Finn, Stijn en Tom blikken terug op hun afstudeeropdracht op het Demoveld Bollensteek

De drie studenten Finn, Tom en Stijn presenteerden hun bevindingen tijdens het GreenportCAFÉ van woensdag 5 februari. We vroegen ze naar hun ervaring op het Demoveld Bollenstreek en naar hun eindpresentatie. Finn deed de presentatie en Tom en Stijn sloten aan toen de vragen werden gesteld.

Hoe hebben jullie het GreenportCAFÉ op woensdag 5 februari ervaren?

Tom: “Op woensdag 5 februari 2025 was een evenement (GreenportCAFÉ) georganiseerd door verschillende organisaties om ons onderzoek te presenteren en hoe het Demoveld in Hillegom er nu bij staat. Bij dit evenement waren verschillende belanghebbenden aanwezig: telers, adviseurs, de Bollenjongens, vertegenwoordigers Living Lab B7, vertegenwoordigers van Greenport Duin- en Bollenstreek en medewerkers van de HAS green academy.”

Stijn: “Aafke Schaap (onze begeleider) opende de middag en gaf een update over het Fieldlab Bollenstreek (hiervoor is nu een subsidieaanvraag gaan en het Demoveld Bollenstreek wordt onderdeel van dit Fieldlab Bollenstreek).”
Finn: “Hierna heb ik een presentatie gegeven over ons onderzoek naar natuurinclusieve bollenteelt. Dit onderzoek heb ik samen uitgevoerd met mijn mede HAS Green Academy studenten Tom Vroomen en Stijn Wesselingh.”

Hoe vonden jullie het om de resultaten te presenteren?

Finn: “Ik moet eerlijk zeggen dat ik het uitvoeren van de presentatie toch spannend vond. Wij hebben samen besloten dat ik de presentatie ging doen. Ik wist van te voren niet welke mensen (en van verschillende organisaties) aanwezig zouden zijn. Hierdoor was het voorbereiden van de presentatie uitdagend. Terugkijkend heb ik de gehele presentatie goed kunnen uitvoeren en mijn (en dus ons) verhaal kunnen vertellen. Ik kreeg veel positieve feedback over de presentatie én over mijn presentatieskills. Hierna kwamen diepgaande vragen die ik samen met Tom en Stijn beantwoord heb. Dit leidde tot interessante en vooral leerzame discussies! Deze punten kan de volgende onderzoeksgroep voor het Demoveld meenemen in hun onderzoek.”

Hoe hebben jullie de afgelopen 20 weken onderzoek ervaren?

Tom: “Het onderwerp was nieuw voor ons. De meeste bollen worden geteeld in Noord-Holland en Zuid-Holland.” Finn vult aan: “Ik woon ik Limburg en hier worden vrijwel geen bollen geteeld. Dit maakte het onderzoek nieuw, maar ook vooral uitdagend!” Stijn: “De serie Bollenjongens heeft ons zeker geholpen om een inzicht te geven hoe deze teelt in zijn werking gaat.”
Finn: “Hierna was het erg zoeken hoe we de bollenteelt in een duurzamer jasje konden stoppen en de methoden toepasbaar zijn op het Demoveld. Wij hebben gekeken naar vier deelonderwerpen om verduurzaming in de bollenteelt toe te passen:

  • Bemesting
  • Onkruidbestrijding
  • Plaagbestrijding
  • Schimmelbestrijding

Dit hebben we onderzocht doormiddel van een literatuurstudie. Hiernaast hebben wij nog interviews uitgevoerd met expert op deze deelonderwerpen op hypotheses en kennis te delen. Hieruit rolde een advies van verschillende methoden die toepasbaar zijn op het demoveld om de vier deelonderwerpen in een duurzamer jasje te steken. Met dit onderzoek zijn wij een klein deel van een grote organisatie. Wij hopen dat dit onderzoek stappen gaat zetten en gezocht wordt naar de gouden middenweg van de duurzame teelt van bollen met een minder ecologische impact op de natuur en onze leefomgeving.”

Posters en presentatie

De vier posters en de presentatie zijn beschikbaar.

