‘Ontdekken wat we kunnen leren van biologische bollenteelt’

Vervolgens kwam Visser in contact met Wolf Mooij, de huidige projectleider van het proefveld. Visser: “Voor mij is het lastig om naast mijn andere werkzaamheden, voldoende aandacht te geven aan het biologisch proefveld. Wolf had wel tijd, maar geen verstand van bollen telen. Wat dat betreft kan hij altijd een beroep doen op mij en de andere vier telers die bij het project betrokken zijn.”

Biologische plantversterkers

Visser was benieuwd naar de mogelijkheden van biologische bollenteelt. Niet om daarna op grote schaal biologische bloembollen te telen, wel om te leren of er manieren zijn om de gangbare teelt de verduurzamen. Sommige dingen gaan goed. Maar wat het ene jaar goed gaat, kan het andere jaar voor problemen zorgen. Zo werden in het eerste jaar biologische plantversterkers ingezet om zuur te bestrijden. “Dat werkte best goed, zonder dat we hoefden te schuimen of dopen. Dit jaar werkte dat weer minder.”

Onkruid grootste uitdaging

Het komende jaar wordt gewerkt aan drie doelen. Onkruid mechanisch onder de knie krijgen. De beste mix van plantversterkers bepalen om vuur onder controle te krijgen en onderzoeken of een UV lamp schimmels zoals botrytis kan bestrijden.
Onkruid is de grootste uitdaging in de biologische teelt. Handmatig wieden kost te veel tijd. “Ploegen is slecht voor het bodemleven. Het eerste jaar hadden we voor de start geploegd en vervolgens een laag houtvezel aangebracht. Dat werkte goed. Het tweede jaar niet ploegen, leverde alweer meer onkruid. We gaan nu aan de slag met wiedeg`, zegt Visser.” Het perceel is voorzien van vaste rijpaden, dat heeft een gunstige invloed op het bodemleven.

Kennisplatform Duurzame Bollenstreek

Economische haalbaarheid is belangrijk in het project. “De teelt zelf wordt niet gesubsidieerd. Bij de inzet van middelen kijken we of het rendabel is. Biologisch telen is geen doel op zich”, zegt Visser. Het doel is om er met elkaar van te leren een schonere en natuurinclusievere teelt te ontwikkelen. Dat is de reden dat het Ecologisch Proefveld ondersteund wordt vanuit het project Kennisplatform Duurzame Bollenteelt. Het kennisplatform ontvangt steun vanuit de Europese EIP-samenwerkingsregeling.

Wintervoedselakker voor vogels

Het proefveld bevindt zich op het perceel van WAM Pennings, het bedrijf dat Allan Visser runt met zijn oom Simon Pennings. Het proefveld van 1 ha heeft vier teeltvakken van ieder acht bedden. De vakken zijn gescheiden door bloemenstroken. Een laatste stuk in de vorm van een pizzapunt doet dienst als wintervoedselakker voor vogels. In de vakken groeien tulpen, narcissen, hyacinten en dahlia. WAM Pennings levert de tulpen, JUB Holland is betrokken voor de narcissen,  Mts Zeestraten voor hyacint en Weijers Blooming Dalhlia  voor Dahlia. Wolf Mooij en Henk Verdegaal coördineren alle werkzaamheden op het veld. De telers worden bijgestaan door twee teeltadviseurs van Agrifirm en Delphy en Anne Marie van Dam voor het bodemadvies.

Alternatief voor kunstmest

Drie tot vier keer per jaar komt de groep bij elkaar. Ze bepalen dan onder andere welke rassen worden gezet en de strategie om bijvoorbeeld vuur te bestrijden. Ook beslissen ze dan of dezelfde partijen worden doorgeteeld of dat er andere cultivars worden geplant. “De vraagstukken die we onderzoeken zijn voor de adviseurs ook een mooie uitdaging”, zegt Allan Visser. “Biologische teelt maakt geen gebruik van kunstmest, en het is best lastig om met organische meststoffen zoals Monterra of met luzernekorrels de stikstofvoorziening goed te krijgen. Maar er zijn meer vragen. Bijvoorbeeld wat we kunnen doen tegen virus of vuur. Chemisch hebben we hier wel oplossingen voor, biologisch nog niet.”

