Rijnsburgse tuinders steeds onzekerder over toekomst in Trappenberg/Kloosterschuur. ’Ik denk dat het hier straks klaar is’

Peter van Tilburg (64) groeide op in het huidige tuindersgebied Trappenberg/Kloosterschuur. Zijn overgrootvader kwam rond 1850 vanuit Sliedrecht naar Rijnsburg, waar hij negentig hectare grond in de toenmalige Kloosterschuur pachtte. Van Tilburg herinnert zich nog dat zijn vader Floris koeien, maar ook schapen en een paar varkens had.

Van Tilburg ging zelf ook de bloementeelt in. Hij begon met, net als veel Rijnsburgse telers, met zomerbloemen en droogbloemen. ,,Ik bouwde zelf een kasje met éénruiters tot ik in 1985 een sierteeltbedrijf met orchideeën kon overnemen in Kleipetten. Op een gegeven moment had ik vier bedrijfslocaties: in de Kloosterschuur, in Kleipetten, zonnebloemen in Frankrijk om het seizoen te verlengen en glas aan de Noordwijkerweg.’’

Klaar

In 2002 werd op de plek waar ooit de koeien van zijn vader graasden het nieuwe orchideeënbedrijf Van Tilburg Orchids gebouwd, dat inmiddels wordt gerund door zoon Han. Peter ziet nu in Trappenberg/Kloosterschuur hetzelfde gebeuren als in Kleipetten, waar alle tuinbouwbedrijven zijn verdwenen voor woningbouw. ,,Daar waren veel kleinere bedrijven zonder opvolgers. Investeringen blijven uit en dan wordt op een gegeven moment de stap te groot om aan alle eisen te voldoen. Wij zijn het enige bedrijf dat uiteindelijk is doorgegaan. Dezelfde trend zie je nu rond de Voorhouterweg, maar ook al een beetje in Trappenberg/Kloosterschuur. Als je praat over bedrijven met toekomstperspectief, heb je er niet meer dan een handvol. Dus ik denk dat het hier in de regio straks gewoon klaar is.’’

Droom

Eén van die bedrijven met toekomstperspectief is de 25 jaar geleden opgerichte gerberakwekerij Esmeralda van Marcel van Vliet (52) en Gerben Wessels (53). Een bedrijf waar met veertig man personeel jaarlijks dertig miljoen gerbera’s worden geoogst. Als het aan deze kwekers had gelegen, was het bedrijf inmiddels niet alleen groter, maar ook gehuisvest in een compleet nieuw kassencomplex. Maar die droom lijkt verder dan ooit nu het Katwijkse college Rijnsburg-Noord heeft aangewezen voor de vestiging van bedrijven en om financiële redenen geen exclusieve gronden meer reserveert voor de sierteelt. Een hectare bedrijventerrein levert simpelweg meer op dan een hectare kassen.

,,Er wordt gezegd dat de sierteelt belangrijk is, maar in de praktijk valt dat tegen’’, constateren de kwekers inmiddels. Zij zien namelijk dat, naast een aanpassing van de bestemming, al langere tijd tuinbouwgronden worden gebruikt voor niet-sierteeltdoeleinden. ,,Een zorgkwekerij, de opslag van strandhuisjes en een caravanstalling. Verder worden al jaren bedrijfswoningen omgezet in plattelandswoningen. De gemeente heeft na bijna drie jaar nog steeds geen goede regelgeving om dit tegen te gaan. Daar wonen straks mensen die denken landelijk te wonen, maar het blijkt een agrarisch industrieterrein te zijn. ’s Morgens om zes uur begint het werk in de kassen, de radio gaat aan en vrachtwagens halen bloemen. Ook op zaterdag, want bloemen houden geen weekeinde. Die mensen gaan zeuren en klagen en dat is niet handig voor beide partijen’’, licht eigenaar Van Vliet toe.  

Andere agenda

Zelf wilden de gerberakwekers graag een nieuw bedrijf neerzetten op de voormalige gronden van de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij, rond de Kloosterschuurweg en afgebakend door de Vinkenweg en Mezenlaan. Deze negentien hectare is inmiddels eigendom van de gemeente Katwijk. Maar de verhuizing bleek niet zo simpel te zijn, want de kwekers werden geconfronteerd met aanvullende eisen en beperkingen. Zo moest er binnen een jaar na aankoop van de grond worden begonnen met de bouw, mochten er geen twee bedrijfswoningen komen, was er geen ontsluiting van het perceel naar de weg en waren er geen elektriciteit-, gas- en wateraansluitingen.