Het onderzoek van de studenten van HAS green academy op het Demoveld Bollenstreek is een ‘verkennend onderzoek’. Het doel hierbij is om een globaal overzicht en algemeen beeld te krijgen, om later gerichter onderzoek uit te voeren waarbij geschikte methoden geïdentificeerd kunnen worden. Een aantal van de methoden zijn of worden ook in de praktijk getest om de methode te demonstreren en ervaring op te doen over de potentie van de methode.

De conclusie(s) die deze studenten trekken heeft alleen betrekking op dit specifieke onderzoek, met zijn eigen vraagstelling en onderzoeksdoelen. Een volgende groep studenten pakt het onderzoek verder op.

HAS-studenten Finn, Stijn en Tom over hun onderzoek op het Demoveld Bollenstreek

De heren stellen zich kort voor en vertellen hoe ze bij de opdracht terecht zijn gekomen.

Finn is 22 jaar, zit in zijn afstudeerjaar van de opleiding Toegepaste Biologie (specialisatie Ecologie) aan de HAS Green Academy te Venlo, Stijn is 23 jaar en studeert Toegepaste Biologie (specialisatie Plant) aan de HAS Hogeschool in ‘s-Hertogenbosch en Tom is 20 jaar en studeert ook Toegepaste Biologie (specialisatie Ecologie) bij HAS Green Academy in Venlo. Alle drie zijn ze al van jongs af aan geïnteresseerd in de (wilde) levende natuur, biologie en planten.

Tom en Finn hebben beiden de opdracht natuurinclusieve bollenteelt toegewezen gekregen en specialiseren zich tot ecoloog. Stijn heeft voor deze opdracht gekozen omdat hij met planten wil werken en op deze manier meer ervaring kan opdoen in het werken met telers.

Wat is relatie tot bollen/bloemen en biodiversiteit
e/o natuurinclusief telen?

Finn: “De huidige bloembollenteelt wordt intensief uitgevoerd. Om het milieu een handje te helpen zijn er verschillende duurzame mogelijkheden van telen, waaronder natuurinclusieve bollenteelt. Binnen deze teeltmanier wordt de natuur ingezet op het perceel om de groei van bloembollen te bevorderen. Door bijvoorbeeld een hoge biodiversiteit te realiseren kunnen ziekten en plagen die de bloembollen (negatief) aantasten bestreden worden door natuurlijke plaagbestrijding.”  

Stijn: “Met gangbare bollenteelt worden gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest gebruikt. Dit is omdat voor bollenteelt alleen een hoge kwaliteit bol kan verkocht worden. De gewasbeschermingsmiddelen hebben ook invloed op fauna, flora en schimmels wat weer invloed heeft op de biodiversiteit. Natuurinclusief telen is relatief nieuw, dus er moet nog goed gekeken worden welke gevolgen/risico’s hieraan zitten als je kijkt naar de kwaliteit van de bollen.”

Tom: “Door de biodiversiteit te bevorderen zouden natuurlijke processen zoals plaagbestrijding, waterhuishouding, bodemgezondheid, etc. ondersteund kunnen worden. Dit kan de kwaliteit van de teelt verbeteren en de kosten voor o.a. gewasbeschermingsmiddelen verlagen. Jammer genoeg vindt de overgang naar natuurinclusief telen niet zo snel plaats als gehoopt. Dit project wil dan ook een rol spelen in het bevorderen van een grootschalige overgang naar natuurinclusief telen in Nederland.”

“Van wat ik heb gezien is het gebied op en rond het Demoveld Bollenstreek aardig divers aan soorten. Wat me erg blij maakt als een bioloog.”

Wat vinden jullie van het Demoveld Bollenstreek en wat gaan
jullie precies onderzoeken?

Hierop geven Finn, Stijn en Tom zo goed als hetzelfde antwoord: “Op dit demoveld gaan wij onderzoeken hoe op een duurzame manier ziekten, plagen en onkruiden bestreden kunnen worden – die ook naar voren komen met de verbetering van de biodiversiteit. Daarnaast onderzoeken we wat het effect is van biologische bemesting op de narcissenteelt. Als laatste kijken we naar hoe de biodiversiteit op en rondom het demoveld uitgebreid kan worden.

