Het Demoveld Bollenstreek ligt aan de Schelpvisserlaan in Hillegom, een kleine een rustige straat. Een plek waar alleen bestemmingsverkeer komt en over het algemeen niet veel activiteit is op het land er omheen. Nu het Demoveld Bollenstreek volledig in gebruik is, is er meer reuring dan de bewoners van de straat gewend zijn. Reden genoeg om de omwonenden uit te nodigen op (en later ook in) het demoveld en te informeren over alle activiteiten aldaar: wat gebeurt er en waarom, uitleg over de bollenteelt in zijn algemeenheid, wat de Bollenjongens doen om zo schoon mogelijk te werken en welke insectenvallen er staan.
Na de koffie en verdere uitleg lieten de Bollenjongens in het veld zien wat hun opviel: zoals schimmelplekjes op het blad, die hopelijk nog indrogen. De planning is dat er volgend jaar hyacinten bloeien. “Dan gaat het hier lekker ruiken!”, aldus een buurvrouw. Daarnaast staat ook op de planning dat dit demoveld vaker open gaat voor het publiek. Lees meer over het Demoveld Bollenstreek >>>
Indy en Pim zijn vol goede moed aan de slag gegaan met hun onderzoek, en onderzoeksplan, op het demoveld. Zij doen hier als tweede groep studenten onderzoek tot 1 juli 2024.. Hoe het zo komt dat zij voor een studie aan de HAS green academy hebben gekozen en voor dit onderzoek leggen ze graag zelf uit.
Vertel eens iets over jezelf en hoe je terecht bent gekomen bij deze opdracht?
“Ik ben Pim van Duuren, 21 jaar en student Toegepaste Biologie aan de HAS green academy in Den Bosch. Biologie vond ik het interessantste vak op de middelbare school, vandaar dat ik het ook ben gaan studeren. Nu aan het einde van mijn studie heb ik deze opdracht toegewezen gekregen als afstudeerproject.
Indy is de onderzoekspartner van Pim: “Ik ben Indy Lexmond, 22 jaar en ook vierdejaars toegepaste biologie student aan de HAS. Mijn interesse naar flora en fauna begon al op jonge leeftijd. Ik was altijd al heel onderzoekend en nieuwsgierig, en super geïnteresseerd naar hoe alles in de biologie samenwerkte. Door verschillende soorten stages te hebben gelopen ben ik erachter gekomen dat planten mij het meest interesseren, dit omdat er zoveel factoren meespelen en er nog zoveel te ontdekken valt. Ik hoop met deze opdracht dan ook een steentje bij te kunnen dragen aan een nieuwe vorm van telen. Omdat wij biologen in opleiding zijn kijken wij met een andere visie op de bollenteelt en kunnen onze ideeën van toegevoegde waarde zijn.
Wat is relatie tot bollen/bloemen en biodiversiteit e/o natuurinclusief telen?
Pim: “Het zou mooi zijn als je bollen kan telen en tegelijkertijd de biodiversiteit op peil kan houden en daar gebruik van maken. Als je dat doet dan ben je natuurinclusief aan het telen. In de gangbare bollenteelt is er vaak geen tot weinig aandacht voor de biodiversiteit, dat is erg zonde. Op het moment dat de omgeving divers is in soorten dan is er vaak een natuurlijk antwoord op ziektes, plagen of extreme weersomstandigheden. Het gewas hoeft dus minder te vrezen voor deze bedreigingen.”
Indy: “Bollen vereisen veel aandacht omdat we streven naar een zo mooi mogelijk verkoopbare plant. Dit brengt velen zorgen met zich mee omdat er een hoge druk ligt op het fenotypen. De meeste schimmels, bacteriën en insecten zijn niet schadelijk voor de bollen, maar door het gebruik van chemische middelen gaan ook goede organismes dood. Dit is slecht voor het gewas omdat de meeste dingen zich vanzelf oplossen in de natuur. Door een gezonde bodem te creëren en dus ook bollen kan je veel van deze bedreigingen al elimineren. Met natuur inclusieve toevoeging zou je dit kunnen stimuleren om het optimale effect van de oplossingen uit de natuur te verkrijgen.”
