Demoveld-Bollenstreek-tulpen-aafke-jan-seignette-interview

Nationaal Convenant Gewasbescherming

Doelstelling

Het waarborgen van gezonde teelten en voedselproductie, gecombineerd met een forse reductie van de milieubelasting. Ook wil het kabinet af van het zogeheten “postcodebeleid”, waarbij gemeenten eigen regels hanteren die per regio verschillen. Lees hier meer over het

Horizon

Waar eerdere visies zich richtten op 2030, is bij de aftrap van het nieuwe convenant 2040 als stip op de horizon genomen. Dit geeft veredelaars en telers de tijd om grote stappen te zetten in innovatie en alternatieven.

Belangrijkste actuele ontwikkelingen

Sinds de start in mei onder leiding van onafhankelijk voorzitter Gert-Jan Segers en staatssecretaris Silvio Erkens, zijn dit de belangrijkste actuele ontwikkelingen:

  1. Strakke deadline voor akkoord hoofdlijnen
    Juli-deadline: Het proces moet begin juli leiden tot een convenant-op-hoofdlijnen.Sectorale uitwerking: Na de zomer start direct de concrete doorvertaling naar specifieke deelsectoren (zoals de akkerbouw en glastuinbouw). Die gesprekken lopen door tot in 2027, al moet er eind dit jaar al meer duidelijkheid zijn voor telers.
  2. Nieuw voorstel: ‘Autoriteit Gewasbescherming’
    De plantaardige sectoren (waaronder LTO) hebben voorgesteld een onafhankelijke Autoriteit Gewasbescherming op te richten. Dit idee is gebaseerd op de succesvolle aanpak van antibioticareductie in de veehouderij (de Autoriteit Diergeneesmiddelen) om te helpen bij de verduurzaming zonder telers het perspectief te ontnemen.
  3. Betrekken van de ketenpartners
    Ketenoverleg: Er hebben inmiddels aparte overleggen plaatsgevonden met toeleveranciers en afnemers uit de handel en verwerking onder leiding van Greenports Nederland.
    Risicospreiding: De focus ligt hierbij op een eerlijke verdeling van de risico’s, kosten en internationale markteisen, zodat de lasten van verduurzaming niet alleen op het bord van de teler belanden.
  4. Directe achterbanraadpleging (volg het webinar – voor leden)
    Op donderdag 2 juli organiseren BO Akkerbouw, Greenports NL, LTO en het NAJK een gezamenlijk webinar voor agrarische leden. Tijdens deze sessie kunnen boeren en tuinders hun opmerkingen en input meegeven, vlak voor het sluiten van het hoofdlijnenakkoord.

Betrokken partijen

Het traject is geïnitieerd door staatssecretaris Silvio Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Aan de onderhandelingstafel zitten diverse partijen, waaronder LTO Nederland, maatschappelijke organisaties (zoals Natuur en Milieu), gemeenten (VNG), waterschappen, BO Akkerbouw, Glastuinbouw Nederland, KAVB en Greenports Nederland.

meld-je-aan-voor-tuinbouw-ondernemersprijs-greenport

Provinciale Tuinbouwvisie 2050 onderstreept belang van samenwerking in de Bollenstreek

Voor de Bollenstreek betekent dit dat de sector verder moet werken aan weerbaar telen, slimmer watergebruik, minder milieubelasting en een toekomstbestendig verdienmodel. De visie benadrukt dat deze opgaven niet door individuele ondernemers of overheden alleen kunnen worden opgelost. Juist gebiedsgerichte samenwerking is nodig om de economische kracht van de bollensector te verbinden met een gezonde leefomgeving.

Greenport Duin- en Bollenstreek als verbindende kracht

Daarbij wordt de Greenport Duin- en Bollenstreek nadrukkelijk gepositioneerd als het brandpunt van de samenwerking tussen overheden, sector, kennispartners en andere betrokken partijen in de regio. Vanuit die rol kan de Greenport partijen verbinden, gezamenlijke opgaven agenderen en projecten aanjagen die bijdragen aan een sterke en duurzame Bollenstreek. Lopende initiatieven, zoals de Regio Deal Sierteeltregio, de inzet op waterkwaliteit en de ontwikkeling van een zoetwaterstrategie, sluiten hier goed op aan.