Het is geweldig om te zien dat er door verschillende organisaties een demoveld is ontstaan. Dat al deze organisaties via het Demoveld Bollenstreek willen kijken naar duurzame teeltmethodes voor een milieuvriendelijke toekomst. Het is namelijk alleen maar mogelijk om theorieën te bevestigen door ze in de praktijk te testen. Door op dit veld theorieën te testen, kan hopelijk concreet bewijs gegeven worden van welke invloeden natuurinclusief telen heeft op de opbrengst van de teelt.

Van wat we hebben gezien is het gebied op en rond het Demoveld Bollenstreek aardig divers aan soorten.”

Wat valt jullie op aan de bevindingen van de voorgaande groep studenten?

Finn: “Naar mijn mening is over de indeling van het demoveld goed nagedacht en gerapporteerd. De verdere onderzoeken naar bodemleven en insectenmonitoring geeft een mooie basis om te zien in welk stadium het demoveld zich nu bevindt. Deze data is ook een mooie ‘0-meting’ als basis voor toekomstige onderzoeken.”

Stijn: “Dat er nog niet een groot verschil in biodiversiteit tussen natuurextensief en natuurinclusief gevonden is. Ook een grote focus op bodemleven. Wat erg interessant was sinds dit voor teelt niet vaak wordt onderzocht zover ik weet.”

Tom: “De vorige groep studenten heeft goed onderzoek kunnen verrichten naar o.a. de diversiteit die op het demoveld aanwezig is en het bodemleven. De data en conclusies die ze hebben getrokken zijn van groot belang voor het bepalen van toekomstige stappen in deze en andere projecten.”

“Het is geweldig dat door een samenwerking van zoveel verschillende mensen en organisaties het Demoveld Bollenstreek is opgericht.”

Waarom zijn jullie veel op het Demoveld en wat hopen jullie
aan te treffen/mee te maken?

Finn: Dit onderzoek gaat zich veel richten op een literatuurstudie door het huidige seizoen. Maar we zijn zeker een aantal keer op het Demoveld Bollenstreek voor onder andere het biologische bemesting onderzoek. Ik hoop dat ons onderzoek een stap dichterbij duurzame Nederlandse bollenteelt zet. Dat ons onderzoek met verzamelde kennis en geteste praktijkervaringen een positieve verandering mag bijdragen aan de Nederlandse bollenteelt. Dit geeft mijzelf ook een fijn gevoel dat ik hier een bijdragen aan mag leveren.

Stijn: Ik denk dat dit onderzoek minder op het veld gaat komen vergeleken met het vorige onderzoek, de momenten dat we op het veld komen gaan we graag zien hoe stikstofrijk de twee gebieden zijn en welke onkruiden er in januari zijn.

Tom: Bij dit project zullen we eigenlijk minder vaak op het veld aanwezig zijn dan bij vorige B.O.’s, o.a. door het jaargetijde. Wel zal regelmatig bodemonderzoek plaatsvinden om de effecten van biologische bemesting te onderzoeken op de/het bodem(leven) en narcissenteelt op het demoveld.

“Ik hoop dat ons onderzoek een stap dichterbij duurzame Nederlandse bollenteelt zet. Dat ons onderzoek met verzamelde kennis en geteste praktijkervaringen een positieve verandering mag bijdragen aan de Nederlandse bollenteelt.”

demoveld-bollenstreek-greenport

Onderzoek HAS-studenten op Demoveld Bollenstreek en update Kennisplatform Duurzame Bollenstreek (Fieldlab)

Afgelopen voorjaar is het eerste teeltseizoen op het Demoveld Bollenstreek geweest. Hierbij zijn twee soorten tulpen geteeld. Buiten dat er ervaring is opgedaan met het telen op een natuurinclusieve en extensieve wijze, is ook de biodiversiteit gemeten. De komende jaren zal dit ook gebeuren, om zo uiteindelijk een beeld te krijgen welke biodiversiteit je kan aantreffen in de bollenteelt, welke (positieve) effecten dit kan hebben op de teelt en wat natuurinclusieve maatregelen doen met de opbrengst op het perceel. 