Wat vind je van het demoveld en wat gaan jullie precies onderzoeken?
Pim: “Ik vind het tof dat er een demoveld beschikbaar is en dat we dus buiten aan de slag kunnen gaan. Het feit dat het buiten is zorgt ervoor dat de bollen in eenzelfde soort omgeving staan als de bollen in het veld. Dat betekent dat de data/resultaten die uit dit onderzoek naar voren komen beter te vertalen zijn naar het “echte” veld. Want ze staan nu niet in een gecontroleerde omgeving vrij van alle invloeden die bollenvelden ervaren als ze geteeld worden.”
Indy: “Ik vind het goed dat ze een stuk land beschikbaar hebben gesteld om onderzoek op uit te voeren. Het is heel interessant om op het veld te zien wat de maatregelen voor effect hebben, omdat een lab proef niet altijd even goed werkt in de praktijk. We krijgen hier de mogelijkheid om dingen uit te proberen die de meeste telers niet op hun gewas durven toe te passen, natuurlijk begrijpelijk omdat dat hun inkomsten zou kunnen beïnvloeden. Het is ook erg interessant omdat dit een juiste weergave is van hoe het in het werkveld eraan toe gaat, heel representatief dus.
Wij gaan op dit demoveld onderzoeken hoe je tulpenbollen kan telen zonder (al te veel) chemische bestrijdingsmiddelen te gebruiken. Zijn er andere manieren om de problemen op te lossen die chemische bestrijdingsmiddelen nu oplossen zonder een grote negatieve impact te hebben op de biodiversiteit. Denk hierbij aan het inzetten natuurlijke vijanden voor kleine organismen als luizen, het stimuleren het afweersysteem van de plant om ziektes te weren of het afdekken van de bodem met houtsnippers zodat onkruid minder de ruimte krijgt om te groeien. Hebben deze methodes dan ook een positieve impact op de biodiversiteit? Daarvoor gaan we a.d.h.v. verschillende soorten vallen bodem- en bovengronds leven vangen. Zo kunnen we zien of de biodiversiteit toeneemt.”
Wat valt je op aan de bevindingen van de voorgaande groep studenten?
Pim: “Al kijk je naar de 0-metingen die zijn gedaan dan zie je dat er een tekort in de bodem is voor veel elementen. Vaak verwacht je dat dat op peil is bij landbouwgronden.”
Indy: “Bij de 0-metingen die zijn uitgevoerd werden er muggenlarven gevonden nadat de bodem was geinundeerd. Dit had ik niet verwacht. Achteraf is het op zich logisch als er voor een langere periode water stil stond. Gelukkig kan het geen kwaad.”
Waarom zijn jullie veel op het veld en wat hopen jullie aan te treffen/mee te maken?
Pim: “Ik hoop een inkijk te krijgen in het werkveld, dat is natuurlijk nog grotendeels een onbekende wereld voor mij. Daarnaast hoop ik dat uit ons onderzoek zal blijken dat er potentie zit in het groener telen, dat alleen al met een vermindering van chemische middelen de biodiversiteit bevorderd wordt en tegelijkertijd de kwaliteit van de tulpen gewaarborgd blijft. Dat het onderzoek een positief signaal is naar de wereld dat het groener telen kan, want als toekomstig bioloog zie ik steeds meer het belang en de noodzaak dat er een omslag moet komen in de landbouw en dus ook in de bollenteelt.”
