demoveld-inloopavond-greenport

Woensdag 20 mei: lnloopavond Demoveld Bollenstreek

Bezoekers horen die avond meer over de laatste ontwikkelingen op het veld en kunnen in gesprek met bollenteler Henk Verdegaal, coördinator van het demoveld en onderzoeker Anne Marie van Dam. Zij doet samen met studenten van de HAS green academy onderzoek op het demoveld.

Speciaal inloopmoment voor bewoners

Op het demoveld wordt gewerkt aan een bollenteelt zonder of met minder chemische middelen en meer aandacht voor biodiversiteit, bodemgezondheid en waterkwaliteit. Tijdens het inloopmoment krijgen geïnteresseerden uitleg over de innovaties die momenteel in de praktijk worden getest.

Meer biodiversiteit en minder chemie

Zo zijn op het veld bloemenmengsels aangelegd die natuurlijke vijanden van plaaginsecten aantrekken. Daarvoor is er ook een gemengde haag, die de biodiversiteit op het veld verhoogt. Ook wordt geëxperimenteerd met bollenteelt op ruggen, met mechanische onkruidbestrijding.

Innovaties in de praktijk

Daarnaast kunnen bezoekers kennismaken met nieuwe technieken zoals druppelfertigatie bij hyacintenteelt op ruggen. Via speciale slangen in de bodem krijgen planten gericht water en voeding toegediend. Studenten van de HAS green academy doen op het veld onderzoek naar onder meer biodiversiteit en het temperatuurverloop in de ruggen tijdens koude periodes.

Onderzoek en praktijk komen samen

Het demoveld is bedoeld als een plek om te leren, te onderzoeken en te ervaren. Een praktijklocatie waar nieuwe inzichten worden getest. Daarbij wordt gekeken naar onder meer opbrengst, bodemkwaliteit en insecten. Er is een nauwe link met het initiatief Regiocertificering, waarin telers gezamenlijk werken aan een verdere verduurzaming in de sector.

De kennis uit het demoveld, studentenonderzoek en Regiocertificering komt samen in het Kennisplatform Duurzame Bollenstreek. Dit project wordt mogelijk gemaakt met financiering van de Europese Unie en provincie Zuid-Holland.

Aanmelden

Aanmelden is momenteel niet meer mogelijk. Door de grote belangstelling hebben wij woensdagavond twee momenten ingepland en deze zitten vol. Heeft u interesse in een bezoek aan het veld? Laat uw gegevens dan achter bij eva@0o3dtqcgqkk.preview.infomaniak.website en schrijf u via demoveldbollenstreek.nl in voor berichtgeving over het veld. 

(Het inloopmoment biedt bewoners de kans om van dichtbij te zien wat er gebeurt op het veld en vragen te stellen over de verschillende teeltmethoden en onderzoeken. Meer informatie is te vinden op demoveldbollenstreek.nl. Geïnteresseerden worden gevraagd zich vooraf aan te melden, dat kan via dit formulier. En om zoveel mogelijk op de fiets te komen. In verband met de persoonlijke aandacht die we willen geven, kunnen we maximaal 40 mensen ontvangen. Bij veel belangstelling wordt een extra moment ingepland.)

Het Demoveld Bollenstreek wordt mogelijk gemaakt met financiering van:

Rapportage Regiocertificering beschikbaar

De inzichten

Met behulp van vijf kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) krijgen kwekers inzicht in hun prestaties op het gebied van stikstof, fosfaat, bodemkwaliteit, gewasbescherming en probleemstoffen. Die inzichten maken het mogelijk om gericht te verbeteren én van elkaar te leren binnen teeltgroepen.

Eerste effecten zichtbaar

De eerste effecten zijn zichtbaar: de datakwaliteit verbetert, het aantal deelnemers groeit en steeds meer kwekers passen maatregelen toe op hun bedrijf. Tegelijkertijd blijft het in de praktijk zoeken naar wat werkt, bijvoorbeeld bij het terugdringen van fosfaat of emissies.

Volledige rapportage en samenvatting beschikbaar

Benieuwd naar de resultaten, leerpunten en vervolgstappen? Bekijk de samenvatting of de volledige rapportage.

greenport_eindbijeenkomst_regiocertificering_pilotjaar_2025

Partners Regiocertificering in video’s aan het woord

Aan het woord komen

Bekijk de interviews

Deze partners delen hun kijk, laten zien wat Regiocertificering oplevert en spreken hun wensen en verwachtingen uit. Bekijk de interviews.