De grootste les van het eerste seizoen bollenteelt op het Demoveld is dat je het lef moet hebben om het anders te doen en dat het heel veel tijd kost alle gevangen insecten te determineren. Maar daarnaast is het een mooi resultaat dat onder andere weergeeft dat er:

  • Op de natuurinclusieve zijde een significant hoger aantal kruipende insecten is gevonden;
  • In en langs de bloemenstrook hogere aantallen kruipende en vliegende insecten tot bepaalde afstand zijn gevonden; 
  • Houtvezel en een dikkere strolaag positief zijn ervaren: de onkruiddruk bleef binnen de perken;
  • Geen schadelijke aaltjes zijn aangetroffen.

Blijf het Demoveld volgen voor meer inzichten de komende jaren! Lees meer >>>

Kennisplatform Duurzame Bollenstreek (Fieldlab)

Projecten zoals het Demoveld Bollenstreek bieden perspectief voor bollentelers en agrariërs om nieuwe praktijken met elkaar te testen. Om hier in de toekomst meer agrariërs de ruimte voor te geven zijn we de afgelopen maanden hard aan het werk om tot een ontwerpplan voor een experimenteerlocatie te komen. Dit betekent dat initiatieven zoals het Demoveld, kunnen groeien in de Duin- en Bollenstreek en dat er ook een grote focus ligt om samen het beter te doen en de kennis ook met elkaar te kunnen delen om de Bollenstreek een bloeiende regio te houden.

Momenteel proberen we al een project gefinancierd te krijgen om een begin te maken voor een kennisplatform. Hierin kan kennis uitgewisseld worden, praktijkproeven opgestart en geleerd worden vanuit doelsturing. Dit alles wordt gecoördineerd door een projectleider. 
Het ontwerpplan zal eind van dit jaar af zijn en worden ingediend als subsidie. Mocht je aan willen sluiten, op de hoogte gehouden willen worden of een initiatief hebben wat bij een experimenteerlocatie past, laat dat weten via communicatie@greenportdb.nl. We komen graag met je in contact!

EU-landbouw-fieldlab
Demoveld-Bollenstreek-tulpen-aafke-jan-seignette-interview

Demoveld Bollenstreek: “Het weer viel nog niet mee!”

Welke verwachtingen hadden jullie van tevoren?

Bram wilde ervaring opdoen met nieuwe teeltmaatregelen die in de praktijk niet zo snel uitgevoerd zouden worden. Ontdekken wat wel/niet werkt, doen en ervaren.
Aafke en Cassandra dragen het motto van Living Lab B7 uit: ‘doen-leren-beter doen’. Zij zijn dan ook gestart met het Demoveld met de verwachting dat ze een heleboel zaken zouden tegenkomen die van tevoren niet ingeschat konden worden. “Over het algemeen hoopten we dat het Demoveld een plek zou worden waar telers samen met ons én andere partijen ervaring op kunnen doen en van elkaar kunnen leren als het gaat om het telen van gezonde bollen, gebruikmakend van en met meer ruimte voor biodiversiteit.”

Wat viel nog niet mee?

Bram: ” De galmijtbestrijding van de gerooide bollen vraagt om een nieuwe aanpak. Die nieuwe aanpak is nog niet bij alle bedrijven in de praktijk bekend of uitvoerbaar. We hebben biologische teler Huiberts bereid gevonden om ons te helpen met een ULO-behandeling van de bollen. Dit is een toekomstbestendige manier om galmijtproblemen te voorkomen, maar of deze manier op onze bedrijven haalbaar is, is nog zeer de vraag.”

Goed onderzoek naar het effect op virusoverdracht en het effect van een bloemenrand, heg en groen spuitschema is nog best lastig. Welk effect hebben de maatregelen nu daadwerkelijk op het viruspercentage van het gerooide product? En mogen we hier wel een effect van verwachten?

Aafke en Cassandra zeggen in koor: “Het weer viel niet mee! Oktober 2023 is het begonnen met regenen en die regen heeft lang aangehouden. Daardoor liep het planten van de bollen vertraging op en kon de groenbemester niet ingezaaid worden. Het maakte meteen duidelijk dat we ons voortdurend zouden moeten aanpassen op de gegeven omstandigheden.”

Wat hebben jullie geleerd?