Reden voor de gerberakwekers om af te haken. Peter van Tilburg, die tot dit voorjaar in LTO Nederland zat en nu nog voor de lokale telers op de bres staat, heeft er een hard hoofd in dat die voormalige GOM-gronden ooit nog bij de glastuinders terecht komen. ,,Met het aanbod dat ze toen aan telers deden, ging het nooit lukken. De prijs was niet conform en de kavels van twee hectare waren te klein. Ik denk dat ze niet aan kwekers wilden verkopen en dat er echt een andere agenda was. Dat blijkt nu wel, nu het college kiest voor een bedrijvenbestemming in plaats van exclusief een tuindersgebied.’’

Uitsterfbeleid

De Rijnsburgse kwekers hebben al langere tijd het gevoel dat er lokaal een uitsterfbeleid wordt gevoerd. Een vermoeden dat werd bevestigd door het in 2023 door de gemeente Katwijk uitgevoerde onderzoek met de titel Scenario’s GOM gronden en Trappenberg/Kloosterschuur. Daarin wordt vastgesteld dat Trappenberg/Kloosterschuur het enige resterende sierteeltgebied van de hele Duin- en Bollenstreek is. Het herbestemmen van de voormalige GOM-gronden leidt niet direct tot het verdwijnen van de teelt, maar betekent wel het einde aan investeringen en de teelt op lange termijn, aldus het rapport. En dat terwijl er van de in totaal twaalf bloemenkwekers drie Rijnsburgse bedrijven (waarvan Esmeralda er een is) staan te trappelen om in het tuinbouwgebied uit te breiden.

Naast Esmeralda wil Van Egmond Lisianthus graag uitbreiden. Het bedrijf heeft nu nog een tweede locatie in het Westland, maar wil het bedrijf in Rijnsburg concentreren. Na eerdere pogingen om op de GOM-gronden te bouwen, wordt nu geprobeerd om naast én achter (op Voorhouts grondgebied) het huidige bedrijf te bouwen. ,,We zijn daar al jaren mee bezig, maar het schiet niet op. Het voelt niet alsof de tuinders, toch de trots van Rijnsburg, serieus worden genomen’’, aldus directeur José van Egmond. Ook het lelieveredelingsbedrijf Vletter en Den Haan, dat nu onder meer in de Kamphuizerpolder zit, wil graag naar één plek in Rijnsburg. Om dat mogelijk te maken, zouden de voormalige GOM-gronden geschikt zijn. Tussen het bedrijf en de gemeente Katwijk wordt nog steeds overleg gevoerd, melden ze beiden. Met andere telers zoals Marcel van Vliet en teeltmanager Gerben Wessels is al tijden niet meer gesproken.

Achteruitgang

De hele discussie over de toekomst van Rijnsburg-Noord en dus het sierteeltgebied is precies het scenario waarvoor de gerberatelers al tijden bang zijn. Want ja, als het niet overduidelijk is dat een gebied is bestemd voor de sierteelt, zoals ooit vastgelegd door de gemeente Rijnsburg, betekent dat een langzame achteruitgang. Teeltbedrijven zonder opvolging wachten op een aantrekkelijk bod van de langskomende projectontwikkelaar of de gemeente. Logisch, want de gronden en het bedrijf zijn simpelweg hun pensioen.

Minder telers betekent dat voorzieningen, huisvesting voor arbeidskrachten, maar ook bloementransport, voor de resterende kwekers moeilijker worden. ,,Maar denk ook eens aan het verbeteren van de waterkwaliteit in het gebied in het kader van KWR in 2027. Gezamenlijk zijn er nu watercoaches bij de bedrijven aan het werk’’, licht Wessels toe. Een ander voorbeeld is het project om aardwarmte in Trappenberg/Kloosterschuur te gaan opwekken. Dat is een uitgesproken kans om met veel minder energiekosten kassen, huizen en bedrijfsgebouwen te verwarmen.