Simon Pennings aan het woord – initiatiefnemer Regiocertificering

“Met Regiocertificering maken kwekers duurzame bollenteelt aantoonbaar”

Volgens Mulder zit daar precies de meerwaarde. “Het geeft een methodiek om inzichtelijk te maken waar je staat als bedrijf. Daarmee kun je richting omgeving en overheid onderbouwen dat je werkt aan een duurzame bollenteelt, met een economisch en ecologisch verantwoorde impact. Die balans is cruciaal en zorgt voor draagvlak.”

Advies aan de keukentafel, met data als basis

Als teeltadviseur speelt Mulder een directe rol in dat proces. “Het gebeurt aan de keukentafel. Samen kijken we naar de kritische prestatie-indicatoren (KPI’s): waar sta je, waar zitten de knelpunten en waar kun je verbeteren?” Die KPI’s – bijvoorbeeld op het gebied van milieubelastingspunten en het gebruik van probleemstoffen – vormen de basis voor het advies. “Zo kijken we concreet naar bemesting en de voorgenomen bespuitingen: wat kan slimmer en met minimale impact op de omgeving?” “De basis daarvoor is data vanuit de teeltregistratie”, vervolgt Mulder. “Binnen Regiocertificering wordt de teeltregistratie opgehaald en vertaald naar KPI’s. Ongeveer 60 procent van de deelnemende kwekers werkt met ons teeltregistratiesysteem GMN Crop. We kijken nu samen met Schuttelaar & Partners hoe we dit systeem kunnen koppelen aan Farmmaps, zodat dataverzameling efficiënter wordt en minder tijd kost. Via Farmmaps kunnen de KPI’s vervolgens automatisch berekend worden.” De onderbouwing voor de adviezen komt onder andere uit praktijkonderzoek. “Zo doen we op de proeftuin van het Expertisecentrum Bloembollenteelt in Breezand onderzoek naar de inzet van biostimulanten en gewasbeschermingsmiddelen met een groen profiel. Die kennis nemen we mee naar de kweker. Want soms kun je met een ander middel hetzelfde resultaat bereiken, maar met minder impact op de omgeving, dus minder milieubelasting.”

Meer bewustwording, andere keuzes

Regiocertificering zorgt voor verandering in de praktijk. “Ik merk dat kwekers bewuster keuzes maken”, zegt Mulder. “Denk aan het gebruik van grovere spuitdoppen om pendimethalin te spuiten of het vervangen van een probleemstof die in het water wordt gevonden door een geschikt alternatief.” Ook bij ziektebestrijding verschuift het denken. “Zo wordt bij vuurbestrijding het middelenpakket steeds kleiner. Dan ga je actief op zoek naar alternatieven die minder belastend zijn voor het milieu, zonder dat je inlevert op resultaat.”

“Het zijn soms echt kleine aanpassingen met een groot effect”



Samenwerken aan één lijn

Binnen Regiocertificering overleggen teeltadviseurs van Agrifirm-GMN en Delphy onder meer over gezamenlijke adviesrichtlijnen. “Die zorgen ervoor dat we op specifieke onderwerpen en KPI’s vanuit dezelfde uitgangspunten adviseren”, legt Mulder uit. Die richtlijnen worden regelmatig aangescherpt. “Op basis van nieuwe inzichten kijken we wat werkt en wat niet. En hoe we ervoor zorgen dat maatregelen ook echt uitvoerbaar zijn in de praktijk.” Praktische tips spelen daarin een belangrijke rol. “Bijvoorbeeld: gebruik voor toepassing van bodemherbiciden in de winter een grovere spuitdop dan voor de gewasverzorging in het voorjaar. Of kijk in hyacint, narcis of bijgoed of je gebruik kunt maken van bodemherbiciden zonder pendimethalin. Het zijn soms echt kleine aanpassingen, met een groot effect.’’

Hardnekkige uitdagingen blijven

Tegelijkertijd zijn er nog knelpunten. “Voor sommige teelten zijn we echt afhankelijk van bepaalde middelen zoals pendimethalin. Daarvoor is met name in de tulpenteelt geen goed alternatief.” Om deze middelen te behouden, blijft emissie een groot aandachtspunt. “We moeten alles op alles zetten om te voorkomen dat middelen in het water terechtkomen door zo zorgvuldig mogelijk te werken.” Die zorgvuldigheid zit vaak in praktische keuzes op het erf en in het veld, van spuittechniek tot driftbeperking, zoals Agrifirm recent toelichtte in een artikel met tips uit de praktijk.

