingen, demonstraties en presentaties lieten zien hoe traditie en innovatie hand in hand gaan. Bezoekers zagen onder meer hoe drones, cameratechniek en mechanische onkruidbestrijding bijdragen aan een duurzamere teelt.

Meer dan een bedrijfsbezoek

Een bezoek aan de open dag is meer dan een bedrijfsbezoek. Bezoekers leren de mensen achter de bedrijven kennen, hun passie en motivatie om elke dag een mooi product te maken. Naast de bedrijfsbezoeken was er voor jong en oud van alles te beleven. Verschillende organisaties informeerden bezoekers over onder meer waterkwaliteit, regiocertificering, onderwijs en agrarisch natuurbeheer. Ook was er aandacht voor landschap en cultuurhistorie, een imker gaf uitleg over het belang van bijen en bezoekers konden deelnemen aan een speurtocht met quiz. Natuurlijk ontbrak ook het ambachtelijke Bollenstreekijs niet en konden kinderen zich uitleven op het springkussen.

Bollenstreek in Bedrijf voorzitter Piet van der Poel kijkt terug op een geweldige editie:

“Het is mooi om te zien dat Bollenstreek in Bedrijf elk jaar groeit. En steeds meer mensen kennis kunnen laten maken met de agrarische bedrijven in de Duin- en Bollenstreek. Hier ben ik heel trots op .” Hij vervolgt: “Top evenement wat we moeten omarmen.”

Met de open dag wil Bollenstreek in Bedrijf laten zien hoe veelzijdig, innovatief en toekomstgericht de sierteeltsector is. De organisatie hoopt dat bezoekers na afloop niet alleen met mooie indrukken naar huis zijn gegaan, maar ook met meer inzicht in de dagelijkse praktijk, de innovaties in de sector en de maatschappelijke betekenis van de Nederlandse sierteelt.

Over Bollenstreek in Bedrijf

Bollenstreek in Bedrijf is een gezamenlijk initiatief van de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB) en LTO Noord. Met de jaarlijkse open dag wil de organisatie inwoners en bezoekers laten kennismaken met de bedrijven die de Duin- en Bollenstreek nationaal en internationaal op de kaart zetten. De open dag draagt bij aan meer begrip voor de sierteeltsector en laat zien hoeveel kennis, innovatie en ondernemerschap schuilgaan achter de productie van bloemen, bloembollen en vaste planten én de werkzaamheden die daarvoor nodig zijn.

dahlia-in-bloei-voorhout

Nieuwsbrief juli 2026

De nieuwsbrief van juli 2026 is verzonden. Hierin vind je onder andere:

Lees de volledige nieuwsbrief gemakkelijk online.

Elke maand de nieuwsbrief in je mailbox? Meld je aan door op de homepage van onze website het formulier in te vullen.

Bollenstreek-drone-satelliet-greenport-duin-en-bollenstreek

Jaarrapportage 2025 en samenvatting beschikbaar

In 2025 hebben we mooie stappen gezet in de streek. Het Demoveld Bollenstreek en het Ecologisch Proefveld gaan de komende jaren verder; samen leren hoe je groener kunt telen. Dat geldt ook voor Regiocertificering. Dit project heeft inmiddels haar tweede pilotjaar afgesloten. En hoe! Inmiddels doen naast telers van voorjaarbloeiers, ook vaste plantentelers mee en telers van zomerbloeiers. De teller staat op circa 55% van het totale beteelbare sierteeltareaal in de Duin- en Bollenstreek. Zo kunnen we impact
maken.

Dat geldt ook voor de Human Capital Agenda en de Regio Deal Sierteeltregio die vanaf 1 januari 2026 van start zijn gegaan en waar hard aan gewerkt is. De sierteeltsector in de streek staat voor grote transities en de ondernemers zijn bereid die aan te gaan, daarvoor zijn bundeling van krachten, experimenteerruimte en onderzoeks- en leercapaciteit essentieel. Daar kunnen we op deze manier met alle betrokken partijen invulling aan geven. Ruimte is schaars, meervoudige waarde-creatie en inspelen om nieuwe ontwikkelingen (zoals klimaatverandering en maatschappelijke inzichten) zorgen ervoor dat
de het maatschappelijk draagvlak blijft en dat het rendabel (en plezierig!) ondernemen blijft.