Gerberakweker Van Vliet: ,,Het is een prachtige techniek, maar je hebt wel een zekere schaal nodig. Als alle telers meedoen, is het interessant en heb je die schaal. Als er een paar afhaken wordt het al snel te klein en dus te duur. Zo mis je een mooie kans om te verduurzamen.’’

’Behoud het ecosysteem’ en ’rook tuinders niet uit’

Hoe de toekomst van het tuindersgebied Trappenberg/Kloosterschuur eruitziet, is vastgelegd in de herziene Intergemeentelijke Structuurvisie (ISG). In het uit 2016 daterende ISG werd het sierteeltcomplex nog als belangrijk voor de Greenport Bollenstreek omschreven. Maarten Prins, programmamanager Greenport Duin- en Bollenstreek, hoopt dat zo blijft. Net zoals hij nog hoopt dat negentien hectare tuinbouwgrond, ooit bedoeld als plek voor nieuwe teeltbedrijven maar inmiddels door eigenaar Katwijk vrijgegeven voor andere bedrijven, toch voor de tuinbouw blijft behouden.

,,De discussie is begrijpelijk vanuit de portemonnee van de gemeente Katwijk. Maar ik denk dat het belangrijk is dat de tuinbouw in dit laatste gebied een plek houdt. Er zitten een aantal levensvatbare bedrijven die graag willen, maar nu niet de kans krijgen. Laat er nu eens iemand van buiten naar kijken en dan zorgen dat er realistische plannen worden gemaakt. Nu lijkt het of Katwijk meewerkt, maar in de praktijk zie ik het ook als mee stribbelen.’’

Hij wijst op het belang van het in standhouden van het ’ecosysteem’ van tuinders, handel en toeleveranciers. ,,Bovendien kan het complex van grote waarde zijn voor de hele samenleving op gebied van biodiversiteit, waterhuishouding, maar ook warmtewinning. Daarnaast moet je kiezen wat voor economie je in je dorp wilt hebben. Alleen maar forenzen die de hele dag achter de computer zitten? Wat is Rijnsburg dan voor bloemendorp zonder bloemen? Die sierteeltsector hoort bij de eigen cultuur.’’

Ook voor FloraHollandmanager Coen Meijeraan is het behoud van een kwekersgebied van groot belang. Niet alleen omdat een (klein) deel van de aanvoer van FloraHolland uit Rijnsburg komt, maar ook voor de primaire werkgelegenheid en de interactie tussen kopers en kwekers. ,,Je hebt hier een compleet sierteeltcluster met alle elementen zoals handel en teelt. Dat cluster verzwak je door de laatste kwekers ’uit te roken’, zoals nu in Katwijk gebeurt. En als dat cluster er niet meer is, heeft ook de accountant, het uitzendbureau en de carrosseriebouwer geen werk meer.’’

Serie

Dit verhaal maakt deel uit van een zevendelige serie over het sierteeltcomplex in Rijnsburg/Katwijk. De historie, de bedreigingen en de veranderingen maar ook de impact op de directe omgeving. Deze serie is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de Kwaliteitsimpuls Zuid-Hollandse Journalistiek van de provincie Zuid-Holland. In het tweede verhaal Kloosterschuur/Trappenberg en de zorgen over het voortbestaan van het teeltgebied. Volgende week Royal FloraHolland als spil van de sierteelt.

Bron: Leids Dagblad (Rosa van der Veer en beeld door Hielco Kuipers)

Subsidieregeling Duurzaam Maatschappelijk vastgoed (DUMAVA)

De subsidieregeling Duurzaam Maatschappelijk vastgoed is bedoeld om eigenaren van maatschappelijk vastgoed te stimuleren om verduurzamen. Denk aan scholen, zorginstellingen, culturele instellingen, musea of gebouwen van andere non-profit instanties. Met DUMAVA wordt een bijdrage geleverd aan de klimaatdoelstelling van minimaal 55% CO₂-reductie in 2030 en energie-neutrale gebouwen in 2050.