SKAL gecertificeerd

Op het proefveld worden zoveel mogelijk resistente rassen gebruikt. Inmiddels gaat het ecologisch proefveld het derde jaar in. Het veld is SKAL gecertificeerd. Dat betekent dat de bollen die nu worden geplant officieel het bio keurmerk mogen dragen. Hoewel de resultaten in de teelt wisselend zijn, heeft Allan Visser wel ervaren dat de opbrengst een stuk lager is dan in de gangbare teelt. “Maar het is ons niet te doen om de winst. De afgelopen jaren bezochten veel collega’s, maar ook stakeholders zoals de Gedeputeerde van provincie Zuid-Holland, het proefveld. Het is goed om de opgedane kennis over schone en natuurinclusieve teelt te delen.”

Kasia Treure: ‘Kijk samen naar wat wél kan, bijvoorbeeld met flexibele arbeid’ 

Eén van de oplossingen is flexibele roostering of gedeelde arbeid tussen bedrijven. Om erachter te komen of dat ook werkt voor jouw bedrijf organiseert de HCA, namens de Greenports Duin- en Bollenstreek en Boskoop, een serie kennisbijeenkomsten.
Kasia Treure, expert op het gebied van arbeidsrecht en flexibilisering, begeleidt de bijeenkomsten over flexibele roostering en gedeelde arbeid.
Haar boodschap aan ondernemers: “Er is juridisch vaak meer mogelijk dan je denkt. Kom naar de bijeenkomsten en leer van elkaar.” De Human Capital Agenda organiseert de randvoorwaarden en begeleiding. Zo kunnen ondernemers werken aan toekomstgericht ondernemerschap. Deelname is kosteloos.

Kennis van flexwerk

Zestien jaar geleden kwam Kasia Treure, afgestudeerd in bestuursrecht, als arbeidsmigrant uit Polen naar Nederland. “In Polen heerste crisis en ik kon kiezen: werken bij McDonalds in Polen of in de orchideeën in Nederland.” Ze koos het laatste. Anderhalf jaar werkte ze voor een uitzendbureau, vervolgens werkte ze jarenlang als intercedente voor hetzelfde uitzendbureau.
In 2019 voegde ze met de studie HRM Management aan de Hogeschool Utrecht nog meer theoretische kennis toe aan haar ervaring. “Ik heb beide kanten van de uitzendwereld meegemaakt. Veel mooie en ook minder mooie dingen gezien. Daardoor weet ik wel heel goed hoe deze wereld werkt.”

Nieuwe mogelijkheden ontdekken

Inmiddels werkt Kasia als zelfstandig HR-specialist. Afgelopen zomer begeleidde ze twee trainingen over deelarbeid en flexibele roostering. Ondernemers uit regio Boskoop en een enkeling uit de Duin- en Bollenstreek dachten mee over oplossingen die aansluiten bij de dagelijkse praktijk. In september vond eenzelfde bijeenkomst plaats in de Duin- en Bollenstreek.
Kasia Treure: “Het begint bij de vraag hoe ondernemers hun personeelszaken nu organiseren. Daarbij gaat het niet om het delen van gevoelige bedrijfsinformatie. Juist door ervaringen uit te wisselen, ontdek je nieuwe mogelijkheden. Tijdens één van de bijeenkomsten ontstond een interessante discussie tussen twee ondernemers: de één werkte met flexkrachten, de ander niet. Door daarover in gesprek te gaan, leer je van elkaar.”