Downloads

Foto Hogervorst - illustratie centrale wasplaats

Subsidieaanvraag Centrale wasplaats: gebruikers gezocht

Een praktische stap richting een emissiearm erf en aantoonbaar schoner oppervlaktewater: dat is het idee achter de centrale wasplaats die Erik Hogervorst (Hogervorst Creating Solutions) wil realiseren voor en in de Bollenstreek.

Hiervoor wordt subsidie aangevraagd. De centrale wasplaats wordt alleen gerealiseerd bij voldoende draagvlak. Daarom is er behoefte aan minimaal 15 agrariërs die zich voor een periode van 5 jaar willen verbinden als gebruiker. Daarmee wordt de basis gelegd voor een toekomstbestendige voorziening.

Hoe werkt de centrale wasplaats

Via een centrale wasplaats worden machines zoals veldspuiten worden op één centrale plek gereinigd, waarbij het spoelwater zorgvuldig wordt opgevangen en verwerkt. Zo komen deze stoffen niet in het oppervlaktewater terecht.

De voordelen zijn direct merkbaar:

  • Je werkt mee aan een betere bescherming van waterkwaliteit en biodiversiteit
  • Minder emissies vanaf het erf
  • Kostenvoordeel door gedeeld gebruik van de voorziening
  • Concrete invulling van de ambities binnen Regiocertificering.

Wat houdt deelname in?

  • Gebruiksovereenkomst voor 5 jaar
  • Jaarlijkse bijdrage van €750 (excl. btw)
  • Inclusief drie reinigingsbeurten per jaar voor een veldspuit of een andere machine die in aanraking is geweest met gewasbeschermingsmiddelen.

Deelname inclusief garanties

Met deelname wordt gegarandeerd dat reiniging op een gecontroleerde en verantwoorde manier plaatsvindt, zonder risico op belasting van het oppervlaktewater. Een directe stap richting een emissiearm erf en schoner water in de omgeving.

Sluit je aan en doe mee! reageer voor eind juli

Meer informatie staat in de gebruiksregels en in de gebruiksovereenkomst, welke je vindt op de website van Hogervorst: https://hogervorst.nl/spuittechniek/nieuws/.

Wil je meewerken? Stuur dan de gebruiksovereenkomst uiterlijk eind juli naar Erik Hogervorst. Neem bij vragen of uitleg contact op met Erik Hogervorst: e.hogervorst@hogervorst.nl of 06-536 36 039.

Beeld is ter illustratie en in eigendom van Hogervorst.

Ondertekenende partijen Convenant Gewasbescherming

Plantaardige sectoren ondertekenen hoofdlijnen Convenant Gewasbescherming

Het Hoofdlijnenconvenant Gewasbescherming helpt telers in plantaardige sectoren om hun teelten verder te verduurzamen én biedt hun tegelijkertijd meer rechtszekerheid en langjarig handelingsperspectief. Vanuit die vaststelling hebben BO Akkerbouw, Greenports Nederland, LTO Nederland en NAJK het Hoofdlijnenconvenant op 14 juli ondertekend. Volgens de vier organisaties biedt het convenant voldoende aanknopingspunten om na de zomer, samen met de andere convenantpartners, verder uit te werken. “Onze handtekening staat voor een intentie om te komen tot een akkoord”, zo benadrukt André Hoogendijk, directeur BO Akkerbouw: “Cruciale onderdelen moeten nog verder uitgewerkt worden om het convenant succesvol te laten zijn.”

Telers zijn volgens voorzitter Adri Bom-Lemstra van Greenports Nederland al volop bezig om hun gewasbescherming verder te verduurzamen en de impact daarvan op milieu en omgeving te verminderen: “Het toepassen en verder intensiveren van integrated crop management (ICM) vraagt om risicovolle investeringen, onderzoek en versnelde beschikbaarheid van niet-chemische alternatieven zoals high tech-apparatuur en groene gewasbeschermingsmiddelen. De € 250 miljoen die het Rijk nu beschikbaar stelt voor onderzoek en implementatie van ICM is een eerste stap. Maar voor een fonds dat risicovolle ICM-maatregelen versneld in de praktijk brengt, en telers financieel compenseert als zij ingrijpende maatregelen moeten nemen, is een veelvoud van dit budget nodig.”

Ook de samenwerking met markt- en ketenpartijen moet volgens Bom-Lemstra nog verder worden uitgewerkt: “Bijvoorbeeld het uit de markt terugverdienen van hogere kosten of lagere opbrengsten. Maar ook de vraag hoe – als de markt hierin faalt – de overheid bijspringt om te voorkomen dat dat alleen een risico voor telers en/of ketenpartners wordt.”