Indy: “Ik hoop veel nieuwe dingen te leren op gebied van telen, monitoren en communicatie. Ik heb hier nog weinig ervaring mee dus denk ik dat ik grote stappen kan maken. Voor het laatste geldt dat er veel partijen bij dit project betrokken zijn, dus juiste communicatie een must is. Ook zijn de monitoring methodes vrij nieuw voor ons en gaan we ons best doen om dit zo exact mogelijk te verwerken zodat het resultaat een juiste weergave is van de realiteit.”
Het demoveld is een initiatief van Living Lab B7 (een consortium met o.a. HAS green academy), de Bollenjongens, Agrifirm-GMN en Greenport Duin- en Bollenstreek. Het doel van het demoveld is om natuurinclusieve teeltmethodes te testen en te ervaren. Studenten van de HAS worden betrokken bij de experimenten. De eerste studenten hebben in overleg met de Bollenjongens het afgelopen half jaar het ontwerpplan voor het veld verder uitgewerkt en een monitoringsplan voor de komende jaren opgesteld.
Twee delen
Het veld is opgedeeld in twee delen waar geëxperimenteerd wordt met zowel natuurinclusieve als extensieve teeltmaatregelen. Natuurinclusieve landbouw draait om het verbeteren van biodiversiteit, waarbij de activiteiten zorgdragen voor natuur en natuurlijke processen zoals plaagbestrijding benut worden. Bij extensieve landbouw wordt het milieu zo min mogelijk belast door minder ‘inputs’ als kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.
Natuurlijke plaagbestrijding belangrijk element
Natuurlijke plaagbestrijding is een belangrijk element in de natuurinclusieve teelt. Daarom is afgelopen winter een heg aangeplant en is er een bloemenstrook ingezaaid. De bloemenstrook bestaat uit onder andere facelia, boekweit en duizendblad. Deze strook biedt voedsel en schuilplek voor insecten, waaronder natuurlijke plaagbestrijders als lieveheersbeestjes en gaasvliegen. De bloemenstrook is aangevuld met bijvoet, een zogenaamde ‘bankierplant’ waar onschadelijke bladluizen op afkomen en extra natuurlijke plaagbestrijders aantrekt. De heg bestaat uit onder andere meidoorn en sleedoorn en vervult een belangrijke functie als overwinteringsplek voor insecten zodat plaagbestrijders jaarrond op het veld kunnen verblijven.
Monitoringsplan en nulmetingen
Het monitoringsplan volgt de ontwikkelingen in bodemkwaliteit, biodiversiteit en kwaliteit van de bollen. Conform dit plan zijn door de studenten in samenwerking met Agrifirm-GMN de eerste nulmetingen verricht. Gekeken is naar chemische bodemeigenschappen zoals gehaltes aan stikstof en mineralen, en fysische eigenschappen als pH, indringingsweerstand en organisch stofgehalte. Ook is microbiële biodiversiteit (bacteriën en schimmels) en ondergronds bodemleven gemeten. Zoals te verwachten viel werd nagenoeg geen ondergronds bodemleven aangetroffen vanwege de inundatie voorafgaand aan de start van het demoveld.
Flexibiliteit
De studenten hebben afgelopen tijd ervaren dat niet alles altijd loopt zoals gepland. Vanwege het zeer natte najaar konden de tulpenbollen pas in december de grond in. Daardoor was het niet meer mogelijk een groenbemester in te zaaien die als isolatielaag moest dienen op het natuurinclusieve deel. In plaats daarvan is houtvezel toegepast die ook onkruid onderdrukt. Op het extensieve deel is gebruik gemaakt van stro als isolatielaag. Juist het inspelen op deze veranderende omstandigheden maakt duidelijk waarom het belangrijk is om de uitvoerbaarheid van natuurinclusieve en extensieve maatregelen in de praktijk te ervaren.