Samenwerking biedt kansen

“Veel ondernemers hebben nooit gekeken of ze arbeid anders kunnen invullen. Ze denken niet na hoe ze eventueel iets in de productie of mindset kunnen aanpassen om bijvoorbeeld nieuwe medewerkers aan te trekken. Vaak wordt gedacht dat als er eenmaal huisvestiging is geregeld, een tekort aan personeel vanzelf oplost. Natuurlijk moet je dat meenemen in je personeelsbeleid, maar het is niet de heilige graal.”
Het delen van arbeid tussen bedrijven met een andere arbeidspiek is één van de mogelijkheden. Samenwerking tussen bedrijven uit de Greenports Duin- en Bollenstreek en Boskoop biedt kansen. Beide gebieden kennen verschillende pieken in de werkdruk en kunnen elkaar daardoor aanvullen.

Meer mogelijk dan je denkt

“Een belangrijke drempel is de gedachte dat er juridisch weinig mogelijk is”, zegt Kasia Treure. “Maar wetgeving vormt het kader. Daarbinnen is veel mogelijk, bijvoorbeeld bij het onderling uitlenen van medewerkers. Het begint met onderzoeken wat bij je bedrijf past en daar goede afspraken over maken.” Die goede afspraken zijn essentieel. Over verantwoordelijkheden, ziekteverzuim en de kosten die daarmee samenhangen. “Uitzendarbeid blijft bestaan. Je kunt niet alles automatiseren en er blijft altijd behoefte aan flexibiliteit. Tegelijkertijd zie ik dat wet- en regelgeving die flexibiliteit steeds verder gaat beperken. De mogelijkheden om tijdelijke contracten aan te bieden, zowel via uitzendconstructies als binnen het reguliere arbeidsrecht, komen steeds meer onder druk te staan.”
Maar juist daarin ziet Kasia Treure ook kansen. “Het is tijd om anders naar personeel en flexibiliteit te kijken. Hoe zorg je ervoor dat je eigen medewerkers duurzaam inzetbaar blijven? Hoe kun je arbeid slimmer organiseren, bijvoorbeeld door personeel te delen tussen bedrijven of anders om te gaan met flexibele roosters? Volgens mij ligt daar een belangrijk deel van de oplossing. Niet blijven denken vanuit tijdelijke contracten, maar vanuit de mogelijkheden die je met je bestaande personeel kunt creëren.

Van idee naar praktijk

In opdracht van de Human Capital Agenda heeft Kasia Treure inmiddels drie scenario’s uitgewerkt. Collegiaal in- en uitlenen:  In dit model werken twee of drie bedrijven die met elkaar samen en maken gebruik van elkaars medewerkers. Flexpool model: Dit werkt met een pool van medewerkers. Zij geven hun beschikbaarheid door, vervolgens kunnen andere bedrijven hierop inschrijven. En Regionaal werkgeverschap: In dit model wordt op grote schaal personeel met elkaar uitgewisseld.  
Het regionale model is het ingewikkeldst. In regio Boskoop start binnenkort een pilot met collegiaal in- en uitlenen. Treure ziet het als een kans om anders naar werk en werkgeverschap te kijken en nodigt ondernemer van harte uit van de mogelijkheid gebruik te maken om mee te doen. “Juist door samen te onderzoeken wat wél kan, kunnen ondernemers elkaar versterken.”

Onderwijs ontwikkelt zich steeds meer naar combinatie praktijk en theorie

Voor de komende 10 jaar ziet Bakker werken en leren steeds meer in elkaar overlopen. “Je ziet dat nu al gebeuren. Opleidingen, cursussen, trainingen en de combinatie met werken raken steeds meer met elkaar verweven.” Bakker spreekt voor het MBO. Het opleidingstraject vindt voor een deel van de opleidingen overwegend plaats op bedrijven. Zijn verwachting is dat opleidingen met voltijdsstudie (BOL) zeker zullen blijven, maar dat de combinatie werken en leren (BBL) zich zal doorontwikkelen. De vraag naar goed opgeleide vakmensen in de (glas)tuinbouw, handel en groenvoorziening blijft groeien. Door de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt kiezen steeds meer studenten van de opleidingen Boomteelt, Teelt en techniek, Groene handel en logistiek en Hovenier voor een BBL-traject (Beroepsbegeleidende Leerweg).

