“Ook onderweg kun je emissies voorkomen”

Voor H.M. van Haaster & Zonen BV is de speciale aanhanger met lekgoot en opvangreservoir inmiddels een vast onderdeel van de bedrijfsvoering. Vooral tijdens de rooi- en planttijd bewijst de aanhanger zijn waarde. Martijn van Haaster: “Als je bollen hebt ontsmet, geschuimd of gedompeld, moet je wat mij betreft niet zonder lekgoot de weg op.”

H.M. van Haaster & Zonen BV is een familiebedrijf dat al ruim 110 jaar actief is in de teelt van voorjaarsbloeiers als tulpen, hyacinten en narcissen. Daarnaast houdt het bedrijf zich al ruim 70 jaar bezig met de groothandel en export van bloembollen. Omdat er veel tussen verschillende locaties wordt gereden, is transport een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering.

Zo’n zes jaar geleden investeerde het bedrijf in een speciale aanhanger met een lekgoot, opvangreservoir en klemdak. De aanleiding was in eerste instantie vooral praktisch. “We hadden de aanhanger nodig omdat we veel tussen verschillende locaties reden. Het dak was voor ons een absolute vereiste. Daarmee kunnen we de kisten tijdens het transport goed vastzetten, zonder spanbanden. Bovendien blijven de bollen dankzij het klemdek door als we tijdens het transport regen krijgen.”

Meteen gekozen voor een lekgoot

Omdat Van Haaster verwachtte de aanhanger lange tijd te gebruiken, koos Martijn direct voor een uitvoering met lekgoot en opvangreservoir. “Als je toch een nieuwe aanhanger koopt, kun je hem maar beter meteen goed uitvoeren. Voor ons was het logisch om direct voor een aanhanger met lekgoot te kiezen.”

Deze voorziening komt vooral tijdens planttijd goed van pas. Kisten waarin bollen zijn ontsmet, geschuimd of gedompeld, kunnen tijdens het transport nog vocht of resten van middelen bevatten. Via de lekgoot wordt het water opgevangen in een speciaal reservoir onder de aanhanger.

“Je voorkomt daarmee dat het water tijdens het transport van de aanhanger afloopt. Je wilt niet dat lekwater op de weg of uiteindelijk in het oppervlaktewater terechtkomt.”

Helemaal droog blijven de kisten overigens niet door het dak. Door regen en wind kan er via de zijkanten altijd water bij komen. Het dak beperkt de hoeveelheid restvloeistof wel aanzienlijk. Daarnaast kunnen de kisten met het naar beneden beweegbare dak stevig worden vastgeklemd. Spanbanden zijn daardoor niet meer nodig.

Een aandachtspunt: zand

De voorziening kent ook een praktisch aandachtspunt. Tijdens de oogst komt er veel zand op de aanhanger terecht. Dat kan ervoor zorgen dat de lekgoot verstopt raakt. Van Haaster heeft samen met twee collega-kwekers gezocht naar een praktische oplossing voor het residu van bolontsmettingsmiddelen op de kisten. Zij hebben gezamenlijk een kistenwasser aangeschaft. Daardoor kunnen de kisten voor de oogst worden gereinigd, waarbij residu van bolontsmettingsmiddelen deels van de kisten wordt gewassen. “Zo spoelt er tijdens de oogst minder residuwater van de kisten af tijdens het transport.” Dit is een stap voorwaarts maar nog niet 100% sluitend.

In het najaar worden de kisten opnieuw ontsmet. Juist in dit seizoen komt de combinatie van deze aanhanger met klemdak, lekgoot en het opvangreservoir goed tot zijn recht. Het dak beperkte de hoeveelheid regenwater die bij de kisten komt, terwijl eventueel lekwater via de lekgoot wordt opgevangen. Zo kan Van Haaster ook tijdens het transport het risico op emissies beperken.

Praktische investering

Van Haaster kocht de aanhanger destijds zonder gebruik te maken van subsidie. Inmiddels zijn er volgens Martijn mogelijkheden om een dergelijke investering te ondersteunen. Bij Landbouwportaal Rijnland kan 40% subsidie worden aangevraagd voor een lekgoot op de transportwagen.

Voor Van Haaster staat vooral de praktische meerwaarde centraal. “Het is een voorziening die tijdens de planttijd echt zijn dienst bewijst. Je hebt veel transportbewegingen en dan wil je gewoon dat het water dat van de kisten komt, wordt opgevangen.”