Duidelijk opdracht en kans

De Tuinbouwvisie 2050 is geen directe beleidswijziging, maar vormt wel een belangrijk vertrekpunt voor toekomstig provinciaal beleid. Voor de Bollenstreek ligt er daarmee een duidelijke opdracht én kans: samen werken aan een bollensector die ook in 2050 economisch vitaal is, past binnen de grenzen van water, bodem en natuur, en verbonden blijft met de streek waarin zij diep geworteld is.

Document Waarde van Tuinbouw | Tuinbouw van Waarde – Visie 2050

Bekijk hier het volledige bestand.

demodag-dahlia-keukenhof-greenport-ondernemers-in-the-lead

Praktijkdemo onkruidbeheersing in de dahlia’s trekt ruim 50 bezoekers

Onkruidbeheersing is een belangrijk thema binnen de bloembollensector. Gewasbeschermingsmiddelen spelen hierin nog altijd een grote rol, maar bij de verdere verduurzaming van de teelt is het verlagen van de milieu-impact een belangrijke opgave. Uit gesprekken met kwekers blijkt dat dit vraagt om een gewasspecifieke aanpak, waarbij een combinatie van maatregelen, machines en teeltmethoden nodig is.

Bij de tulpen en lelies zijn dit voorjaar praktijkdemo’s georganiseerd door Ondernemers in de Lead. Een groep dahliakwekers heeft de koppen bij elkaar gestoken om ook in de dahlia’s kennis te delen en gezamenlijk verder te komen. Dit resulteerde in een praktijkdemonstratie van een tiental systemen die kunnen bijdragen aan een duurzamere vorm van onkruidbeheersing. Tijdens de demo werden onder meer precisie-eggen, schoffelmachines (ook met luchtnorzels), padenschoffels, een laserweeder en spotsprayer in actie gezien.

De praktijkdemo was niet alleen een geslaagde bijeenkomst, maar vooral ook een veelbelovende start. De dahliakwekers komen binnenkort opnieuw bij elkaar om de vervolgstappen te bespreken. Doel is om in het voorjaar van 2027 een grootschaliger en gestructureerd vervolg te geven aan deze eerste demonstratie met Keukenhof en de Greenport.

Dank aan Fa. Bisschops en Fa. M.H. van der Zon & Zn voor het beschikbaar stellen van hun percelen voor de demonstraties. Ook de koelkast van De Tulperij bleek op deze zomerse dag van onschatbare waarde.

demodag-dahlia-keukenhof-greenport-ondernemers-in-the-lead

Adviesrichtlijnen Regiocertificering maken verduurzaming concreet en breder toepasbaar

Regiocertificering biedt een concrete structuur om duurzaamheidsdoelen meetbaar te maken en prestaties tussen kwekers te vergelijken. Binnen deze aanpak staan waterkwaliteit, nutriëntenbalans en bodemkwaliteit centraal. Het gaat onder meer om het terugdringen van stikstof- en fosfaatoverschotten, het berekenen van organische stof in de bodem en het beperken van de milieubelasting van gewasbeschermingsmiddelen.

KPI’s als basis voor inzicht en verbetering

Regiocertificering werkt met kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) die de voortgang op duurzaamheidsdoelen meten en zichtbaar maken. Deze indicatoren richten zich op onderdelen waar kwekers zelf invloed op hebben, zoals:

  • stikstof- en fosfaatoverschotten in de bodem
  • organische stofgehalte van de bodem
  • milieubelasting van gewasbeschermingsmiddelen, uitgedrukt in milieubelastingspunten (MBP), die het effect laten zien op de kwaliteit van het water en de bodem
  • probleemstoffen, het gebruik van actieve stoffen uit gewasbeschermingsmiddelen die teruggevonden worden in het oppervlaktewater

Door deze gegevens structureel te verzamelen, ontstaat een beeld van de prestaties op bedrijfsniveau én op regionaal niveau.