“Met deze BBL-opleidingen, starten we ’s ochtends op school met theorie en gaan de studenten vervolgens de praktijk in. Daar horen zij waar de bedrijven tegenaan lopen en welke kennis en vaardigheden er nodig zijn. Zo ervaren de studenten dat de theoretische kennis die ze opdoen op school, ook direct toepasbaar is in de praktijk. Ervaringen van ondernemers spreken studenten erg aan, naast de lessen van docenten, zeker als je het samen verzorgt.” 

Groepsgevoel en algemene ontwikkeling

De kansen die de EU biedt voor onderwijs worden ook aangegrepen. “De EU stimuleert de samenwerking tussen Europese onderwijsinstellingen. Yuverta MBO Aalsmeer heeft drie jaar geleden samen met partnerscholen uit Spanje, Zweden en Denemarken een Erasmusaanvraag toegekend gekregen. Onze studenten zijn in Spanje geweest en een bezoek aan Kopenhagen staat op de agenda. De buitenlandse studenten hebben op hun beurt kunnen zien hoe het er in Nederland aan toegaat.”
Dit brengt de studenten volgens Bakker niet alleen vakkennis, maar draagt ook bij aan hun algemene ontwikkeling. Ze spreken buitenlandse talen, maken kennis met andere culturen en het is goed voor de groepsbinding. “Daarnaast hebben we contact met landbouwuniversiteiten in onder andere Boekarest en Boedapest. Dat geeft aan dat internationalisering belangrijk is”.

Meewerken aan projecten en fieldlabs

Ook actuele onderwerpen, zoals droogte en de toenemende verzilting in de bollenteelt, krijgen aandacht binnen het onderwijs. “Er zijn veel projecten en fieldlabs waar ik graag aan meewerk met onze studenten. Neem onze studenten van de opleiding Toegepaste Biologie. Zij zijn heel geschikt om mee te werken aan onderzoek naar bijvoorbeeld het stimuleren van plantgroei.”  Als concreet voorbeeld noemt Bakker een onderzoek waarbij een groep studenten met een fotosynthesemeter de activiteit van planten heeft gemeten. “De studenten zijn prima in staat om met deze apparatuur praktisch onderzoek te doen. Ze ontdekten dat de assimilatielampen dagelijks een half uur te vroeg aangingen. Op jaarbasis levert zo’n ontdekking een flinke energiebesparing.” 

Bakker vindt het jammer dat HBO-studenten soms eerder worden gevraagd voor onderzoek, terwijl zijn studenten ook een goede bijdrage aan kunnen leveren. Projecten waarbij samenwerking ontstaat met zowel MBO- als HBO-studenten, zou Bakker van harte toejuichen.

Werken met drones

Weerbaar telen en het arbeidsvraagstuk, zijn enkele uitdagingen voor de toekomst. Robotisering kan daarbij helpen. Bakker ziet in de nabije toekomst binnen het onderwijs een steeds verdergaande integratie met technologie. “In het kader van de Human Capital Agenda, kunnen we als onderwijs, bedrijfsleven en overheid met elkaar de komende jaren werken aan een concrete invulling hiervan.”  Hij denkt onder andere aan werken met drones en ontwikkeling van digitale meet- en regeltechnieken. “Het is belangrijk dat studenten weten hoe ze data moeten ontsluiten, vastleggen én interpreteren.” Ook de Regiodeal en Leven Lang Ontwikkelen (LLO) bieden kansen om in te spelen op deze ontwikkelingen.

Yuverta heeft drie scholen in Aalsmeer: een vmbo, een mavo en MBO en is in 2021 ontstaan uit een fusie van Wellantcollege, Citaverde en Helicon Opleidingen.