Van meten naar sturen

De komende jaren moeten laten zien dat de aanpak van Regiocertificering werkt. “We moeten kunnen aantonen dat de milieubelasting daalt en dat we minder probleemstoffen in het water terugzien.” Daarmee sluit Regiocertificering aan op een bredere ontwikkeling richting doelsturing. “Kwekers willen zelf aan de knoppen zitten. Deze aanpak helpt om dat onderbouwd te doen, gericht toe te werken naar een doel, met data als basis.”

Foto: Robert Waasdorp

greenport_pps_bollen_bodem_aaltjes_ecc_leiden

Eindmeeting Bollen@Bodem & Aaltjes brengt sector in beweging

Gezonde bodem begint bij een sectoroverstijgende aanpak

Binnen de PPS lag de focus op één duidelijke overtuiging: duurzame bollenteelt begint bij een gezonde bodem én alle bodemgebruikers moeten daaraan bijdragen. Daarom ontwikkelden de projectpartners kennis en praktische tools voor integraal bodembeheer, met speciale aandacht voor het beheersen van aaltjes. Tijdens de eindmeeting presenteerden zij de uitgevoerde onderzoeken, de belangrijkste inzichten en concrete aanknopingspunten voor vervolg.

Van visie naar praktijk

Bernd Feenstra (KAVB) gaf tijdens de opening aan dat de beeldvorming over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aangeeft dat het beter moet (ookal worden er al minder middelen gebruikt t.o.v. 2011). Hier wordt in Toekomst Bollenvak aan gewerkt.

Het belangrijkste resultaat van PPS Bollen@Bodem en Aaltjes is dat er een sectoroverstijgende aanpak nodig is voor duurzaam bodemgebruik. Een aaltje kan namelijk zowel in een akkerbouwgewas als in een bollenteelt schade veroorzaken. In het project is daarom samengewerkt tussen sectoren en was er een goede samenwerking tussen partners en onderzoekers. Binnen deze PPS zijn ook trainingen georganiseerd voor erfbetreders. Dit is belangrijk om meer begrip te krijgen over hoe duurzaam bodemgebruik in de praktijk werkt.

Samenwerken tussen huurders en verhuurders begint met een goed gesprek aan de keukentafel en daarvoor is een checklist ontwikkeld. Om goed samen te werken moet data gedeeld worden met alle gebruikers van een perceel, maar data delen is nog niet zo makkelijk. Het bodemkwaliteitsplan kan een tool zijn voor een meer integrale aanpak van het bouwplan van het perceel.

Paneldiscussie

Tijdens de paneldiscussie kwam naar voren dat de huidige praktijk rondom verhuur van percelen niet toekomstbestendig is. In Nederland is het areaal te klein om het slecht te beheren. Daarom zijn nieuwe en aangepaste afspraken (o.b.v. van deze PPS) tussen huurder-verhuurder essentieel.

Het was een interessante bijeenkomst waarbij er nog genoeg stappen te nemen zijn om de aaltjes te beheersen op een manier die passend is. Samen vooruit dus.”

Focus op aaltjes en toekomst

Na de lunch richtten de sprekers zich op de praktische aanpak van aaltjes. Ze bespraken onder andere inundatie en de aanpak van Trichodoridenproblematiek in de praktijk. Inundatie heeft niet alleen effect op plantenparasitaire aaltjes, maar ook op vrijlevende aaltjes en schimmel/bacterie verhoudingen. Daarbij lijkt het aaltjes P.anemones niet alleen een probleem te zijn voor lelie, maar ook kunnen gewassen in de rotatie het aaltje vermeerderen. Dus een goed bouwplan is essentieel voor de beheersing van P. anemones, maar er is meer kennis nodig om te weten welke gewassen er gekozen moeten worden voor het bouwplan.

Samen vooruit

Tijdens de afsluitende interactieve ‘nu-wat?’-sessie keken deelnemers samen vooruit. Ze verkenden welke stappen nodig zijn om de sector verder te versterken en bouwden zo een brug tussen de afronding van het project en het vervolg. Daarbij kwam unaniem naar voren dat er meer kennis nodig is over trichodoriden om de schade van deze groep aaltjes zo veel mogelijk te beperken, maar ook moet voorkomen worden dat stengelaaltje de nieuwe galmijt wordt.