Van data naar praktijk: de rol van adviesrichtlijnen

De uitkomsten van de KPI’s worden vertaald naar praktische handvatten via de zogenoemde Adviesrichtlijnen Regiocertificering. Deze richtlijnen maken inzichtelijk wat de cijfers betekenen in de dagelijkse bedrijfsvoering en welke stappen bijdragen aan verdere verbetering.

De adviesrichtlijnen worden regelmatig geactualiseerd op basis van nieuwe inzichten uit Regiocertificering, ervaringen van kwekers en input van erfbetreders. Zo sluiten ze aan op de praktijk en blijven ze actueel.

Samen leren met ruimte voor maatwerk

Een belangrijk uitgangspunt van Regiocertificering is dat de adviesrichtlijnen breed worden gedragen en toegepast binnen de sector. De richtlijnen zijn tot stand gekomen in nauwe samenwerking met erfbetreders Delphy en Agrifirm en enkele kwekers uit de regio. Met deze partijen zijn afspraken gemaakt over het gebruik en de toepassing van de richtlijnen.

Ook andere partijen in de regio ondersteunen het initiatief en dragen de adviesrichtlijnen uit richting kwekers. Zo draagt Van der Veek bij aan de bekendheid en toepassing van de richtlijnen binnen de sector.

Tegelijkertijd blijft er ruimte voor professioneel maatwerk. De diversiteit aan bedrijven in de Duin- en Bollenstreek vraagt om een praktische toepassing die aansluit bij de situatie op het bedrijf. Daarom houden de adviesrichtlijnen rekening met verschillende bedrijfssituaties. Omstandigheden zoals weersinvloeden, bodem- en gewasomstandigheden of specifieke teeltkeuzes kunnen aanleiding geven om tijdelijk af te wijken van de richtlijnen.

Drie teeltgroepen, één gezamenlijke basis

Voor verschillende teeltgroepen zijn specifieke adviesrichtlijnen opgesteld:

  • voorjaarsbloeiers
  • vaste planten
  • zomerbloeiers

Deze documenten geven gerichte adviezen over het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen binnen de betreffende teelten. De richtlijnen worden gedeeld met kwekers uit de pilotgroepen van Regiocertificering en erfbetreders, en verder doorontwikkeld op basis van praktijkervaring.

Meer weten of de adviesrichtlijnen opvragen?

De adviesrichtlijnen zijn bedoeld als praktisch hulpmiddel in de dagelijkse bedrijfsvoering en als ondersteuning bij verdere verduurzaming van de sector. Wie meer wil weten over de aanpak of de documenten wil inzien, kan contact opnemen met: Harry Kager, projectleider Regiocertificering Duin- en Bollenstreek. 

Internationale-medewerkers-aan-het-woord-leidsch-dagblad-greenport

Samen verantwoordelijkheid nemen voor arbeidsmigratie  

“Arbeidsmigratie wordt steeds vaker genoemd in bestuurlijke en maatschappelijke discussies. Afhankelijkheid, noodzaak, woningtekort, uitbuiting en overlast zijn de terugkerende woorden. Daar horen volgens mij ook kwetsbaarheid en complexiteit nadrukkelijk bij. Ik mag een coördinerende rol spelen om het thema arbeidsmigranten handen en voeten te geven in de Regio Deal Sierteeltregio.

Het coördineren van de programmalijn Arbeidsmigranten vind ik een mooie opgave omdat het vooral over de kwetsbaarheid van mensen gaat. De doelen en beoogde projecten proberen overheden, instellingen en marktpartijen (beter) te laten samenwerken. Die samenwerking beoogt meer inzicht te generen op de omvang en samenstelling van de arbeidsmigranten en om de kwetsbaarheid van die groep te verminderen.  Er moet met veel aspecten rekening worden gehouden zoals werkomstandigheden, huisvesting, welzijn, gezondheid en mobiliteit. Dat maakt het complex omdat verantwoordelijkheden en belangen niet eenduidig zijn. Ook is er een toenemende maatschappelijke weerstand tegen arbeidsmigranten.