  1. Financien
  2. Duurzaam ondernemen.

DUMAVA in het kort

  • Subsidie voor energieadvies en uitvoering van verduurzamingsmaatregelen van gebouwen met een maatschappelijke functie;
  • Uitvoering van een pakket van maatregelen die leiden tot een energieprestatieverbetering van minimaal 3 energielabelstappen tot Energielabel B of de renovatiestandaard;
  • De subsidie is maximaal EUR 1,5 miljoen.

Lees meer praktische informatie over DUMAVA

Voor wie is de DUMAVA subsidie?

Alleen eigenaren die vallen onder de definitie maatschappelijk vastgoed komen in aanmerking. Onder maatschappelijk vastgoed wordt verstaan:

Belangrijk is dat de sector voorkomt op de lijst van goedgekeurde SBI-codes van het RVO. Raadpleeg het overzicht hier. Bij cultuurinstellingen moet sprake zijn van een culturele ANBI-status.

DUMAVA: Waarvoor en hoeveel subsidie krijg je?

Voor hoeveel subsidie kom je in aanmerking? Dat hangt af van de maatregelen die je wilt uitvoeren:’

Je kunt subsidie ontvangen voor energieadvies, het uitvoeren van verduurzamingsmaatregelen en het aanvragen en registreren van een energielabel. Voorwaarde is dat de verduurzamingsmaatregelen op de maatregelenlijst van de RVO staan. Voorbeelden zijn HR++-glas, het isoleren van muren, vloeren en daken, het installeren van een warmtepomp, het aanleggen van een groen dak of groene gevel de aanschaf van een batterij.Weten hoe jij je vastgoed kan verduurzamen? Doe de gebouwscan.

De DUMAVA voorwaarden

Deze subsidieregeling is voor eigenaren van maatschappelijk vastgoed. Organisaties die inkomsten- of vennootschapsbelasting moeten afdragen komen niet in aanmerking voor DUMAVA. Hiervoor gelden andere regelingen, zoals de EIA en de MIA/Vamil. DUMAVA is ook niet mogelijk als het vastgoed moet voldoen aan de energielabel C plicht voor kantoren of voor maatregelen volgens de Energiebesparingsplicht. Een aantal van de overige voorwaarden zijn:

DUMAVA aanvragen

Check bij de RVO of je op dit moment een aanvraag kan doen. Kan dat op dit moment niet? Ga dan wel door met je voorbereiding. Dan kun je je aanvraag bij de volgende ronde meteen indienen. Doe in ieder geval eerst de subsidieaanvraag en ga pas dan met je verduurzaming aan de slag.
Vraag hier aan: DUMAVA bij de RVO.

rianne-van-der-hulst-voorzitter-bollenacademie-kavb-greenport

Weerbaarheid centraal op kennisdag Bollenacademie

Door Wageningen University & Research zijn een tweetal workshops georganiseerd. Vanuit de PPS weerbare bol vertelde Esmée F. de Graaf meer over de achtergronden van plantweerbaarheid. Paul Ruigrok liet de studenten leliebollen beoordelen vanuit proeven waardoor de aanwezigen meer inzicht kregen over factoren die een rol kunnen spelen in de weerbaarheid voor penicillium. Vanuit de PPS Bollen Bodem & Aaltjes vertelde Pella Brinkman over verschillende soorten aaltjes en hun plaats in het voedselweb.

Ze liet de studenten kennis maken met onder meer een handig aaltjesschema van Best for Soil dat helpt bij het opstellen van een bouwplan en de keuze van groenbemesters. Sjoerd Van Vilsteren gaf de studenten inzicht in factoren die een rol spelen bij de huur of ruil van grond voor de teelt van bloembollen. Samenwerking door grondeigenaren komt immers steeds vaker voor. Het succes van een interactieve werkvorm als een workshop zit in het feit dat het aanzet tot discussie en die is er dus ook gekomen.