Zijn advies aan collega-kwekers is dan ook duidelijk: denk bij transport niet alleen aan het vastzetten van de kisten, maar ook aan wat er met eventueel lekwater gebeurt.

“Als je bollen hebt ontsmet, geschuimd of gedompeld, ga dan wat mij betreft niet zonder lekgoot de weg op. Je wilt voorkomen dat resten van middelen tijdens het transport vrijkomen. Met een lekgoot en opvangreservoir kun je dat risico eenvoudig beperken.”

Bollenstreek-drone-satelliet-greenport-duin-en-bollenstreek

Jaarrapportage 2025 en samenvatting beschikbaar

In 2025 hebben we mooie stappen gezet in de streek. Het Demoveld Bollenstreek en het Ecologisch Proefveld gaan de komende jaren verder; samen leren hoe je groener kunt telen. Dat geldt ook voor Regiocertificering. Dit project heeft inmiddels haar tweede pilotjaar afgesloten. En hoe! Inmiddels doen naast telers van voorjaarbloeiers, ook vaste plantentelers mee en telers van zomerbloeiers. De teller staat op circa 55% van het totale beteelbare sierteeltareaal in de Duin- en Bollenstreek. Zo kunnen we impact
maken.

Dat geldt ook voor de Human Capital Agenda en de Regio Deal Sierteeltregio die vanaf 1 januari 2026 van start zijn gegaan en waar hard aan gewerkt is. De sierteeltsector in de streek staat voor grote transities en de ondernemers zijn bereid die aan te gaan, daarvoor zijn bundeling van krachten, experimenteerruimte en onderzoeks- en leercapaciteit essentieel. Daar kunnen we op deze manier met alle betrokken partijen invulling aan geven. Ruimte is schaars, meervoudige waarde-creatie en inspelen om nieuwe ontwikkelingen (zoals klimaatverandering en maatschappelijke inzichten) zorgen ervoor dat
de het maatschappelijk draagvlak blijft en dat het rendabel (en plezierig!) ondernemen blijft.

Downloads

Adviesrichtlijnen Regiocertificering maken verduurzaming concreet en breder toepasbaar

Regiocertificering biedt een concrete structuur om duurzaamheidsdoelen meetbaar te maken en prestaties tussen kwekers te vergelijken. Binnen deze aanpak staan waterkwaliteit, nutriëntenbalans en bodemkwaliteit centraal. Het gaat onder meer om het terugdringen van stikstof- en fosfaatoverschotten, het berekenen van organische stof in de bodem en het beperken van de milieubelasting van gewasbeschermingsmiddelen.

KPI’s als basis voor inzicht en verbetering

Regiocertificering werkt met kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) die de voortgang op duurzaamheidsdoelen meten en zichtbaar maken. Deze indicatoren richten zich op onderdelen waar kwekers zelf invloed op hebben, zoals:

  • stikstof- en fosfaatoverschotten in de bodem
  • organische stofgehalte van de bodem
  • milieubelasting van gewasbeschermingsmiddelen, uitgedrukt in milieubelastingspunten (MBP), die het effect laten zien op de kwaliteit van het water en de bodem
  • probleemstoffen, het gebruik van actieve stoffen uit gewasbeschermingsmiddelen die teruggevonden worden in het oppervlaktewater

Door deze gegevens structureel te verzamelen, ontstaat een beeld van de prestaties op bedrijfsniveau én op regionaal niveau.

Van data naar praktijk: de rol van adviesrichtlijnen

De uitkomsten van de KPI’s worden vertaald naar praktische handvatten via de zogenoemde Adviesrichtlijnen Regiocertificering. Deze richtlijnen maken inzichtelijk wat de cijfers betekenen in de dagelijkse bedrijfsvoering en welke stappen bijdragen aan verdere verbetering.

De adviesrichtlijnen worden regelmatig geactualiseerd op basis van nieuwe inzichten uit Regiocertificering, ervaringen van kwekers en input van erfbetreders. Zo sluiten ze aan op de praktijk en blijven ze actueel.