Partners

Met deze eindmeeting sloten de betrokken partijen samen met professionals uit de bollensector   de PPS succesvol af.  Deze Publiek Private Samenwerking wordt gefinancierd door Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen, KAVB, Stichting Bloembollenonderzoek, Royal Anthos, CNB, Agrifirm NWE B.V., Farmplus B.V., BO Akkerbouw, Bollenacademie, Keukenhof B.V., Greenport Noord-Holland Noord en Greenport Duin- en Bollenstreek.
Het onderzoek werd uitgevoerd door Wageningen University & Research en Vertify i.s.m. de partners.

Basischool Opmaat winnaar ronde 2 TBB

Basisschool Opmaat winnaar Tuinbouw Battle ronde 2

In het eindrapport van Opmaat kwamen alle onderdelen van de battle duidelijk en overtuigend terug. De leerlingen brachten het volledige proces van bol tot bloeiende tulp prachtig in beeld met foto’s. Ook de samenwerking tussen verschillende groepen werd door de jury als bijzonder sterk beoordeeld. De verslagen over het groeiproces en het water geven waren zorgvuldig uitgewerkt en getuigen van aandacht en betrokkenheid.

Volledige inzet door de leerlingen

Wat extra opviel, was de mate van zelfstandigheid. De leerlingen namen verantwoordelijkheid, ook op momenten dat de leerkracht niet dagelijks aanwezig was. Daarnaast werd er een duidelijke planning gemaakt en werkten de leerlingen samen aan het bepalen van de prijs en het opstellen van een verkoopplan. Dit resulteerde in een prachtige opbrengst van 326,50 euro voor KiKa. Ook het interview met de leerkracht en het visueel vastleggen van het tulpen keuren maakten het project compleet.

Concurrentie van andere scholen

De keuze voor een winnaar was niet eenvoudig. Ook de andere deelnemende scholen lieten zien hoeveel inzet, creativiteit en enthousiasme er in de klas aanwezig is. De jury spreekt haar waardering uit voor alle inzendingen van deze ronde en kijkt vol trots terug.

Ronde 3 is gestart

De tweede ronde is inmiddels afgerond en de derde ronde is in volle gang. De komende periode gaat de jury opnieuw in beraad om tot een volgende winnaar te komen. Tijdens de finale op 15 april worden alle deelnemende scholen samengebracht en wordt de Tuinbouw Battle Award uitgereikt. Op dat moment doen de leerlingen ook een speurtocht waarmee ook een leuke en leerzame prijs te winnen is.

Leerlingen deden mee aan het NK Tulpenkeuren

Binnen de Duin- en Bollenstreek wordt de Tuinbouw Battle regionaal georganiseerd en gekoppeld aan de sterke bollensector in het gebied en aan het NK Tulpenkeuren waaraan de leerlingen ook mee konden doen. Voor elke klas was één wildcard beschikbaar, waardoor een aantal leerlingen mee kon doen aan het officiële NK op vrijdag 27 maart in Keukenhof. De winnaar is bekend en wordt tijdens de finale van de Tuinbouw Battle op woensdag 15 april nogmaals in het zonnetje gezet. Zo draagt de Tuinbouw Battle bij aan het enthousiasmeren van een nieuwe generatie voor de groene sector.

Over de Tuinbouw Battle

De Tuinbouw Battle is een project, ontwikkeld door Greenport Noord-Holland Noord, waarin basisschoolleerlingen op een interactieve manier kennismaken met de tuinbouwsector. De leerlingen gaan zelf aan de slag met het telen, verzorgen en uiteindelijk verkopen (of weggeven) van hun product. Daarbij leren zij niet alleen over teelt en natuur, maar ook over ondernemerschap, samenwerking en presentatie.

Meedoen aan de battle

In het najaar van 2026 starten weer drie rondes Tuinbouw Battle. Elke ronde heeft plek voor vijf scholen of klassen. Meedoen is kosteloos en Greenport Duin- en Bollenstreek zorgt ervoor dat de karren op school komen en er wekelijks een korte les is over de groei van de bol en bloem. Meer informatie is te vinden op www.greenportdb.nl/tuinbouw-battle en aanmelden kan via eva@0o3dtqcgqkk.preview.infomaniak.website.