In de sierteeltregio zijn er duizenden mensen actief in de sierteeltsector, zowel bij de kwekerijen als bij de veiling en andere logistieke knooppunten. Waren dat in de beginfase vooral Polen, nu zijn er ook andere nationaliteiten uit Oost -en Zuid-Europa, Afrika en Zuid-Amerika werkzaam. Dagelijks leveren zij hun bijdrage aan de economische waarde van onze regio.  Uiteindelijk willen we door de inzet van automatisering en robotisering minder afhankelijk worden van de inzet van arbeidsmigranten en daarbij ook toekomstbestendiger te worden. Dat vergt nog tijd en geld om zo ver te komen.

Arbeidsmigratie in goede banen leiden vraagt om realisme, samenwerking en betrokkenheid. Door binnen de Regio Deal met overheden, instellingen en marktpartijen samen te werken, kunnen we de kwetsbaarheid verminderen en zicht krijgen op de mensen achter de cijfers. Ondanks de complexiteit geloof ik dat we stap voor stap kunnen toewerken naar betere leefomstandigheden voor arbeidsmigranten én een toekomstbestendige sierteeltregio.”

Bron: Greenport Boskoop

Water-bodem-kwaliteit-erf-landbouwportal-Rijnland

Dashboard meetresultaten oppervlaktewater geeft inzicht: van meten naar verbeteren

“Een jaar wachten met delen van de meetresultaten is eigenlijk te laat”, zegt Jasperien de Weert van Hoogheemraadschap van Rijnland. “Je wilt weten wat er nu gebeurt, zodat je ook sneller kunt handelen.”

Van jaarlijkse terugblik naar actuele inzichten

Het Hoogheemraadschap van Rijnland meet al vanaf 2013 de waterkwaliteit in het bollengebied. Op zeven meetpunten worden maandelijks monsters genomen. Ook bij andere teelten, zoals de akkerbouw en glastuinbouw, vinden metingen plaats.

Voorheen werden de resultaten vooral gebruikt om achteraf te beoordelen of aan de jaargemiddelde milieukwaliteitsnorm werd voldaan. “Dan duurt het lang voordat je een terugkoppeling kunt geven”, vertelt Jasperien. “Door de meetresultaten maandelijks inzichtelijk te maken, kunnen we sneller zien waar aandacht nodig is. Past iets in een patroon? Of is er sprake van een opvallende hoge piek? Dat geeft aanleiding om eerder het gesprek te voeren waar de hoge concentratie door veroorzaakt kan zijn.”

Niet om af te rekenen, maar om te begrijpen

Het dashboard is openbaar. Dat is een bewuste keuze. “De gegevens zijn openbaar. Door de gegevens zelf in een dashboard te presenteren, kunnen we ook uitleg geven bij wat mensen zien. Een verhoogde concentratie betekent niet automatisch dat iemand iets verkeerd heeft gedaan. We willen vooral duiden: wat zien we, waardoor kan het komen en wat kunnen we ervan leren.”

Volgens Jasperien is er meestal geen sprake van onwil. “Bij een deel van de emissieroutes wordt in het dagelijks werk niet altijd stilgestaan.  Het voorkomen van emissies gaat vaak om bewustwording. Over hoe dagelijkse handelingen op het erf uiteindelijk de waterkwaliteit beïnvloeden?”

Samen zoeken naar oorzaken

Juist die duiding levert waardevolle inzichten op. Zo bleek in het verleden dat stoffen niet altijd afkomstig waren uit de bron waaraan in eerste instantie werd gedacht. Een voorbeeld is imidacloprid. Hoewel dit middel in de teelt niet meer is toegestaan, werd het toch nog in het oppervlaktewater aangetroffen. Uiteindelijk bleek de herkomst elders te liggen. Imidacloprid is namelijk nog wel toegelaten als biocide, bijvoorbeeld in vlooienbanden en shampoos voor honden en katten. Via waterzuiveringen kan de stof alsnog in het oppervlaktewater terechtkomen.

