Nieuwsbrief oktober 2026

De nieuwsbrief van oktober 2026 is verzonden. Hierin vind je onder andere:

Lees de volledige nieuwsbrief gemakkelijk online.

Elke maand de nieuwsbrief in je mailbox? Meld je aan door op de homepage van onze website het formulier in te vullen.

Veel belangstelling voor erfvergroening en biodiversiteit 

Tijdens een drukbezochte bijeenkomst op 13 oktober bij De Willemshoeve inspireerden bevlogen sprekers de aanwezige kwekers hoe heggen, hagen, bomen en wadi’s kunnen bijdragen aan biodiversiteit, waterbeheer en een aantrekkelijk landschap. De bijeenkomst werd georganiseerd door ANLV Geestgrond, in samenwerking met Regiocertificering.

Biodiversiteit zichtbaar maken

Namens Regiocertificering lichtte Sanne Bruns de ontwikkeling van de kritische prestatie-indicator (KPI) Natuur & Landschap toe. Deze KPI moet biodiversiteitsmaatregelen op bedrijven en erven in de toekomst beter zichtbaar maken en stimuleren.

Cathelijne Montens legde uit welke mogelijkheden en keuzes er zijn om het erf te vergroenen. Cathelijne helpt kwekers met groener maken van het erf. Zij hielp ook JUB Holland. Wil je weten hoe dit er uitziet, kijk dan de praktijkfilm over erfvergroening bij JUB Holland.

Kleine stapjes maken al verschil

Vervolgens nam hyacintenteler Klaas Hogervorst aan de hand van een uitgebreide presentatie met veel foto’s het publiek mee in de maatregelen, die hij had genomen om zijn erf te vergroenen: van aanleg tot het resultaat na 2 jaar. De boodschap van de avond was ‘begin klein, maar begin’, aldus Sandra Warmerdam, secretaris van ANLV Geestgrond. Met kleine stapjes maak je al verschil. Volgens Klaas is het daarnaast gewoon leuk, om te zien hoeveel insecten, vogels en amfibieën erfvergroening aantrekt.

Ga aan de slag

Om kwekers te stimuleren zelf aan de slag te gaan met erfvergroening organiseert ANLV werkgroepjes om samen met andere kwekers aan de slag te gaan. Wil je meer weten over dit samenwerkingsinitiatief stuur dan een mail aan info@anlvgeestgrond.nl

Regiocertificering: werken aan een duurzaam vervolg

Regiocertificering helpt kwekers in de Duin- en Bollenstreek inzicht te krijgen in de impact van hun teelt op bodem en milieu. Inmiddels nemen 43 kwekers deel aan het initiatief. Samen vertegenwoordigen zij 55% van het totale bollenareaal in de Duin- en Bollenstreek. Daarmee is in de afgelopen jaren een belangrijke basis gelegd om verduurzaming inzichtelijk en bespreekbaar te maken.

Deelnemers krijgen inzicht in onder meer het stikstof- en fosfaatbodemoverschot, de organische stofbalans, milieubelastingspunten en probleemstoffen. Die informatie helpt kwekers om gerichter maatregelen te nemen en hun bedrijfsvoering verder te verduurzamen.

Van inzicht naar verbetering

Meten en inzicht krijgen is een belangrijke eerste stap. De meerwaarde ontstaat wanneer kwekers de resultaten kunnen vertalen naar concrete verbeteringen in de praktijk. Daarom draait Regiocertificering niet alleen om kengetallen, maar ook om kennis delen, ervaringen uitwisselen en van elkaar leren.

Persoonlijke rapportages en praktische handvatten helpen kwekers om met hun resultaten aan de slag te gaan. Bijeenkomsten, nieuwsbrieven en open dagen op demovelden bieden daarnaast ruimte om ervaringen te delen en nieuwe inzichten op te doen. Ook de dialoog met partijen uit de omgeving is belangrijk. Zo werken kwekers en betrokken organisaties samen aan een duurzamere bollenteelt en een gezonde leefomgeving.