Presentatie tijdens GreenportCAFÉ
Tijdens het GreenportCAFÉ van 17 januari 2024 hebben de studenten hun werk van afgelopen half jaar gepresenteerd. Het monitoringsplan en de eerste resultaten van de nulmetingen zijn hierte vinden. De transitie naar een natuurinclusieve bollenteelt is een zoektocht waarbij diverse keuzes gemaakt kunnen worden, de studenten hebben hun literatuurstudie daarom uitgewerkt in de vorm van een Keuzewebmet bijbehorende onderbouwing.
Nieuwe studenten gestart
Begin februari is een nieuwe groep HAS-studenten gestart. Zij zullen voortbouwen op de reeds verkregen inzichten en ervaringen, (functionele agro-)biodiversiteit meten en indien nodig bijsturen in de teeltmaatregelen. Eerder uitgevoerde metingen worden herhaald en aangevuld met metingen van de bovengrondse biodiversiteit met behulp van diverse insectenvallen. Agrarische Natuur- en Landschapsvereniging Geestgrond begint dit voorjaar met de tellen en monitoren van vogels op en rond het veld.
Cheyenne Vonk studeert Toegepaste Biologie aan HAS green academy. Vanuit deze opleiding werkte zij samen met mede-studenten Bente Mariën en Tessa Riem aan het opzetten van het demoveld. Dit project is onderdeel van het Living Lab B7, waarin ook samenwerking is met de Bollenjongens. Het project is de start voor meerjarig onderzoek naar extensieve en natuurinclusieve teeltmaatregelen in de bollenteelt.
“Naast het opzetten van het demoveld, zijn we bezig gegaan met het schrijven van een monitoringsplan en het creëren van een keuzeweb met bijbehorend achtergronddocument. Het monitoringsplan omschrijft alle teeltmaatregelen en metingen die de komende jaren plaats zullen vinden op het demoveld. Het keuzeweb geeft een overzicht van extensieve en natuurinclusieve maatregelen die gebruikt kunnen worden in de bollenteelt, waaronder bijvoorbeeld het bestrijden van schimmelziektes, maar ook verschillende vormen van mechanisch wieden die toegepast kunnen worden.
Kennis afstoffen en tot je nemen
Terugkijkend op het afgelopen jaar, kan ik zeggen dat het een enorm waardevolle periode was. Binnen enkele weken hebben we de voor ons nieuwe kennis over de bollenteelt eigen gemaakt, evenals de weggezakte kennis over (duurzame) teeltsystemen bovengehaald en aangevuld. Het schrijven van het monitoringsplan en het creëren van het keuzeweb hebben ons inzicht gegeven in het maken van eindproducten die niet overeenkomen met een standaard onderzoeksrapportage. Ook was dit project een toffe manier om ervaring op te doen met meerdere stakeholders en partijen betrokken bij een onderzoek.”
Downloads beschikbaar
Ben je benieuwd naar het keuzeweb en de bijbehorende onderbouwing? Deze zijn te vinden op de website van het Living Lab B7: https://lnkd.in/eSh99mRx.
Aafke: „Je kunt als bollenkweker wel graag aan de slag willen met biodiversiteit en natuurinclusief telen, maar dat is een zoektocht waarbij je, door te experimenteren, tot inzichten en ontwikkeling komt. Voor een bedrijf brengt dat behoorlijke risico’s met zich mee, daardoor kan er immers ook een (deel van de) oogst verloren gaan. Zo is het idee van een demoveld ontstaan waarop je op kleine schaal natuurinclusieve teeltmethodes kunt testen, en kunt ervaren waar je dan tegenaan loopt. Wat werkt en wat werkt niet? Het doel is uiteindelijk een natuurinclusieve manier van werken te vinden die, hopelijk, wordt omarmd door de bollensector. Het programma loopt door tot 2026.”
Wat is nu de status?