Regio Deal Sierteeltregio: Samen investeren in talent, en de regio groeit mee

Op maandag 18 mei kwamen we samen in de Watertoren van de Bollenstreek voor de feestelijke start van zes projecten binnen Programmalijn 2: Duurzame en veerkrachtige arbeidsmarkt van de Regio Deal Sierteeltregio. Een bijzondere locatie voor een bijeenkomst die precies liet zien waar onze regio voor staat: samenwerking, energie en de wil om vooruit te gaan.

Voor mij voelde het als een mijlpaal. De afgelopen maanden heb ik gezien hoeveel ideeën, betrokkenheid en ondernemerskracht er in de regio aanwezig zijn. Tijdens de bijeenkomst werd dat opnieuw bevestigd. Het was mooi om te zien hoe ondernemers, onderwijsinstellingen, gemeenten en programmamanagers elkaar vonden in dezelfde ambitie: bouwen aan een sterke, toekomstbestendige arbeidsmarkt voor de sierteeltsector.

Waarom Programmalijn 2 zo belangrijk is

De sierteeltsector staat voor grote veranderingen. Innovatie, verduurzaming en nieuwe technieken vragen om mensen die kunnen meebewegen en blijven leren. Tegelijkertijd hebben we meer vakmensen nodig die in de sector willen en kunnen werken. De sector moet aantrekkelijk blijven voor nieuwe medewerkers, studenten en zijinstromers. Door te investeren in een leven lang ontwikkelen versterken we niet alleen de Sierteeltregio, maar ook de toekomst van de sector.

Ook in het samenwerkingsprogramma van de Duin‑ en Bollenstreek zien we dezelfde beweging. De vijf gemeenten werken samen aan een sterke, toekomstgerichte regio. De uitdagingen zijn groot, maar de ambitie is dat ook. Programmalijn 2 sluit hier naadloos op aan: hoe zorgen we ervoor dat iedereen kan blijven leren, en dat meer mensen bewust kiezen voor een toekomst in de sierteelt?

Zes projecten die samen één beweging vormen

De zes projecten die nu zijn gestart, bestrijken de hele leer‑ en ontwikkelketen. Ze richten zich op modern werkgeverschap, betere leerpaden, taal‑ en basisvaardigheden, praktijkgericht leren, een blijvend aanbod van korte scholingsmodules en een brede verkenning naar een innovatiecampus voor de regio. Samen vormen deze projecten één beweging:

  • Bedrijven worden aantrekkelijker als werkgevers
  • Medewerkers krijgen meer kansen om zich te ontwikkelen
  • Nieuwe talenten vinden makkelijker hun weg naar de sector
  • En de regio bouwt aan een duurzaam leerecosysteem dat ook na de Regio Deal blijft bestaan.

De bijeenkomst liet zien hoe breed het draagvlak is. De vertegenwoordiging vanuit ondernemers, onderwijs, overheid en regionale partners maakte duidelijk dat dit programma echt van ons allemaal is.

Wat ik zelf zag op maandag 18 mei

Wat mij het meest raakte, was de bereidheid van partijen om samen te bouwen. Ondernemers die hun deuren openen voor studenten. Onderwijsinstellingen die meedenken over flexibele leerpaden. Gemeenten die partners verbinden. Medewerkers die graag willen leren, maar soms nog niet weten waar te beginnen. Deze projecten geven hen straks wél die ingang. Het werd heel concreet: dit gaat over mensen, over kansen, over toekomst.

Een beweging die doorgaat

De bijeenkomst in de Watertoren markeerde het begin van onze gezamenlijke ambitie: een regio waar talent kan groeien, waar werkgevers en werknemers elkaar versterken en waar leren vanzelfsprekend is. Ik kijk ernaar uit om samen verder te bouwen aan wat we de komende jaren kunnen bereiken. Want één ding is duidelijk: als we investeren in mensen, groeit de hele regio mee.