Tijdens de klankbordbijeenkomst bij JUB Holland kwamen onder meer de voortgang, de doelen en de borging van Regiocertificering aan bod. Ook de financiering en de mogelijkheden voor een vervolg werden besproken. Naast kwekers waren vertegenwoordigers van overheden, het waterschap, financiële instellingen en organisaties uit de omgeving aanwezig.

Vertrouwen als basis

Een belangrijk uitgangspunt van Regiocertificering is dat verduurzaming meer vraagt dan cijfers en systemen. Het vraagt ook om vertrouwen en de bereidheid om resultaten open te bespreken, ervaringen te delen en elkaar verder te helpen.

Juist die uitwisseling maakt het mogelijk om samen te leren en stappen vooruit te zetten. Door resultaten te bespreken en kennis uit de praktijk te benutten, kunnen kwekers beter bepalen welke maatregelen passen bij hun bedrijf. Tegelijkertijd ontstaat er meer inzicht in de gezamenlijke opgave en in de manier waarop de sector daaraan werkt.

Uiteindelijk gaat het om het effect van die inspanningen. Metingen van de waterkwaliteit helpen inzichtelijk te maken of de maatregelen bijdragen aan verbetering. Dat is een belangrijk doel van de gezamenlijke aanpak.

Borgen wat werkt

Nu de financiering van de pilot begin 2027 afloopt, staat Regiocertificering voor een nieuwe fase. De opgebouwde kennis, ervaringen en deelname vormen een waardevolle basis. De uitdaging is om die basis te behouden en verder te versterken: hoe kan de aanpak worden voortgezet, hoe wordt de financiering geregeld en hoe kunnen meer kwekers deelnemen?

Ook het vereenvoudigen van de deelname speelt daarbij een rol. Door de berekening van kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) verder te automatiseren, kan de administratieve belasting worden beperkt en wordt deelname voor meer kwekers toegankelijk.

De komende periode staat daarom in het teken van het verkennen van de mogelijkheden voor borging en vervolg. De ambitie is om voort te bouwen op wat de pilot heeft opgeleverd en de samenwerking tussen kwekers en partners verder te versterken. Zo kan Regiocertificering ook in de toekomst bijdragen aan een toekomstbestendige bollenteelt en een gezonde leefomgeving in de Duin- en Bollenstreek.

Arie Verschoor: ‘Ga het gesprek aan en zoek de verbinding’

De aanleiding was de behoefte aan meer uitleg over de teelt en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Inmiddels weten de kwekers, de ondernemersvereniging en de wijkraad elkaar te vinden en is er een manier ontstaan om vragen en zorgen met elkaar te bespreken.

Eén aanspreekpunt helpt

Het contact kwam op gang naar aanleiding van kritische vragen en zorgen. Via de wijkraad en de voorzitter van de ondernemersvereniging ontstond een manier om hierover met elkaar in gesprek te gaan. “Die aanpak werkt prettig”, vertelt Arie. “Door als kwekers het gesprek te voeren met deze partijen, voorkom je ‘hullie tegen zullie’.” Ook de KAVB wordt waar nodig bij de gesprekken betrokken. Zo kunnen vragen vanuit de omgeving worden besproken en kan er inhoudelijk uitleg worden gegeven over de praktijk van het kweken. “De KAVB kan hierbij echt de stem van de sector laten horen.”

Openheid als uitgangspunt

Voor Arie is het belangrijk om zo open mogelijk informatie te delen, zij het op hoofdlijnen. “Soms wordt er om zulke specifieke informatie gevraagd dat ik die niet kan en wil geven.” Omwonenden hebben vragen en willen begrijpen wat er op en rond de kwekerij gebeurt. Door daarover in gesprek te gaan, ontstaat meer ruimte om elkaars perspectief te begrijpen.