Nathalie: „Wij werken hierin samen met de Bollenjongens. Zij zijn op zoek gegaan naar een geschikte locatie, en uiteindelijk hebben ze die afgelopen september gevonden aan de Beeklaan in Hillegom. Vlak daarna hebben zij de bollen voor het onderzoek opgeplant. We hebben samen met de Bollenjongens een onderzoeksopzet uitgewerkt. Het veld is in twee onderzoekhelften verdeeld die worden gescheiden door middel van een haag. De ene helft van het veld wordt ingezet voor natuurinclusieve teelt, daarop wordt alleen met natuurlijke middelen gewerkt. De haag kan hierbij ook een rol spelen, die trekt bijvoorbeeld luizen aan. Op de andere helft van het veld wordt extensief geteeld. Er wordt zo duurzaam mogelijk gewerkt, maar als het nodig is, wordt er wel chemie ingezet. Vervolgens willen we kijken wat die verschillende aanpakken opleveren.”
Is er voorafgaand een 0-meting gedaan?
Aafke: „Dat hebben we gedaan, maar dat is best lastig. Een experiment vraagt normaal gesproken om een gecontroleerde omgeving. Bij buitenteelt, in deze omvang, is dat niet haalbaar, omdat daarbij zoveel factoren een rol spelen, zoals het weer en de omstandigheden waaronder wordt gewerkt. Daarom noemen we het ook een demoveld. Het gaat erom dat we ervaring opdoen met de verschillende aanpakken en leren wat er wel en niet werkt. We verwachten dan ook niet dat er één oplossing uit komt. Veel eerder zal het zo zijn dat we een toolbox gaan ontwikkelen met verschillende mogelijkheden om natuurinclusief te werken onder diverse omstandigheden. Een andere aanpak vraagt ook dat je anders gaat denken.”
Hoe zijn de studenten hierbij betrokken?
Nathalie: „De onderzoeken op het veld worden gedaan door drie vierdejaarsstudenten van de opleiding Toegepaste Biologie en van de opleiding Tuin- en Akkerbouw. Zij werken in trajecten van steeds vijf maanden en doen dit onderzoek in het kader van hun afstudeerdopdracht, die om een echte praktijkcasus moet draaien. Zij vormen een projectteam met de projectleider en een inhoudelijk specialist, zodat de kwaliteit van het onderzoek geborgd is. Zij gaan specifiek kijken hoe de biodiversiteit op het demoveld zich ontwikkelt als gevolg van de verschillende aanpakken op de beide helften van het veld.”
In dit project en binnen Living Lab B7 werken jullie samen met veel verschillende partijen en stakeholders. Dat kan soms ingewikkeld zijn omdat er diverse belangen spelen.Hoe verloopt dit?
Nathalie: „Wij zijn aangenaam verrast door de manier waarop de samenwerking verloopt. Greenport Duin- en Bollenstreek ziet de kansen van dit initiatief, is een belangrijke drijvende kracht en zeer verbindend. Zij denken actief mee. Ook het enthousiasme van de Bollenjongens is groot. Zij hebben het allemaal heel druk, maar maken altijd tijd voor dit project. Op het moment dat de bollen moesten worden geplant op het demoveld, had iedereen het op zijn eigen bedrijf hartstikke druk, maar ze stonden er toch maar mooi allemaal, op een zaterdag in december. Zij willen heel graag dat dit project iets gaat opleveren.”
Wat valt jullie verder op in de samenwerking met de Bollenjongens?
Aafke: „We zijn erg onder de indruk van de kennis en kunde die bij deze jongens aanwezig is. Je kunt echt merken dat het vak ze met de paplepel is ingegoten. Ze laten ondernemerschap zien en het zijn echte aanpakkers. Moet er iets gebeuren? Dan regelen ze het gewoon. We hebben ook interessante gesprekken met elkaar. Mooi om met elkaar vanuit de verschillende perspectieven naar deze ontwikkelingen te kijken.”
Het demoveld ligt aan de Beeklaan in Hillegom. Daar heb jeook te maken met omwonenden. Hoe gaan jullie daarmeeom?