Samen leren met ruimte voor maatwerk

Een belangrijk uitgangspunt van Regiocertificering is dat de adviesrichtlijnen breed worden gedragen en toegepast binnen de sector. De richtlijnen zijn tot stand gekomen in nauwe samenwerking met erfbetreders Delphy en Agrifirm en enkele kwekers uit de regio. Met deze partijen zijn afspraken gemaakt over het gebruik en de toepassing van de richtlijnen.

Ook andere partijen in de regio ondersteunen het initiatief en dragen de adviesrichtlijnen uit richting kwekers. Zo draagt Van der Veek bij aan de bekendheid en toepassing van de richtlijnen binnen de sector.

Tegelijkertijd blijft er ruimte voor professioneel maatwerk. De diversiteit aan bedrijven in de Duin- en Bollenstreek vraagt om een praktische toepassing die aansluit bij de situatie op het bedrijf. Daarom houden de adviesrichtlijnen rekening met verschillende bedrijfssituaties. Omstandigheden zoals weersinvloeden, bodem- en gewasomstandigheden of specifieke teeltkeuzes kunnen aanleiding geven om tijdelijk af te wijken van de richtlijnen.

Drie teeltgroepen, één gezamenlijke basis

Voor verschillende teeltgroepen zijn specifieke adviesrichtlijnen opgesteld:

  • voorjaarsbloeiers
  • vaste planten
  • zomerbloeiers

Deze documenten geven gerichte adviezen over het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen binnen de betreffende teelten. De richtlijnen worden gedeeld met kwekers uit de pilotgroepen van Regiocertificering en erfbetreders, en verder doorontwikkeld op basis van praktijkervaring.

Meer weten of de adviesrichtlijnen opvragen?

De adviesrichtlijnen zijn bedoeld als praktisch hulpmiddel in de dagelijkse bedrijfsvoering en als ondersteuning bij verdere verduurzaming van de sector. Wie meer wil weten over de aanpak of de documenten wil inzien, kan contact opnemen met: Harry Kager, projectleider Regiocertificering Duin- en Bollenstreek. 

Water-bodem-kwaliteit-erf-landbouwportal-Rijnland

Dashboard meetresultaten oppervlaktewater geeft inzicht: van meten naar verbeteren

“Een jaar wachten met delen van de meetresultaten is eigenlijk te laat”, zegt Jasperien de Weert van Hoogheemraadschap van Rijnland. “Je wilt weten wat er nu gebeurt, zodat je ook sneller kunt handelen.”

Van jaarlijkse terugblik naar actuele inzichten

Het Hoogheemraadschap van Rijnland meet al vanaf 2013 de waterkwaliteit in het bollengebied. Op zeven meetpunten worden maandelijks monsters genomen. Ook bij andere teelten, zoals de akkerbouw en glastuinbouw, vinden metingen plaats.

Voorheen werden de resultaten vooral gebruikt om achteraf te beoordelen of aan de jaargemiddelde milieukwaliteitsnorm werd voldaan. “Dan duurt het lang voordat je een terugkoppeling kunt geven”, vertelt Jasperien. “Door de meetresultaten maandelijks inzichtelijk te maken, kunnen we sneller zien waar aandacht nodig is. Past iets in een patroon? Of is er sprake van een opvallende hoge piek? Dat geeft aanleiding om eerder het gesprek te voeren waar de hoge concentratie door veroorzaakt kan zijn.”

Niet om af te rekenen, maar om te begrijpen

Het dashboard is openbaar. Dat is een bewuste keuze. “De gegevens zijn openbaar. Door de gegevens zelf in een dashboard te presenteren, kunnen we ook uitleg geven bij wat mensen zien. Een verhoogde concentratie betekent niet automatisch dat iemand iets verkeerd heeft gedaan. We willen vooral duiden: wat zien we, waardoor kan het komen en wat kunnen we ervan leren.”

Volgens Jasperien is er meestal geen sprake van onwil. “Bij een deel van de emissieroutes wordt in het dagelijks werk niet altijd stilgestaan.  Het voorkomen van emissies gaat vaak om bewustwording. Over hoe dagelijkse handelingen op het erf uiteindelijk de waterkwaliteit beïnvloeden?”