Topsport

“Wat telers doen is topsport”, zegt LTO-voorzitter Ger Koopmans, “maar wel steeds vaker topsport met gebonden handen en voeten. Zo hebben telers vaker te maken met periodes van extreme droogte of wateroverlast. Mede door klimaatverandering zien we in alle teelten een toenemende plaag- en ziektedruk. Maar het aantal werkzame stoffen dat zij mogen gebruiken om hun teelt te beschermen is de voorbije jaren met meer dan 60% afgenomen. Intussen maken provincies en gemeenten steeds vaker eigen beleid met teelt- of middelverboden. En in verschillende provincies moeten telers een natuurvergunning aanvragen voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, gericht op het uitsluiten van mogelijke natuureffecten op afstanden tot 4.000 meter. Totaal onwerkbare, omgekeerde bewijslast, – en stuk voor stuk bepalingen die per postcode kunnen verschillen.”


Koopmans: “Met dit convenant kan er een einde komen aan die onwerkbare praktijk. Na de zomer wordt een ‘landelijk beleidskader leefomgeving en natuur’ opgesteld dat bindend wordt voor provincies en gemeenten. Cruciaal is dat de landelijke maatregelen in dit beleidskader gebaseerd worden op onafhankelijk, wetenschappelijk onderzoek. Daarmee wordt rechtszekerheid geboden aan telers en aan de maatschappij. Uitwerking hiervan wordt bepalend voor het succes van het convenant. Hierin ben ik gesterkt door een signaal vanuit NFO, waarbij wordt ervaren dat de nu voorliggende tekst soms nog te veel geschreven lijkt te zijn vanuit een wantrouwen naar elkaar. Daarom is besloten dat de sectororganisaties KAVB, NFO, Biohuis en Glastuinbouw Nederland in het vervolgproces na de zomer ook zelf aan tafel zitten en rechtstreeks betrokken zijn bij deze uitwerking.”

Stichting Natuur & Milieu en LandschappenNL waren als deelnemers van de kerntafel direct betrokken bij het onderhandelingsakkoord. Desondanks lieten zij eind vorige week weten dit akkoord niet te zullen ondertekenen. Koopmans: “Het verrast ons zeer dat zij nu afhaken. We zijn er blij mee dat andere partijen aan tafel, waaronder overheden, dit onderhandelingsakkoord wel steunen.”

Inbreng van leden en achterban

NAJK-bestuurder Hilde Coolman: “Het hoofdlijnenconvenant bevat ook maatregelen die zwaar vallen in de plantaardige sectoren. Het landelijke beleidskader voor natuur en leefomgeving dat na de zomer wordt opgesteld, zal ook maatregelen bevatten die in specifieke situaties beperkend zijn voor telers. En voor waterkwaliteit zal, met name in grondwaterbeschermingsgebieden, sneller en scherper geschakeld moeten worden om waterkwaliteitsrisico’s te beperken. Voor telers zal daar écht voldoende tegenover moeten staan. Bij zware ingrepen dienen telers volledig gecompenseerd te worden. En ook voor de plantaardige sectoren moet daarbij het hele ‘trappetje van Remkes’ op tafel liggen, inclusief de mogelijkheid om te kiezen voor extensivering, verplaatsing of uitkoop. Daar gaan we ons in de verdere uitwerking keihard voor inzetten!”

“Twee weken geleden organiseerden onze organisaties een gezamenlijk leden-webinar. De tientallen vragen die tijdens het webinar gesteld werden, laten zien hoe groot de betrokkenheid en het gevoel van urgentie onder onze leden is,” zegt Coolman: “Daarbij kwam kraakhelder naar voren dat telers stappen kunnen en willen zetten, maar daarbij wel als randvoorwaarde stellen dat draconische maatregelen zoals vergunningplicht, teeltverboden en afstandseisen zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Telers vragen om handelingsperspectief, om werkbare alternatieven en om keuzes die gebaseerd zijn op onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek.”

Coolman: “In het regeerakkoord staat dat – als het partijen niet lukt om in gezamenlijkheid tot een Convenant Gewasbescherming te komen – het kabinet zelf met nieuw beleid komt om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen terug te dringen. De Kamerbrief van 26 juni jl. bekrachtigde dit. Indien de sector de discussie over gewasbescherming overlaat aan kabinet en Tweede Kamer, dan liggen de mogelijke maatregelen al op de plank, waaronder uitfasering van het middelengebruik in gebieden, zonering en een vergunningsplicht. Wij zijn ervan overtuigd dat het in het belang is van onze telers en bedrijven om dat te voorkomen. Om invloed aan tafel uit te blijven oefenen en om ons in te blijven zetten voor afspraken die haalbaar en realistisch zijn, ondernemers handelingsperspectief bieden én rechtszekerheid. Tijdens het webinar met onze achterban voelden we ook steun voor die aanpak.”