Keukenhof ook in actie

Keukenhof had een actieve rol in het programma van de studiedag. Studenten konden zien, horen en ervaren welke inspanningen nodig zijn om de bloembollensector positief in de schijnwerpers te zetten en te houden. Daarvoor is het personeel van Keukenhof het hele jaar door in touw en hoewel het landgoed maar acht weken open is, komen er wel 1,4 miljoen bezoekers in die korte periode. De maatregelen om te komen tot het beste bloeiresultaat werden toegelicht in de praktijk, want het planten is juist deze week begonnen. Ter afsluiting kregen studenten te horen dat Keukenhof een rol speelt bij het vlot trekken van bepaalde innovaties in de sector. Daarmee was de cirkel ‘hoe komen we tot een duurzame bollenteelt’ weer rond.

aaltjes-best4soil-greenport

Website www.Best4Soil.eu vervangt www.aaltjesschema.nl

Het aaltjesschema, de ene teler gebruikt het standaard om aaltjes te beheersen, maar voor veel bollentelers is het nog een onbekend stuk gereedschap in de gereedschapskist. Vanwege de beperkte mogelijkheid om aaltjes (nematoden) te bestrijden is een meerjarenaanpak om de druk minimaal te houden noodzakelijk. Om de opbouw van schadelijke aaltjes beperkt te houden in je rotatie is de kennis welk aaltje zich op welk gewas vermeerdert essentieel (Figuur 1). Hiernaast laat deze informatie goed zien dat de bloembollenteelt, vanuit aaltjes perspectief, goed past in de rotatie met akkerbouw gewassen.

Nieuwe website: Best4Soil

Voorheen was hier aaltjesschema.nl voor. Deze website is uit de lucht maar is vervangen door Best4Soil! Hoe werkt het dan? Onder het kopje Aaltjes- en schimmelschema en daarna Aaltjesschema (B4S) is voor, 21 groenbemesters, 26 akkerbouwgewassen, 29 groentegewassen en 12 bloembollen de beschikbare informatie over de waardplantstatus en schadeniveau voor 47 aaltjes beschikbaar! Hiervoor is het wel belangrijk om linksboven op de Nederlandse vlag te klikken anders is de bloembollen informatie niet beschikbaar. De waardplantstatus laat zien of een aaltje zich vermeerderd (bijv. P. penetrans in Bladrammanas), er een natuurlijk afname is (bijv. M. chitwoodi in tulp) of dat er zelfs een actieve afname van het aaltje is (P. penetrans en Tagetes). Hiermee kan je je groenbemester of voorvruchten zo kiezen dat je minimaal last hebt van een probleemaaltje. Hiernaast kan het, vanuit wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne) management, een argument zijn om bijvoorbeeld tulpen of lelies in een rotatie met aardappelen op te nemen.

Figuur 1-Best4Soil - PPS Bollen, bodem en aaltjes

Figuur 1. Voorbeeld van een aaltjesschema. De verschillende kleuren geven aan of een gewas veel (paars), weinig (geel) of geen (groen) schade ondervindt van een bepaald aaltje. De stippen en ‘–’ geven aan of een aaltje zich goed vermeerderd (3 stippen) of juist afneemt (-). Een gewas waar een aaltje goed in vermeerderd hoeft hier zelf geen last van te hebben maar een vervolgteelt kan hier wel onder lijden. Bijvoorbeeld Meloidogyne chitwoodi in Japanse haver en gladiool.

Extra informatie beschikbaar, nog niet volledig

Bij een aantal aaltjes (bijv. stengelaaltje, Ditylenchus dipsaci) is extra achtergrondinformatie beschikbaar. Door op een vakje te klikken komt deze informatie in beeld. Binnen het project Bollen@Bodem&Aaltjes is alle beschikbare informatie gecheckt, aangevuld en aangepast waar nodig. Helaas is nog niet alle informatie van alle aaltjes bekend. Een grote blinde vlek momenteel zijn de Trichodoriden aaltjes, vrijlevende aaltjes. Voor dit opkomende probleem is nagenoeg geen informatie beschikbaar, ook niet in andere teelten. In het project Bollen@Bodem&Aaltjes wordt de waardplantstatus van Paratrichodorus anemones voor een groot aantal gewassen (oa. Japanse haver en Tagetes) onderzocht door WUR en Vertify. Hiernaast wordt er gewerkt aan beheersmaatregelen voor dit probleem aaltje.

Naast informatie over aaltjes is er op Best4Soil ook een schimmelschema beschikbaar. Dus ga naar Best4Soil en (h)aal die nematoden- en schimmelinformatie in huis!