Bram: “Bodemresetten heeft goed gewerkt om van veel lastige wortelonkruiden af te komen en dat het afdekken met houtvezel een goede methode bleek om onkruid te beheersen. Bodemleven bij houtvezel is anders dan bij stro.

Aafke en Cassandra: “Dat starten met ‘doen’ inderdaad veel oplevert en dat je ervoor moet gaan. Daarbij is het ook belangrijk om vertrouwen te hebben in elkaar. Wij waren ook erg onder de indruk van de kennis, kunde, daadkracht en inzet van de jongens op het veld. Met name Bram Mulder (Agrifirm-GMN) heeft heel veel betekent in het meedenken en regelen van allerlei praktische zaken, ook met begeleiding van de studenten.”

Waar zijn jullie het meest trots op? 

Bram: “Samenwerking van vooruitstrevende bedrijven in de streek om te onderzoeken hoe ieders belang zo veel mogelijk gediend kan worden in de bollenteelt van de toekomst.”

Aafke en Cassandra: “Dat we een goed eerste seizoen hebben gedraaid, met als concreet resultaat ‘demoveld-tulpenbollen’ die gebruikt gaan worden in o.a. de Tuinbouw Battle!”

Wat vinden jullie van de resultaten van het onderzoeksverslag van Indy en Pim?

Bram: “We hebben veel geleerd over het effect van de verschillende teeltmaatregelen op de biodiversiteit. Pim en Indy hebben ons met een andere bril laten kijken. Aandacht voor het rendement van de teelt moet echter wel genoeg aandacht krijgen in het vervolgonderzoek.”

Aafke en Cassandra: “Het onderzoek van Indy en Pim richtte zich met name op de biodiversiteitsmonitoring op het veld. Omdat we in de beginfase zitten zijn de effecten op biodiversiteit (nog) beperkt. Alleen ‘kruipende insecten’ als loopkevers waren in grotere aantallen te vinden aan de zijde die natuurinclusief geteeld wordt dan op de extensieve zijde. De monitoring wordt de komende tijd voortgezet en deze eerste resultaten geven een mooie voorzet voor verder onderzoek naar natuurinclusieve teelt.” 

“Mooi om te zien dat er al veel biodiversiteit wordt aangetroffen.”

Is uit de onderzoeken gekomen wat jullie hadden verwacht?

Bram: “De praktische ervaring met de nieuwe teeltmethoden was leerzaam. De bedrijfseconomische haalbaarheid van de verschillende maatregelen en de langetermijneffecten in de bedrijfsvoering zijn echter nog wel onzeker.”

Aafke en Cassandra: “Ja, zoals verwacht zijn er nog geen conclusies te trekken na een eerste teeltseizoen over de effecten op biodiversiteit. Wel is het mooi om te zien dat er al veel biodiversiteit wordt aangetroffen. Met betrekking tot de teelt is het positief te noemen dat de combinatie van natuurinclusieve teeltmaatregelen en minder chemische gewasbeschermingsmiddelen het onkruid en botrytis onder controle is gehouden.”

Hoe kijken jullie naar de volgende onderzoeksronde van de HAS-studenten?

Aafke en Cassandra: “Ook voor het onderzoek geldt ‘doen-leren-beter’ en dat meten en bijsturen een belangrijk onderdeel is. We verwachten in elk geval dat de volgende onderzoeken ons steeds meer inzicht geven in natuurinclusief telen, dat zijn heel welkome inzichten.”

Hoe verliep de samenwerking onderling?

Bram, Aafke en Cassandra: “Soms is het nog wel een beetje zoeken naar wat ieders rol en verantwoordelijkheid is in het project (dat is niet vreemd als verschillende organisaties samenwerken), maar de samenwerking gaat gevoelsmatig steeds beter.”

Wat zijn jullie dromen voor de toekomst als het gaat als het gaat om de bollenteelt in de Duin- en Bollenstreek?