“Daarom is het belangrijk om eerst de data goed te bekijken voordat je conclusies trekt”, aldus Jasperien.

Ook de actieve stoffen uit gewasbeschermingsmiddelen Securo, Stomp en Wing P vragen aandacht in de meetresultaten. Pyraclostrobin, de actieve stof in Securo, wordt de laatste paar jaar steeds meer aangetroffen op de meetpunten. “Dat baart me zorgen”, zegt Jasperien. “Tegelijkertijd proberen we juist te begrijpen waardoor dat komt en hierover het gesprek te voeren.”

Inmiddels ontstaat er steeds meer inzicht in mogelijke emissieroutes. Zo blijkt dat resten van ontsmettingsmiddelen, die nu en in het verleden zijn gebruikt, via bollenkisten in het oppervlaktewater terecht kunnen komen en daar hoge piekcontraties kunnen veroorzaken. Dit gebeurt wanneer deze kisten nat worden door regen en het regenwater naar het oppervlaktewater stroomt. Ook bij het reinigen van kisten kan water vanaf het erf in de sloot terechtkomen. “Door met elkaar in gesprek te gaan, kun je achterhalen waar emissies ontstaan en welke verbeteringen mogelijk zijn.” Binnen Regiocertificering worden kwekers gewezen op deze emissieroutes en krijgen zij praktische tips om emissies te voorkomen.

“Ik hoop over een aantal jaar naar een maagdelijk wit dashboard te kijken”

Zichtbaar maken wat werkt

Het dashboard laat niet alleen zien waar aandacht nodig is, maar ook waar vooruitgang wordt geboekt. “We meten al sinds 2013. Daardoor kunnen we ook zien of maatregelen effect hebben”, vertelt Jasperien. “Denk aan de aanpassingen rondom het middel Stomp en Wing P, de aandacht voor het inklappen van de spuitboom boven de sloot, het gebruik van de kantdop en het gebruik van alternatieve middelen vanuit het MilieuBelastingsPunten-systeem binnen Regiocertificering. Door te meten, kun je volgen of gezamenlijke inspanningen daadwerkelijk iets opleveren.”

Het dashboard geeft geen inzicht op bedrijfsniveau, benadrukt ze. “Je kunt niet zien welke kweker verantwoordelijk is voor een bepaalde verhoogde concentratie. Je ziet wel wat er in het bollengebied gebeurt.”

Meer regie door transparantie

Volgens Jasperien helpen objectieve gegevens om vertrouwen op te bouwen. “Door te meten én te duiden, voorkom je dat onterecht met een beschuldigende vinger wordt gewezen. Tegelijkertijd kun je laten zien welke stappen de sector zet en welke resultaten dat oplevert.” Dat is niet alleen belangrijk richting overheid en waterschap, maar ook richting maatschappij en afnemers. “Als sector kun je onderbouwen dat je maatregelen neemt en werkt aan verbetering. Dat geeft regie.”

Kijk mee en stel jezelf de vraag: kan het anders?

Op de vraag wat Jasperien hoopt wat kwekers met het dashboard gaan doen, antwoordt ze: “Kijk welke stoffen je terugziet in het dashboard. Gebruik jij deze middelen? Stel jezelf dan de vraag of er op jouw bedrijf emissieroutes zijn waar je nog niet aan hebt gedacht.” Daarbij hoeft niemand het alleen te doen. “Schakel bijvoorbeeld een gratis erfemissiecoach in via het Landbouwportaal en vraag om een onafhankelijke blik. Of bespreek het met je teeltadviseur. Emissies ontstaan vaak op plekken of bij handelingen waar je ze misschien niet direct verwacht.”

Benieuwd naar de resultaten? Bekijk het dashboard en selecteer ‘bollengebied’