Samen zoeken naar oorzaken

Juist die duiding levert waardevolle inzichten op. Zo bleek in het verleden dat stoffen niet altijd afkomstig waren uit de bron waaraan in eerste instantie werd gedacht. Een voorbeeld is imidacloprid. Hoewel dit middel in de teelt niet meer is toegestaan, werd het toch nog in het oppervlaktewater aangetroffen. Uiteindelijk bleek de herkomst elders te liggen. Imidacloprid is namelijk nog wel toegelaten als biocide, bijvoorbeeld in vlooienbanden en shampoos voor honden en katten. Via waterzuiveringen kan de stof alsnog in het oppervlaktewater terechtkomen.

“Daarom is het belangrijk om eerst de data goed te bekijken voordat je conclusies trekt”, aldus Jasperien.

Ook de actieve stoffen uit gewasbeschermingsmiddelen Securo, Stomp en Wing P vragen aandacht in de meetresultaten. Pyraclostrobin, de actieve stof in Securo, wordt de laatste paar jaar steeds meer aangetroffen op de meetpunten. “Dat baart me zorgen”, zegt Jasperien. “Tegelijkertijd proberen we juist te begrijpen waardoor dat komt en hierover het gesprek te voeren.”

Inmiddels ontstaat er steeds meer inzicht in mogelijke emissieroutes. Zo blijkt dat resten van ontsmettingsmiddelen, die nu en in het verleden zijn gebruikt, via bollenkisten in het oppervlaktewater terecht kunnen komen en daar hoge piekcontraties kunnen veroorzaken. Dit gebeurt wanneer deze kisten nat worden door regen en het regenwater naar het oppervlaktewater stroomt. Ook bij het reinigen van kisten kan water vanaf het erf in de sloot terechtkomen. “Door met elkaar in gesprek te gaan, kun je achterhalen waar emissies ontstaan en welke verbeteringen mogelijk zijn.” Binnen Regiocertificering worden kwekers gewezen op deze emissieroutes en krijgen zij praktische tips om emissies te voorkomen.

“Ik hoop over een aantal jaar naar een maagdelijk wit dashboard te kijken”

Zichtbaar maken wat werkt

Het dashboard laat niet alleen zien waar aandacht nodig is, maar ook waar vooruitgang wordt geboekt. “We meten al sinds 2013. Daardoor kunnen we ook zien of maatregelen effect hebben”, vertelt Jasperien. “Denk aan de aanpassingen rondom het middel Stomp en Wing P, de aandacht voor het inklappen van de spuitboom boven de sloot, het gebruik van de kantdop en het gebruik van alternatieve middelen vanuit het MilieuBelastingsPunten-systeem binnen Regiocertificering. Door te meten, kun je volgen of gezamenlijke inspanningen daadwerkelijk iets opleveren.”

Het dashboard geeft geen inzicht op bedrijfsniveau, benadrukt ze. “Je kunt niet zien welke kweker verantwoordelijk is voor een bepaalde verhoogde concentratie. Je ziet wel wat er in het bollengebied gebeurt.”

Meer regie door transparantie

Volgens Jasperien helpen objectieve gegevens om vertrouwen op te bouwen. “Door te meten én te duiden, voorkom je dat onterecht met een beschuldigende vinger wordt gewezen. Tegelijkertijd kun je laten zien welke stappen de sector zet en welke resultaten dat oplevert.” Dat is niet alleen belangrijk richting overheid en waterschap, maar ook richting maatschappij en afnemers. “Als sector kun je onderbouwen dat je maatregelen neemt en werkt aan verbetering. Dat geeft regie.”

Kijk mee en stel jezelf de vraag: kan het anders?

Op de vraag wat Jasperien hoopt wat kwekers met het dashboard gaan doen, antwoordt ze: “Kijk welke stoffen je terugziet in het dashboard. Gebruik jij deze middelen? Stel jezelf dan de vraag of er op jouw bedrijf emissieroutes zijn waar je nog niet aan hebt gedacht.” Daarbij hoeft niemand het alleen te doen. “Schakel bijvoorbeeld een gratis erfemissiecoach in via het Landbouwportaal en vraag om een onafhankelijke blik. Of bespreek het met je teeltadviseur. Emissies ontstaan vaak op plekken of bij handelingen waar je ze misschien niet direct verwacht.”

Benieuwd naar de resultaten? Bekijk het dashboard en selecteer ‘bollengebied’

Groep-WAM-Pennings-uitreiking-agrarisch-ondernemer-2026

“Het verhaal moet je blijven vertellen”

De bekendmaking maakte veel los binnen het bedrijf. “We kregen ontzettend veel reacties. Niet alleen ik, maar ook onze medewerkers vonden het bijzonder. Het werd echt breed gedragen.” Dat past bij de manier waarop Simon onderneemt. Successen zijn volgens hem nooit het resultaat van één persoon. “Iedereen draagt eraan bij. We doen het écht samen.”