Bram: “Ik zou het gaaf vinden om de maatregelen die we nemen op het Demoveld te integreren in de gangbare teelt. Denk dan aan het gebruik van houtvezel of het bodemresetten wat we hebben uitgevoerd. Daar is nog wel meer onderzoek en ervaring voor nodig. Daarnaast gaan we nog meer gebruikmaken van technologie (bijv. drones, sensoren en data) die ons helpt om betere beslissingen te nemen en middelen specifiek in te kunnen zetten, precies waar/wanneer ze nodig zijn.”

Aafke en Cassandra: “Dat de bollenteelt iets toevoegt aan zowel natuur als landbouw. Een toekomstbestendige teelt met veel biodiversiteit en natuurwaarden.”

Onderzoeksverslag natuurinclusieve teeltmaatregelen Demoveld Bollenstreek beschikbaar

Eind 2023 zijn de eerste tulpenbollen geplant op het demoveld voor natuurinclusieve bollenteelt in Hillegom. Doel van het demoveld is om natuurinclusieve teeltmethoden die goed zijn voor zowel bollenteelt als biodiversiteit te testen en samen (telers en onderzoekers) te ervaren. Studenten van de HAS green academy worden betrokken bij de experimenten. Dit voorjaar hebben zij met verschillende meetmethoden de insecten op het demoveld gemonitord.

Natuurinclusief vs. extensief

De studenten onderzochten of er verschil in biodiversiteit is tussen de ‘natuurinclusieve’ en de ‘extensieve’ zijde van het demoveld. Op de natuurinclusieve zijde zijn geen chemische gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, is houtvezel aangebracht om onkruid te onderdrukken en is compost toegepast. Op de extensieve zijde zijn in beperkte mate herbiciden en insecticiden (tegen bladluis) gebruikt en is stro en mest opgebracht.
Op de natuurinclusieve zijde is naast de sloot een akkerrand ingezaaid om natuurlijke plaagbestrijders aan te trekken. Het natuurinclusieve en extensieve deel worden gescheiden door een heg die voedsel en schuilplek voor dieren biedt. De studenten keken ook of de akkerrand en heg daadwerkelijk meer insecten aantrekken.

Monitoring insecten

Van maart tot en met mei zijn elke twee weken met potvallen en plakvallen de aantallen insecten op beide zijden gemeten. Uit de resultaten van de potvallen, waarmee kruipende insecten als springstaarten en loopkevers gevangen worden, bleek dat op de natuurinclusieve zijde grotere aantallen insecten voorkwamen. Springstaarten maakten een groot deel uit van de gevangen insecten, die mogelijk werden aangetrokken door de houtvezellaag. De plakvallen, waarmee vliegende insecten gevangen worden, lieten geen verschil tussen de beide delen zien. Dat kan met de geringe grootte van het veld en de mobiliteit van de insecten te maken hebben.

Bloemenrand en bufferzone: meer insecten

Vooral in de bloemenstrook werden veel insecten aangetroffen, evenals in de potvallen direct naast deze rand. Maar ook naast de rand op de extensieve zijde van het veld zaten meer insecten. In deze rand is geen bloemenrand ingezaaid, maar bestaat de rand uit een grasstrook die als bufferzone dient tussen het veld en de sloot. Dit kan erop wijzen dat de sloot(randen) zelf een belangrijke bron van insecten zijn. In het onderzoek naar het broedsucces en landgebruik van gele kwikstaarten wordt dit verder onderzocht. De heg, die nog in ontwikkeling is, trok geen grotere insectenaantallen aan.

Verdere metingen

Naast insectenmetingen zijn ook vuur, tulpenmozaïekvirus (TBV) en de aanwezigheid van schadelijke aaltjes gemeten. Beide zijden lieten goede resultaten zien: er werd nagenoeg geen vuur aangetroffen en geen aaltjes. Uit bladmonsters bleek dat besmetting met TBV beperkt is gebleven tot maximaal 1,3% aan de extensieve zijde. Aan de natuurinclusieve zijde werd geen TBV gevonden, wat waarschijnlijk een meetfout is om dat bij het planten van de tulpen een besmettingsgraad van 0,6% gemeten werd.