Aafke: „Wij beschouwen het als een mooie kans dat we met omwonenden te maken hebben. Dan kunnen we ook met hen het gesprek aan. Burgers maken immers deel uit van de B7 van Living Lab, waar dit project onderdeel van uitmaakt. Als ’boer’ ben je onderdeel van de maatschappij, en leefbaarheid is een belangrijk thema, dus we gaan ook de omgeving hierin meenemen en omwonenden vertellen wat we aan het doen zijn. In het voorjaar gaan we ze misschien uitnodigen op het veld om ze te vertellen wat we aan het doen zijn. Dan kunnen we laten zien wat de verschillen in aanpak zijn en hoe we te werk gaan. De uitdaging is om als bollenkweker je werk zo te doen dat ook bewoners blij zijn om onderdeel uit te maken van deze streek.”
Hebben jullie een target gesteld voor de komende periode?Wat moet er wanneer bereikt zijn?
Aafke: „Het is niet zo dat ons voor ogen staat dat over een x-aantal jaren een x-aantal bollen op een natuurvriendelijke manier moet worden geteeld. Centraal staat dat we vooruit moeten, en dat de biodiversiteit een impuls moet krijgen. Overigens doet het NIOO onderzoek naar de biodiversiteit in de streek, dus dat wordt ook in kaart gebracht. Hoe de weg vooruit eruitziet, weten we niet precies, daarbij spelen allerlei invloeden en factoren een rol. Waar het vooral om gaat, is dat we keuzemogelijkheden creëren voor bollentelers die hen helpen een natuurvriendelijke teelt te realiseren. Dat we met verschillende partijen binnen deze samenwerking in gesprek zijn, die allemaal een ander stuk kennis en kunde vertegenwoordigen, is een groot voordeel. We leren van elkaar en vullen elkaar aan. Natuurlijk willen we wel resultaten bereiken, maar die zijn niet zomaar in een target te vangen.”
Wat is het belang van de HAS om aan dit project mee te doen?
Nathalie: „Dit project snijdt een super maatschappelijk relevant vraagstuk aan, namelijk dat van de biodiversiteit. Voor studenten is het ongelooflijk interessant om hierbij betrokken te zijn. Daarbij is het vrij uniek dat het hbo wordt betrokken bij een dergelijk onderzoek. Vanuit de HAS willen wij bijdragen aan verduurzaming en leren van de samenwerking met andere partijen, zoals een wetenschappelijk instituut als het NIOO, en de kwekers uit de praktijk. In dit geval is ons uitgangspunt dat wij bollenkwekers willen helpen om alternatieven te vinden, die bijdragen aan de biodiversiteit. Voordat de sector besluit dat ’het niet anders kan’, willen we allerlei mogelijkheden hebben onderzocht. Samen met het bollenvak. Het mooie is dat het bollenvak daarvoor openstaat. Ook de Bollenjongens sluiten hun ogen er niet voor dat de wereld verandert en dat er grote uitdagingen liggen. Als we die samen aangaan en onze kennis en kunde bundelen, kunnen we meer bereiken.”
Lectoraat Verdienvermogen voor Natuurinclusieve Landbouw
Het lectoraat Verdienvermogen voor Natuurinclusieve Landbouw houdt zich bezig met de vraag hoe er in de driehoek: boeren, overheid en maatschappij, nieuwe kansen kunnen ontstaan voor natuurinclusieve ondernemers in de landbouw. Het lectoraat onderzoekt bovendien hoe er voor boeren die met natuurinclusieve landbouw aan de slag willen een verdienmodel kan ontstaan dat voldoende verdienvermogen oplevert.