Heb jij een idee voor de Regio Deal?

Heb je een idee voor een project dat aansluit bij deze beweging? Dien het vooral in. We blijven initiatieven verwelkomen die bijdragen aan leren, werken en brede welvaart in de Sierteeltregio.

Neem contact op met:

Basisschool Opmaat wint Tuinbouw Battle Award 2026 op podium Vroegbloeiers

De leerlingen van Basisschool Opmaat kregen de felbegeerde award in handen na hun inzet tijdens de Tuinbouw Battle. De klas won in hun ronde en maakte – mede daardoor – kans op de hoofdprijs. Nico van der Poel, vrijwilliger bij de Tuinbouw Battle, klom op het podium om de prijs te overhandigen.

Nico van der Poel: “Ik ben trots op de inzet van alle kinderen die hebben meegedaan aan de Tuinbouw Battle dit jaar. Ongekend veel enthousiasme! Basisschool Opmaat blonk uit door hun samenwerking, ze maakten prachtige foto’s van het proces van bol tot bloeiende tulp en ze hadden ook nog eens een prachtig bedrag opgehaald voor het goede doel.”

Als kers op de taart gaan de leerlingen, naast dat ze met de award naar huis gaan, per bus naar de Tulip Experience in Noordwijkerhout.

Winnaar speurtocht

Naast het winnen van de award deden een aantal leerlingen mee met het NK Tulpenkeuren. Van elke klas was er één leerling die, na oefenen op school, een wildcard won voor het NK. Op vrijdag 27 maart was het NK met de speciale basisschoolkeuring en vielen twee leerlingen uit Zuid-Holland in de prijzen. Nummer drie en nummer één van het NK werden op deze Vroegbloeiersochtend gehuldigd op het podium.

De speurtocht die ook onderdeel was van deze ochtend leverde, naast een hoop extra kennis, ook een prijs op voor de klas die de meeste vragen goed had. De vragen gingen over de Tuinbouw Battle, de sierteelt en het Bloemencorso Bollenstreek, zo werd de opgedane kennis van de leerlingen getest. Van de Johannesschool had groep 8A de meeste vragen goed en zij winnen een uitje naar De Tulperij in Voorhout.

Remon Blok (Rabobank) overhandigde de prijs uit aan een uitgelaten klas! “Meedoen met de Tuinbouw Battle heeft een sociaal component, daar naast levert kennismaken met de sierteelt indirect een bijdrage aan de brede welvaart in de streek. De sector is tenslotte een grote werkgever, dus het feit dat de leerlingen op deze leeftijd leren en ontdekken in het groen is prachtig.”

Vier de Lente Vroegbloeiers

Vier de Lente Vroegbloeiers is ontstaan als ‘jonge zusje’ van Bloemencorso Bollenstreek om op een verjongende manier kennis van het bollenvak, sierteelt en de streek over te dragen op de nieuwe generatie! Dit is een belangrijke voorwaarde voor de bijschrijving van het Bloemencorso op de UNESCO Werelderfgoedlijst. De Tuinbouw Battle is een prachtige manier om leerlingen van groep 7/8, de zogenaamde ‘Vroegbloeiers’ te enthousiasmeren.

Programmamanager Greenport Duin- en Bollenstreek, Maarten Prins: “Ik ben trots op het project Tuinbouw Battle. Op een laagdrempelige manier en spelenderwijs maken kinderen kennis met de verschillende aspecten van de sierteelt. Zo leren ze dat de sector meer is dan buiten werken in het groen en juist heel veelzijdig is. En als je juf ieder jaar vrij neemt om te gaan steken bij het Bloemencorso Bollenstreek, weet je dat dit iets bijzonders is.”