Partners in PPS Bollen Bodem en Aaltjes

De PPS Bollen Bodem en Aaltjes: integraal aangepakt wordt gefinancierd door Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen, KAVB, Stichting bloembollenonderzoek, Anthos, CNB, Agrifirm, CAV Agrotheek, BO Akkerbouw, Bloembollenacademie, Greenport Noord-Holland Noord en Greenport Duin- en Bollenstreek. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de kennisinstellingen Wageningen University & Research (BU Glastuinbouw & Bloembollen en BU Open Teelten) en Vertify i.s.m. de partners.

GreenportLIVE-PPS-Fundamentele-Systeemsprong-8-februari-2024

GreenportLIVE: Onderzoek systeemsprong bloembollen kost veel tijd maar is hoognodig

Fundamenteel en praktijkgericht onderzoek is essentieel

Om de bloembollenteelt robuust en “future proof” te maken met minder afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen, minder emissie en residu kan een eenrichting systeem tijdens de vermeerdering (“systeemsprong”) een deel van de oplossing zijn. Inmiddels is er 4 jaar onderzoek gedaan naar de mogelijkheden. Het systeem is echter nog niet af. Hiervoor is nog veel kennis en onderzoek vereist en uit de discussie achteraf op de sectoravond, bleek dat een stevige combinatie van fundamenteel en praktijkgericht onderzoek essentieel is. De vraag is of we met de huidige uitdagingen waar de sector voor staat, het budget voor dergelijk onderzoek voldoende beschikbaar is. 

Resultaten onderzoek Zantedeschia

Natalia Moreno presenteerde de resultaten van Zantedeschia en tulp uit het 4-jarige onderzoekprogramma PPS Fundamentele Systeemsprong. Zij trok vergelijkingen tussen de beide gewassen. Bij Zantedeschia is het mogelijk om een goed eenrichting teeltsysteem uit te voeren, dit komt met name ook omdat het goed mogelijk is om in dit gewas met schoon virusvrij weefselkweekmateriaal te starten. Ook bleek het mogelijk om de teelt in de kas te versnellen en om een hogere vermeerdering door middel van parteren voor elkaar te krijgen. Dit is noodzakelijk om deze manier van telen economisch rendabel te maken, hoewel het nog niet volledig lukt vanwege de hogere kosten (energie, kas, substraat).

Resultaten onderzoek tulp

Bij het onderzoek in tulp is waardevolle fysiologische kennis verkregen, maar is een eenrichting systeem nog niet mogelijk. De ontwikkeling van weefselkweekmateriaal van tulp gaat steeds beter, maar is nog niet breed beschikbaar voor de sector en ook nog niet gebruikt in het onderzoek. Weefselkweekmateriaal is de methode om met een schone virusvrije stock te kunnen starten. De tweede grote uitdaging in tulp is het verkorten van de rustperiode na iedere teeltcyclus zonder het maximale groeipotentieel in de volgende teeltcyclus te verstoren.

Terugkoppeling vanuit de workshops

Na de presentaties werden vijf discussiegroepen gevormd met telers, adviseurs en onderzoekers. De algemene conclusie uit deze groepen is dat er meer kennis nodig is voor het telen van bloembollen volgens de systeemsprong waarbij gebruik gemaakt wordt vaneen kas met licht en substraat en dat suboptimale maatregelen de fysiologie van de bollen verstoren. Nog lang niet alles is bekend om met name bij tulp te komen tot de systeemsprong. Telers zullen kennis op moeten opdoen en hun bedrijf erop aan moeten passen. Een andere mogelijkheid is dat het telen van uitgangsmateriaal aan gespecialiseerde bedrijven moeten worden overlaten. De aanwezigen zagen in ieder geval wel in dat een systeemsprong een route is die belangrijke problemen in de sector zou kunnen oplossen, net als bij de aardappels. Kortom veel kansen, maar ook nog veel uitdagingen om deze ontwikkeling breed te laten landen in de sector.

Beschikbare PowerPoint presentaties


Factsheet

Ook het factsheet is hier te dowloaden.


Complete opname en aftermovie beschikbaar

Tijdens de presentaties van Natalia en Peter is een volledige opname gemaakt. Daarnaast ook een compacte aftermovie. Je bekijkt de volledige plenaire opname hier.