“Het verhaal is niet in één minuut te vertellen”

Tijdens het traject werd van de genomineerden gevraagd om in korte tijd te vertellen waar hun bedrijf voor staat. Geen eenvoudige opgave voor iemand die voortdurend nieuwe ideeën ontwikkelt en kansen ziet. “Ik kan dat niet in één minuut uitleggen”, zegt Simon met een glimlach. “Er gebeurt hier zoveel. We zijn op veel fronten bezig met verduurzaming, innovatie en de vraag hoe je als bedrijf toekomstbestendig blijft in deze regio. Dat is echt niet in één minuut te vatten.”

Vernieuwen vanuit overtuiging

De drive om te blijven vernieuwen zit diep. Al vroeg was Simon actief in studiegroepen en bestuurlijke netwerken. Daar ontstond zijn overtuiging dat verduurzaming begint bij kritisch kijken naar je eigen keuzes. “Bewust nadenken over wat nodig is en wat anders kan, dat zit er al heel lang in. Soms betekende dat dat we dingen probeerden die niet direct succesvol waren. Dat kostte ook weleens geld. Maar juist door te blijven testen en leren, kom je verder.” Volgens Simon vraagt echte vernieuwing om samenwerking. “Je kunt als ondernemer niet op een eiland blijven zitten. Je hebt elkaar nodig. Door te communiceren en samen op te trekken, kom je écht verder.”

Emissievrije onkruidbestrijding is echt mogelijk

Een concreet voorbeeld daarvan is de inzet op robotisering voor onkruidbeheersing. Vanuit de praktijk zag Simon dat traditionele oplossingen niet altijd meer passen, zeker op percelen dicht bij woningen of in spuitvrije zones. “Ik was al jaren op zoek naar een praktische oplossing voor deze uitdaging.” Die zoektocht leidde naar een innovatieve robottoepassing die mechanische onkruidbestrijding mogelijk maakte. Daarmee is emissievrije onkruidbestrijding mogelijk. “Je lost er een concreet probleem mee op én het helpt om invulling te geven aan maatschappelijke verwachtingen.” Hij doet daarmee ook direct een oproep aan loonwerkers: “Het zou heel mooi zijn als loonwerkers investeren in deze innovatie, zodat ook kleinere bedrijven met deze oplossing kunnen gaan werken.”

Duurzaamheid vraagt tijd én realisme

De balans tussen economisch rendement, duurzaamheid en maatschappelijke verwachtingen is volgens Simon één van de grootste uitdagingen van deze tijd. “Je draagt verantwoordelijkheid voor je bedrijf én voor je medewerkers. Je moet keuzes maken die duurzaam zijn, maar ook economisch verantwoord.” Hij ziet volop kansen voor verdere verduurzaming, mits ondernemers de ruimte krijgen om stappen te zetten. “Als we de tijd krijgen om innovaties door te ontwikkelen en praktisch toepasbaar te maken, kunnen we enorme stappen zetten. Maar het moet wel gebaseerd zijn op de praktijk. Realiteit boven emotie.”

Een podium voor het verhaal van de sector

Hoewel de titel uiteindelijk naar een ander ging, kijkt Simon positief terug op het traject. “De nominatie gaf een breed podium. Het bood de kans om te laten zien waar we als sector mee bezig zijn en hoe serieus we werken aan verduurzaming.” Tegelijkertijd ziet hij nog kansen om dat verhaal beter te vertellen. “We mogen veel meer laten zien wat we doen. Bewustwording groeit als mensen zien welke keuzes je maakt en waarom.” Die communicatie is volgens hem essentieel voor het draagvlak in de omgeving. “Als je uitlegt wat je doet, ontstaat begrip.”

Blijven vechten voor agrarische ruimte

Voor de komende jaren ziet Simon nog wel een grote uitdaging: de toenemende druk op agrarische grond. “De ruimteclaims in deze regio zijn enorm. Er zijn veel belangen, maar we moeten blijven benadrukken wat de waarde is van agrarisch landschap voor economie, toerisme en leefomgeving.” Daar blijft hij zich voor inzetten. “Ik geef niet op. We moeten blijven uitleggen waarom dit agrarische landschap behouden moet blijven.”