Leren en werken in het groen

Greenport Duin- en Bollenstreek draagt met de organisatie van de Tuinbouw Battle bij aan de promotie van leren en werken in de sierteelt. Op een speelse manier komen de kinderen in aanraking met de sierteelt en alle aspecten die daar bij horen: verzorging, marketing, verpakking, verkoop, stuksprijs en het maken van een verslag. Als afsluiting wordt de finale van de Tuinbouw Battle georganiseerd op het podium van Bloemencorso Bollenstreek, op deze manier krijgen de kinderen ook hier een inkijkje.

Meedoen met de Tuinbouw Battle? Geef je op!

Eva van der Kwast (organisator Tuinbouw Battle): “Het project Tuinbouw Battle draait nu een aantal jaar en ook in het najaar van 2026 en het voorjaar van 2027 gaat de battle weer van start. Ik nodig alle basisscholen (groep 7/8) uit de regio op om mee te doen! Het project wordt volledig verzorgd en deelname is gratis. Geef je dus op en wie weet sta jij met jouw klas volgend jaar op het podium tijdens de finale. Aanmelden kan via: eva@greenportdb.nl.”
Caroline Kerdijk-leerkracht-Opmaat-over-Tuinbouw-Battle

Lerares Caroline over de Tuinbouw Battle: “De kinderen groeien letterlijk met de tulpen mee”

In het Denklab krijgen leerlingen extra verrijking naast het reguliere onderwijs, waarbij onderzoekend en ontwerpend leren centraal staan. De klas werkte dit jaar met veel enthousiasme aan de Tuinbouw Battle. We spraken haar over de aanpak, ervaringen in de klas en wat het project de leerlingen heeft gebracht.

Waarom wilde je met jouw klas deelnemen aan de Tuinbouw Battle?

“In 2022 werd ik door een collega van basisschool Opmaat op de Tuinbouw Battle gewezen. Ik heb toen met de kinderen van Denklab groep 8 meegedaan en dat was een groot succes. Omdat we destijds met meerdere groepen deelnamen, is het voor ons geen jaarlijks project. Maar ik wilde het graag eens in de vier jaar terug laten komen. Dat is dit jaar gelukt!

De huidige groep 8 kreeg nu zelf de verantwoordelijkheid. Vier jaar geleden maakten ze het project al mee, maar nu mochten ze zelf de tulpen verzorgen, oogsten, inpakken en een verkoopplan maken. Ook dit jaar was het weer een succes.

De Tuinbouw Battle sluit goed aan bij het Denklab, waar we werken aan onderzoekend leren, ontwerpend leren, mindset en executieve functies. Leerlingen onderzoeken de groei van tulpen en zijn daar ook zelf verantwoordelijk voor. Daarnaast moesten de kinderen zelf bedenken hoe ze de tulpen gingen verkopen en maakten ze ontwerpen om de verkoop bekend te maken. Van bol tot tulpenverkoop is door beide Denklab groepen helemaal zelf uitgewerkt.”

Hoe hebben jullie het project aangepakt in de klas?

“Toen de karren in het Denklab lokaal kwamen, heb ik de eerste lading water gegeven. Daarna zijn we met de kinderen afspraken gaan maken. Elke dag waren er drie andere kinderen verantwoordelijk voor het water geven. Omdat Denklab groep 8 pas op maandag de eerste bijeenkomst had, hebben de kinderen van Denklab groep 6-7 de eerste dagen beide karren onderhouden. Het schema stond op het whiteboard in de klas.

Omdat ik zelf alleen op maandag en donderdag aanwezig ben, lag er een behoorlijke verantwoordelijkheid bij de groep zelf de rest van de week. Dat hebben ze fantastisch gedaan. Ze hielpen elkaar en herinnerden elkaar aan het waterschema.

Tijdens de Denklab-momenten werkten de leerlingen in groepjes aan verschillende onderdelen van het project, zoals prijsbepaling, het kiezen van een goed doel, het maken van een verkoopplan en het vastleggen van het proces. Ze hadden hier maar drie keer een uur voor, want de tulpen groeiden zo ontzettend snel dat we het programma moesten aanpassen om alles op tijd te kunnen oogsten, inpakken en verkopen.”