Een concreet voorbeeld is de geur die bij bespuitingen kan vrijkomen. Arie en zijn medewerkers gebruiken bijvoorbeeld biostimulanten, bladversterkers en biologische gewasbeschermingsmiddelen, waaronder middelen op basis van knoflookextracten. Deze middelen kunnen bij bespuitingen een sterke geur verspreiden. Dat leidde onder meer tot vragen en zorgen bij omwonenden.

Een sterke geur zegt op zichzelf niet of een middel schadelijk is of welk gezondheidsrisico het gebruik ervan met zich meebrengt. Juist daarom vindt Arie het belangrijk om uitleg te geven over wat er op het bedrijf gebeurt. “Door informatie te delen en vragen serieus te nemen, kunnen kweker en omwonenden elkaar beter begrijpen. Dat neemt niet automatisch alle zorgen weg, maar helpt wel om het gesprek open te houden.”

Vertrouwen groeit met de tijd

In de afgelopen twee jaar is de relatie met de omgeving volgens Arie verbeterd en is er meer vertrouwen ontstaan. De gesprekken hebben een vaste vorm gekregen en bieden ruimte om vragen te bespreken en samen verder te kijken.

Wat wil Arie andere kwekers meegeven die kritische vragen uit hun omgeving krijgen?

“Ga het gesprek aan en sta open voor de vragen en zorgen die er leven. Probeer niet tegenover elkaar te staan, maar zoek de verbinding, bij voorkeur via een organisaties. Door open te zijn en informatie te delen, leer je elkaar beter begrijpen. Dat kost tijd, maar je kunt er veel vertrouwen mee opbouwen.”

“Ook onderweg kun je emissies voorkomen”

Voor H.M. van Haaster & Zonen BV is de speciale aanhanger met lekgoot en opvangreservoir inmiddels een vast onderdeel van de bedrijfsvoering. Vooral tijdens de rooi- en planttijd bewijst de aanhanger zijn waarde. Martijn van Haaster: “Als je bollen hebt ontsmet, geschuimd of gedompeld, moet je wat mij betreft niet zonder lekgoot de weg op.”

H.M. van Haaster & Zonen BV is een familiebedrijf dat al ruim 110 jaar actief is in de teelt van voorjaarsbloeiers als tulpen, hyacinten en narcissen. Daarnaast houdt het bedrijf zich al ruim 70 jaar bezig met de groothandel en export van bloembollen. Omdat er veel tussen verschillende locaties wordt gereden, is transport een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering.

Zo’n zes jaar geleden investeerde het bedrijf in een speciale aanhanger met een lekgoot, opvangreservoir en klemdak. De aanleiding was in eerste instantie vooral praktisch. “We hadden de aanhanger nodig omdat we veel tussen verschillende locaties reden. Het dak was voor ons een absolute vereiste. Daarmee kunnen we de kisten tijdens het transport goed vastzetten, zonder spanbanden. Bovendien blijven de bollen dankzij het klemdek door als we tijdens het transport regen krijgen.”

Meteen gekozen voor een lekgoot

Omdat Van Haaster verwachtte de aanhanger lange tijd te gebruiken, koos Martijn direct voor een uitvoering met lekgoot en opvangreservoir. “Als je toch een nieuwe aanhanger koopt, kun je hem maar beter meteen goed uitvoeren. Voor ons was het logisch om direct voor een aanhanger met lekgoot te kiezen.”

Deze voorziening komt vooral tijdens planttijd goed van pas. Kisten waarin bollen zijn ontsmet, geschuimd of gedompeld, kunnen tijdens het transport nog vocht of resten van middelen bevatten. Via de lekgoot wordt het water opgevangen in een speciaal reservoir onder de aanhanger.

“Je voorkomt daarmee dat het water tijdens het transport van de aanhanger afloopt. Je wilt niet dat lekwater op de weg of uiteindelijk in het oppervlaktewater terechtkomt.”

Helemaal droog blijven de kisten overigens niet door het dak. Door regen en wind kan er via de zijkanten altijd water bij komen. Het dak beperkt de hoeveelheid restvloeistof wel aanzienlijk. Daarnaast kunnen de kisten met het naar beneden beweegbare dak stevig worden vastgeklemd. Spanbanden zijn daardoor niet meer nodig.