De aftermovie vind je hieronder.

narcis-onder-led-pps-fundamentele-systeemsprong-wur-greenport

GreenportLIVE: PPS Fundamentele Systeemsprong

Avond voor de sector

Terugkijken, om je heen kijken en vooruitkijken is het doel van deze avond. We gaan in op de resultaten van het onderzoek in de PPS Fundamentele Systeemsprong bij tulp, zantedeschia, narcis en amaryllis. Deze avond kun je veel interactie met de partners van het project verwachten, inzicht van nieuwe partijen en hopelijk leggen we met elkaar en Stichting Innovatiefonds Bloembollen een basis voor nieuw onderzoek en toepassing in de praktijk. We jullie laten zien hoe de aardappelsector een vergelijkbare transitie heeft doorgemaakt. Deze transitie wordt toegelicht door Peter Kooman, voormalig Lector Aardappelinnovatie. We kijken ook vooruit met de vraag: waar staan we nu en wat hebben we nodig om de volgende sprong voorwaarts te maken?

Kortom: een avond die je niet mag missen als je als teler/toeleverancier of adviseur perspectief wilt hebben op een schone en duurzame bollenteelt.

Resultaten

Natalia Moreno geeft een samenvatting van vier jaar onderzoek in tulp, zantedeschia, narcis en amaryllis (dit onderzoek komt ook beschikbaar in een aantal informatiebladen per gewas). Het collectief van partners heeft veel geleerd, met vallen en opstaan kregen we steeds meer kennis over de mogelijkheden, maar ook onmogelijkheden van snelle vermeerdering en het telen van bloembollen in bedekte omstandigeheden. Zoals wel vaker levert onderzoek ook nieuwe vragen op. Zeker bij een meerjarig gewas als bloembollen, waarbij je maar één keer per jaar de kans hebt om iets te onderzoeken is het een uitdaging om in een project van vier jaar genoeg kennis te verzamelen om het teeltsysteem écht te veranderen. Maar we hebben stappen gemaakt en er zijn grote verschillen tussen de gewassen! We laten dit graag zien op donderdag 8 februari 2024.

Aanmelden

Aanmelden voor deze avond kan hier. Dit evenement organiseren wij voor telers , de toeleveranciers en het netwerk in de sierteelt.

Achtergrond onderzoek

De noodzaak om andere teeltmethoden te onderzoeken in de bloembollen is  groot. Vanuit de maatschappij wordt de druk om minder gewasbeschermings­middelen te gebruiken groter en  eri isde vraag naar minder residu op de bollen. Aan de andere kant zien we steeds strengere kwaliteitseisen bij de export van bloembollen en er komen  steeds minder middelen beschikbaar. Om deze cirkel te doorbreken is een radicaal andere manier van telen mogelijk de oplossing: een ‘systeemsprong’. In de huidige teeltsystemen worden ziekten en plagen telkens meegenomen in de vervolgteelt, omdat een deel van de oogst weer als uitgangsmateriaal voor de volgende teelt wordt gebruikt (‘cyclisch telen’). Bij de systeemsprong beginnen we met schoon uitgangsmateriaal, gaan we dit versneld opkweken onder beschermde én optimale omstandigheden in kassen en tot slot telen we dit materiaal buiten nog een jaar af tot een leverbare bol (het éénrichtingsysteem).

Visie

Deze systeemsprong past binnen de visie van de bloembollensector “Vitale teelt 2030”[1]. We werken toe naar een robuuste toekomstbestendige teelt en geven invulling aan de in april 2019 gepubliceerde Toekomstvisie Gewasbescherming 2030[2], de gezamenlijke visie van het ministerie van LNV en het georganiseerd landbouwbedrijfsleven. Een korte toelichting over deze PPS is te vinden op de website van Vitale Teelt bij ‘lopende projecten’.

Consortium

De uitvoering van het project PPS Fundamentele systeemsprong ligt bij een consortium van dertien partners. Dit zijn: KAVB, Anthos, Wageningen University & Research (WUR), Hobaho, Kapiteyn, Prins, Iribov, stichting Dunamo, Agrifirm-GMN, BQ Support, Greenport Duin- en Bollenstreek, Bollenacademie en Rabobank Nederland. De Topsector T&U is medefinancier.