Proces na de zomer

Hoogendijk vult aan: “Het hoofdlijnenconvenant dat vandaag door alle betrokken partijen is ondertekend, is een ‘raamakkoord’. Belangrijke thema’s moeten zorgvuldig uitgewerkt worden met compenserende maatregelen voor de telers die het betreft. Na de zomer gaan we daarmee door. Dan worden ook deelconvenanten per plantaardige sector opgesteld. Succes is niet gegarandeerd, daar zijn we ons allemaal van bewust, maar we zien voldoende aanknopingspunten. We hebben voldoende vertrouwen in het proces, om bij die verdere uitwerking betrokken te willen zijn.”

Wat leeft er in een bollenveld? Studenten HAS green academy onderzochten het Demoveld Bollenstreek

Het Demoveld Bollenstreek in 2026

Dit jaar zijn er hyacinten geteeld. Die waren geplant op ruggen, met in elke rug een fertigatieslangetje voor de stikstofbemesting en vochtvoorziening. Onkruid werd voor opkomst geschoffeld en daarna herhaaldelijk met een wiedeg bestreden, Wat in de ruggenteelt goed uitvoerbaar was. Er zijn dit jaar geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. In het midden van het veld staat een haag met verschillende vroegbloeiende heesters, geplant in 2023. Langs het veld ligt een bloemstrook, dit voorjaar opnieuw is ingezaaid.

Het onderzoek van de studenten

De studenten hebben vallen voor insecten en andere ‘geleedpotige’ dieren geplaatst in beide helften van het hyacintenveld, in de haag en in de bloemstrook. De haag blijkt de meeste insecten en spinnen te huisvesten. Daarna volgt de bloemstrook, gevolgd door de twee helften van het hyacintenperceel. Er was geen effect van afstand tot de haag of tot de bloemenrand. Ten opzichte van vorig jaar was de diversiteit in families wat toegenomen, terwijl de aantallen wat lager waren. In de haag waren zowel meer plaaginsecten als meer predatoren (natuurlijke vijanden) aanwezig dan tussen de hyacinten. In de heg werden ook meer insecten en andere geleedpotigen gevonden dan in de bloemstrook, die dit voorjaar opnieuw is ingezaaid. Bij de spinnen kwam de kleine dikkaak het meeste voor, een soort die bladluizen eet. Op dit moment is nog niet aan te geven wat dit praktische betekent voor de bollenteelt.

Tijdens de presentatie werd gerooid op het Demoveld Bollenstreek.

Bijzondere loopkevers

De loopkevers, die tot de natuurlijke vijanden behoren, zijn tot op soort gedetermineerd. Er zijn 37 soorten loopkevers gevonden op het demoveld, tegen 33 vorig jaar. Van de minder algemene soorten viel de bruine bontloper op, waarvan nog maar een paar waarnemingen in de regio bekend zijn, namelijk in de duinen.  Ook is de Kleine Roodpootglimmer gevonden. De dichtstbijzijnde andere waarneming van deze soort is in een Haarlemse achtertuin in 2021. 

Vervolg

Het rapport van de studenten komt na afronding beschikbaar op de website van Demoveld Bollenstreek. De resultaten worden samen met de metingen en ervaringen van de teelt van dit jaar verder verwerkt door het team van Kennisplatform Duurzame Bollenstreek, een project van Greenport Duin- en Bollenstreek. Dit wordt mogelijk gemaakt met financiering van de Europese Unie en provincie Zuid-Holland. Na de oogst van de hyacinten worden een aantal groenbemesters op het demoveld ingezaaid. Volgend jaar worden er dahlia’s geteeld. En wat de studenten betreft: Jacco Spithout studeert deze zomer af, en zoekt een baan als ecoloog. Anouk Massuger hoopt over een half jaar haar studie Toegepaste Biologie af te ronden. Vincent Harkes vervolgt zijn studie Milieukunde met een deelprogramma (‘minor’) in Noorwegen en hoopt daarna af te studeren. 

De presentatie (PowerPoint) is op te vragen.