“Je netwerk is zoveel meer dan je mobiele telefoon”


Advies aan jonge ondernemers

Zijn boodschap aan jonge agrarische ondernemers is helder: zoek actief de verbinding. “Ga naar bijeenkomsten, sluit je aan bij organisaties en investeer in je ontwikkeling. Ik heb nog nooit een vergadering bijgewoond waar ik niets van heb geleerd.” Juist buiten het eigen bedrijf ontstaat volgens hem groei. “Je netwerk is zoveel meer dan je mobiele telefoon. Door mee te doen, te luisteren en je uit te spreken, help je niet alleen jezelf en je bedrijf vooruit, maar ook de hele sector.”

greenport_db_demoveld_hillegom_tour

Succesvolle inloopavond op Demoveld Bollenstreek trekt brede belangstelling

Op het demoveld worden verschillende maatregelen en technieken in de praktijk getest. Doel is het verminderen van de inzet van chemische gewasbescherming door in de teelt meer ruimte te geven aan natuurlijke processen in en rond het gewas. Daarmee wordt het ecosysteem versterkt en ontstaat er meer ruimte voor natuur op het veld, wat de biodiversiteit vergroot.  

Praktijkproeven en innovaties in het veld

Bezoekers kregen een toelichting op verschillende proeven. Zo is er een bloemenrand aangelegd die natuurlijke vijanden van plaaginsecten aantrekt. Ook staat er een gemengde haag die bijdraagt aan de biodiversiteit rond het perceel. Daarnaast wordt geëxperimenteerd met mechanische onkruidbestrijding in combinatie met ruggenteelt als alternatief voor chemische onkruidbestrijding. Henk Verdegaal, teler en coördinator van het demoveld vertelt: “Tot nu toe is dit goed gelukt en is er op het demoveld nog geen chemische bestrijding toegepast.” Vrij uniek is de combinatie van ruggenteelt met een fertigatiesysteem in de hyacintenteelt. Via druppelslangen worden water en voedingsstoffen preciezer toegediend. Dit biedt volgens Verdegaal duidelijke kansen: “Door gericht te bemesten en te irrigeren werken we met minder stikstof toe naar een betere oogst en minder uitspoeling. Dit voorjaar is slechts één keer met stikstof bemest. Uit periodieke metingen blijkt dat bijmesten niet nodig is. Alles komt de plant ten goede.”

Over de hyacintenteelt op ruggen is een genuanceerd beeld te delen. Verdegaal: “Door nattere winters bieden ruggen voordelen, omdat de teelt hoger ligt en minder snel onder water staat. Ruben de Groot, één van de Bollenjongens, vult aan: “Tegelijk vraagt het aandacht bij vorst, die kan via de twee zijkanten inwerken. Ook zien we dat hyacinten de ‘makkelijkste weg’ kiezen en via de zijkant van de rug groeien. Dat bemoeilijkt mechanische onkruidbestrijding.”

Onderzoek en kennisontwikkeling

Het demoveld is niet alleen een plek voor innovatie, maar ook voor onderzoek en educatie. Studenten van HAS green academy doen er veldonderzoek. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de aantallen en diversiteit van insecten en de bodemtemperatuur in de ruggen. Verdegaal: “Zo wordt bijvoorbeeld het rijden met de wiedeg doorgerekend, zodat we verschillende alternatieven niet alleen op effectiviteit, maar ook op kosten kunnen vergelijken.”

Samenwerken aan verduurzaming

Tijdens de bijeenkomst kwam ook het belang van samenwerking nadrukkelijk naar voren. Het demoveld is verbonden aan Regiocertificering, waarin telers gezamenlijk werken aan verdere verduurzaming van de bollenteelt en prestaties met elkaar vergelijken, leren en verbeteren.

De kennis die op het demoveld wordt opgebouwd, het studentenonderzoek en Regiocertificering komen samen in het Kennisplatform Duurzame Bollenstreek. Dit project wordt mogelijk gemaakt met financiering van de Europese Unie en provincie Zuid-Holland. Daarmee krijgt de regio een structurele plek waar praktijkervaring, onderzoek en beleid samenkomen.

Foto’s: Anouk Boetzer.