Bron: Greenity Tekst: Monique Ooms en beeld: Jeanett Hooftman
Hillegom is de homebase van het demoveld, beschikbaar gesteld door één van de Bollenjongens. Op het demoveld doen studenten van HAS green academy samen met de Bollenjongens en Living Lab B7 onderzoek naar natuurinclusieve bollenteelt. Wat is natuurinclusief telen precies? Hoe geef je deze manier van telen vorm? Wat heb je daar voor nodig en tot op welke hoogte kan je als teler meegaan zodat het ook nog rendabel is. De nadruk bij het onderzoek ligt op het versterken van natuurlijke processen waar bollentelers gebruik van kunnen maken – functionele agrobiodiversiteit -, zoals natuurlijke plaagbestrijding en bodemweerbaarheid. Naast een onderzoeksplek is het demoveld ook een demonstratieplek, voor telers maar ook zeker voor inwoners van de Duin- en Bollenstreek. Tijdens verschillende open dagen is iedereen welkom.
Activiteiten op het demoveld
De afgelopen tijd is er veel gebeurd op het demoveld: de bodem is gereset i.c.m. inundatie, grond is klaargemaakt, zijn de tulpenbollen – veel later dan gepland vanwege de vele regenval – de grond ingegaan en is er als proef houtvezel op het veld aangebracht. Hiermee wordt onderzocht of onkruid onderdrukt kan worden. De praktijk leert ook al in dit stadium dat flexibiliteit en aanpassingsvermogen essentieel zijn. Het weer speelt een grote rol bij de tulpenteelt, dus de vele regen en het laat planten hebben invloed op het gehele proces.
GreenportCAFÉ: Demoveld X Bollenjongens
Tijdens het GreenportCAFÉ was een select gezelschapaanwezig om het verhaal rondom het demoveld te horen. De presentaties van onderzoekers en studenten van de HAS gingen in op de ‘why’ en ‘how’ van het project. De studenten vertelden vol enthousiasme over hun proefopzet voor een meerjarenonderzoek én een nulmeting. In februari start een nieuwe lichting studenten die verder gaat met het onderzoek op het demoveld.
Geprikkeld door de presentaties kon de vraag ‘Wat gebeurt er na het jaar demoveld?’ niet uitblijven. Een Fieldlab aanvraag is het antwoord op deze vraag.
Fieldlab aanvraag
Om het demoveld op te schalen tot een regionale proeftuin voor duurzame teeltmaatregelen werkt Greenport Duin- en Bollenstreek samen met HAS green academy, bollentelers en melkveehouders aan een ontwerpplan voor een Fieldlab Bollenstreek. Voor het ontwerpen van dit fieldlab is een EIP-subsidie toegekend, die samenwerkingsverbanden steunt een ontwerpplan te maken voor een fieldlab gericht op een duurzame en toekomstbestendige landbouw. Het Fieldlab Bollenstreek moet ruimte bieden voor teeltexperimenten en sociale innovatie waarmee wordt bijgedragen aan een gezonde agrarische sector voor de hele Bollenstreek. In het Fieldlab Bollenstreek wordt ook de melkveehouderij betrokken, omdat de verwachting is dat bollenteelt en melkveehouderij elkaar kunnen versterken bij de omschakeling naar natuurinclusieve landbouw en kringlooplandbouw.
Het Fieldlab Bollenstreek is aanzienlijk groter, waarbij het demoveld op locatie blijft bestaan en onderdeel wordt van het Fieldlab Bollenstreek. Een eerste subsidie is toegekend voor het maken van het ontwerp. Medio 2024 dienen we de subsidie-aanvraag in voor de realisatie en opschaling.
Bollenjongens planten de bollenStudenten HAS planten de heg op het demoveld
Project partners
Het project Demoveld X Bollenjongens is een initiatief van Greenport Duin- en Bollenstreek, Living Lab B7, de Bollenjongens en Agrifirm-GMN. Aan het ontwerpplan voor een Fieldlab Bollenstreek werken Greenport Duin- en Bollenstreek, HAS green academy, WAM Pennings en C Duineveld en Zonen, met ondersteuning van andere partijen waaronder Agrifirm-GMN en Living Lab B7.