Een aandachtspunt: zand

De voorziening kent ook een praktisch aandachtspunt. Tijdens de oogst komt er veel zand op de aanhanger terecht. Dat kan ervoor zorgen dat de lekgoot verstopt raakt. Van Haaster heeft samen met twee collega-kwekers gezocht naar een praktische oplossing voor het residu van bolontsmettingsmiddelen op de kisten. Zij hebben gezamenlijk een kistenwasser aangeschaft. Daardoor kunnen de kisten voor de oogst worden gereinigd, waarbij residu van bolontsmettingsmiddelen deels van de kisten wordt gewassen. “Zo spoelt er tijdens de oogst minder residuwater van de kisten af tijdens het transport.” Dit is een stap voorwaarts maar nog niet 100% sluitend.

In het najaar worden de kisten opnieuw ontsmet. Juist in dit seizoen komt de combinatie van deze aanhanger met klemdak, lekgoot en het opvangreservoir goed tot zijn recht. Het dak beperkte de hoeveelheid regenwater die bij de kisten komt, terwijl eventueel lekwater via de lekgoot wordt opgevangen. Zo kan Van Haaster ook tijdens het transport het risico op emissies beperken.

Praktische investering

Van Haaster kocht de aanhanger destijds zonder gebruik te maken van subsidie. Inmiddels zijn er volgens Martijn mogelijkheden om een dergelijke investering te ondersteunen. Bij Landbouwportaal Rijnland kan 40% subsidie worden aangevraagd voor een lekgoot op de transportwagen.

Voor Van Haaster staat vooral de praktische meerwaarde centraal. “Het is een voorziening die tijdens de planttijd echt zijn dienst bewijst. Je hebt veel transportbewegingen en dan wil je gewoon dat het water dat van de kisten komt, wordt opgevangen.”

Zijn advies aan collega-kwekers is dan ook duidelijk: denk bij transport niet alleen aan het vastzetten van de kisten, maar ook aan wat er met eventueel lekwater gebeurt.

“Als je bollen hebt ontsmet, geschuimd of gedompeld, ga dan wat mij betreft niet zonder lekgoot de weg op. Je wilt voorkomen dat resten van middelen tijdens het transport vrijkomen. Met een lekgoot en opvangreservoir kun je dat risico eenvoudig beperken.”

Bollenstreek-drone-satelliet-greenport-duin-en-bollenstreek

Jaarrapportage 2025 en samenvatting beschikbaar

In 2025 hebben we mooie stappen gezet in de streek. Het Demoveld Bollenstreek en het Ecologisch Proefveld gaan de komende jaren verder; samen leren hoe je groener kunt telen. Dat geldt ook voor Regiocertificering. Dit project heeft inmiddels haar tweede pilotjaar afgesloten. En hoe! Inmiddels doen naast telers van voorjaarbloeiers, ook vaste plantentelers mee en telers van zomerbloeiers. De teller staat op circa 55% van het totale beteelbare sierteeltareaal in de Duin- en Bollenstreek. Zo kunnen we impact
maken.

Dat geldt ook voor de Human Capital Agenda en de Regio Deal Sierteeltregio die vanaf 1 januari 2026 van start zijn gegaan en waar hard aan gewerkt is. De sierteeltsector in de streek staat voor grote transities en de ondernemers zijn bereid die aan te gaan, daarvoor zijn bundeling van krachten, experimenteerruimte en onderzoeks- en leercapaciteit essentieel. Daar kunnen we op deze manier met alle betrokken partijen invulling aan geven. Ruimte is schaars, meervoudige waarde-creatie en inspelen om nieuwe ontwikkelingen (zoals klimaatverandering en maatschappelijke inzichten) zorgen ervoor dat
de het maatschappelijk draagvlak blijft en dat het rendabel (en plezierig!) ondernemen blijft.

Downloads