De resultaten bieden perspectief

Ook al lijken de effecten op biodiversiteit nog beperkt, toch is er perspectief voor een natuurinclusieve bollenteelt. Dat er geen aaltjes en vuur is aangetroffen is een goed teken! Daarbij wordt de milieu-impact met deze manier van telen aanzienlijk verminderd. Dit is te zien aan het aantal milieubelastingpunten (MBP), een maat voor de impact op de omgeving van gewasbeschermingsmiddelen. Op zowel de natuurinclusieve als de extensieve zijde van het demoveld is het aantal milieubelastingpunten gedaald met ruim 98% en 77%.

Vervolg onderzoek

Komend teeltseizoen worden de metingen herhaald om het meerjarige effect van natuurinclusieve teeltmaatregelen op zowel biodiversiteit als de kwaliteit van de bollen te bepalen.

Onderzoeksverslag en poster

Het onderzoeksverslag over het eerste teeltseizoen op het Demoveld Bollenstreek is hier te lezen. Het doel van het onderzoek is om concrete maatregelen te ontwikkelen, toe te passen en bij te sturen om de biodiversiteit in de bollenteelt te verbeteren.

Download hier de poster.

Poster-onderzoek-Indy-en-Pim-Demoveld-Bollenstreek-greenport

Het demoveld is een initiatief van Living Lab B7 (een consortium met o.a. HAS green academy), de Bollenjongens, Agrifirm-GMN en Greenport Duin- en Bollenstreek.

Patrijs-demoveld-bollenstreek-Hugo-Langezaal-greenport

Vogels op en rond het Demoveld Bollenstreek

Op het Demoveld Bollenstreek voor natuurinclusieve bollenteelt in Hillegom worden teeltmaatregelen genomen die tot meer biodiversiteit moeten leiden. Om dit te monitoren worden verschillende metingen uitgevoerd. In het voorjaar van 2024 hebben vrijwilligers van agrarische natuur- en landschapsvereniging Geestgrond voor het eerst de broedvogels geteld op en rond het demoveld. Geestgrond voert al 25 jaar ‘bollenvogeltellingen’ uit in de Bollenstreek.

Het telgebied bij het demoveld bestaat uit het perceel van het demoveld en vier omliggende percelen met een totale grootte van 14,3 hectare. Nadruk bij de tellingen ligt vooral op het bepalen van het aantal territoria (een stukje leefgebied verdedigd door een specifieke vogel) van bollenvogels als gele kwikstaart, veldleeuwerik en patrijs. Maar ook andere vogels die hun territorium in het telgebied hebben, zoals witte kwikstaart en meerkoet, worden meegeteld. Tijdens vijf telrondes zijn hier 10 soorten vogels gezien die territoriaal gedrag vertoonden (zoals zang).

Territoria bollenvogels in de Bollenstreek

De meest voorkomende soort was de gele kwikstaart met 7 territoria (waarvan 1 in het demoveld), gevolgd door de veldleeuwerik met 6 territoria (waarvan 1 in het demoveld). Van de patrijs werd 1 territorium vastgesteld. Scholekster en kievit zijn bollenvogels die samen met de eerste drie soorten de ‘high five’ van de bollenvogels vormen. Van de scholekster werden 2 territoria vastgesteld. De kievit werd wel waargenomen maar de waarnemingen wezen niet op een territorium. De andere waargenomen soorten zijn meerkoet (2 territoria, waarvan 1 in de vaart naast het demoveld), witte kwikstaart (3 territoria), bergeend, knobbelzwaan en spreeuw (geen territoria).

Het aantal territoria van gele kwikstaart en veldleeuwerik is opvallend hoog in dit gebied. Dat is in lijn met eerdere tellingen, waaruit blijkt dat de omgeving (met name de Zilkerpolder) een ‘hotspot’ is voor deze bollenvogels. De openheid van het landschap speelt daarin mogelijk een belangrijke rol.

Vogels weten het Demoveld Bollenstreek goed te vinden!

De territoria in het demoveld betekenen niet automatisch dat hier een vogel daadwerkelijk gebroed heeft. Een vogel kan ergens zingen zonder op broeden over te gaan, of het veld wordt als voedselgebied gebruikt terwijl het nest zelf op een naastgelegen perceel ligt. Wat de tellingen in elk geval wel laten zien is dat vogels het demoveld goed weten te vinden!

Bron: Living Lab B7
Foto: Hugo Langezaal