Wat vonden de kinderen leuk aan de Tuinbouw Battle?

“De kinderen vonden het fantastisch om verantwoordelijk te zijn voor de groei van de tulpen. Ze gingen elke dag kijken of er weer iets veranderd was. Er waren zelfs twee meisjes uit Denklab groep 5 zo enthousiast, dat zij elke pauze wel even het Denklab lokaal in kwamen om de tulpen te checken. Zij zaten in een lokaal naast ons en konden zo de karren goed in de gaten houden.

Je ziet ze ook als groep enorm groeien in het omgaan met elkaar en elkaar helpen waar het nodig is. Dus ook voor een goed groepsproces is dit een heel fijn project!”

Waren er ook uitdagingen?

“Ja, die waren er zeker. Sommige kinderen waren zo enthousiast met water geven dat de bakken soms overstroomden. De twee meiden uit Denklab groep 5 hebben mij dat een keer zien oplossen met doekjes en maatbekers en zij wilden het vanaf toen wel oppakken. Erg leuk om te zien dat deze meiden zich zo verantwoordelijk hebben gevoeld voor de tulpen en dat zij op de dagen dat ik er niet was even alles in de gaten wilden houden.

Ook vonden de kinderen het lastig om tot een goede prijs te komen, want je kan niet in ieders portemonnee kijken. Uiteindelijk heeft marktonderzoek en de prijs van de teler zelf de doorslag gegeven.

Daarnaast was het organiseren van gezamenlijke momenten soms een uitdaging, omdat de Denklab-groepen op verschillende dagen les hebben. Mijn collega’s waren hierin heel flexibel, daar ben ik ze erg dankbaar voor.”

Wat hebben de kinderen geleerd over ondernemen en verkopen?

“De kinderen vonden het dus enorm lastig om een goede prijs te bepalen voor de verkoop van de tulpen. In eerste instantie zaten ze vrij hoog en achteraf gezien misschien net weer iets te laag. Hierin hebben ze veel geleerd over ondernemen en verkopen. Van het doen van een prijsonderzoek naar tulpen in de winkels tot het maken van posters voor de verkoop op het schoolplein, ook hebben zij als groep heel goed gekeken naar wat ze met de tulpenopbrengst wilden doen. Ze kozen ervoor het in drie delen te schenken aan Kika, Prinses Maxima Centrum en het Wereld Natuur Fonds.”

Hoe heb jij het als leerkracht ervaren?

“Ik heb dit project nu twee keer mee mogen maken met twee totaal verschillende groepen. Wat mij opvalt, is hoe groot het verantwoordelijkheidsgevoel van de kinderen is. Waar ze in de klas soms moeite hebben met plannen of afspraken nakomen, zag ik nu leerlingen die elke dag met de tulpen bezig waren. Ook in de groep als geheel zie je mooie ontwikkelingen tijdens zo’n project. Ze helpen elkaar, ze ondersteunen elkaar, ze geven elkaar tips en ze hebben het maar mooi met elkaar gedaan!”

Wat zou je andere leerkrachten willen meegeven die twijfelen om mee te doen?

“Het is een project waarbij je met weinig voorbereiding tot zeer mooie resultaten komt. Je wordt goed geholpen door vrijwilligers en de leerlingen vinden het echt fantastisch.

Je ziet je groep groeien en ook individuele leerlingen maken mooie ontwikkelingen door. Het is echt een ervaring om niet te vergeten. Want hoe gaaf is het dat je met echt materiaal aan de slag mag gaan! De kinderen groeien letterlijk met de tulpen mee.”

Heb je nog een mooie anekdote?

“Mijn dochters hebben ook aan de Tuinbouw Battle meegedaan in 2022, toen zij hoorden dat ik dit project weer zou gaan doen, kwamen de mooie verhalen van dit project weer naar boven! Het blijft een leuk, leerzaam project. Wij hopen in 2030 weer mee te mogen doen.”