Rijnsburgse tuinders steeds onzekerder over toekomst in Trappenberg/Kloosterschuur. ’Ik denk dat het hier straks klaar is’

Peter van Tilburg (64) groeide op in het huidige tuindersgebied Trappenberg/Kloosterschuur. Zijn overgrootvader kwam rond 1850 vanuit Sliedrecht naar Rijnsburg, waar hij negentig hectare grond in de toenmalige Kloosterschuur pachtte. Van Tilburg herinnert zich nog dat zijn vader Floris koeien, maar ook schapen en een paar varkens had.

Van Tilburg ging zelf ook de bloementeelt in. Hij begon met, net als veel Rijnsburgse telers, met zomerbloemen en droogbloemen. ,,Ik bouwde zelf een kasje met éénruiters tot ik in 1985 een sierteeltbedrijf met orchideeën kon overnemen in Kleipetten. Op een gegeven moment had ik vier bedrijfslocaties: in de Kloosterschuur, in Kleipetten, zonnebloemen in Frankrijk om het seizoen te verlengen en glas aan de Noordwijkerweg.’’

Klaar

In 2002 werd op de plek waar ooit de koeien van zijn vader graasden het nieuwe orchideeënbedrijf Van Tilburg Orchids gebouwd, dat inmiddels wordt gerund door zoon Han. Peter ziet nu in Trappenberg/Kloosterschuur hetzelfde gebeuren als in Kleipetten, waar alle tuinbouwbedrijven zijn verdwenen voor woningbouw. ,,Daar waren veel kleinere bedrijven zonder opvolgers. Investeringen blijven uit en dan wordt op een gegeven moment de stap te groot om aan alle eisen te voldoen. Wij zijn het enige bedrijf dat uiteindelijk is doorgegaan. Dezelfde trend zie je nu rond de Voorhouterweg, maar ook al een beetje in Trappenberg/Kloosterschuur. Als je praat over bedrijven met toekomstperspectief, heb je er niet meer dan een handvol. Dus ik denk dat het hier in de regio straks gewoon klaar is.’’

Droom

Eén van die bedrijven met toekomstperspectief is de 25 jaar geleden opgerichte gerberakwekerij Esmeralda van Marcel van Vliet (52) en Gerben Wessels (53). Een bedrijf waar met veertig man personeel jaarlijks dertig miljoen gerbera’s worden geoogst. Als het aan deze kwekers had gelegen, was het bedrijf inmiddels niet alleen groter, maar ook gehuisvest in een compleet nieuw kassencomplex. Maar die droom lijkt verder dan ooit nu het Katwijkse college Rijnsburg-Noord heeft aangewezen voor de vestiging van bedrijven en om financiële redenen geen exclusieve gronden meer reserveert voor de sierteelt. Een hectare bedrijventerrein levert simpelweg meer op dan een hectare kassen.

,,Er wordt gezegd dat de sierteelt belangrijk is, maar in de praktijk valt dat tegen’’, constateren de kwekers inmiddels. Zij zien namelijk dat, naast een aanpassing van de bestemming, al langere tijd tuinbouwgronden worden gebruikt voor niet-sierteeltdoeleinden. ,,Een zorgkwekerij, de opslag van strandhuisjes en een caravanstalling. Verder worden al jaren bedrijfswoningen omgezet in plattelandswoningen. De gemeente heeft na bijna drie jaar nog steeds geen goede regelgeving om dit tegen te gaan. Daar wonen straks mensen die denken landelijk te wonen, maar het blijkt een agrarisch industrieterrein te zijn. ’s Morgens om zes uur begint het werk in de kassen, de radio gaat aan en vrachtwagens halen bloemen. Ook op zaterdag, want bloemen houden geen weekeinde. Die mensen gaan zeuren en klagen en dat is niet handig voor beide partijen’’, licht eigenaar Van Vliet toe.  

Andere agenda

Zelf wilden de gerberakwekers graag een nieuw bedrijf neerzetten op de voormalige gronden van de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij, rond de Kloosterschuurweg en afgebakend door de Vinkenweg en Mezenlaan. Deze negentien hectare is inmiddels eigendom van de gemeente Katwijk. Maar de verhuizing bleek niet zo simpel te zijn, want de kwekers werden geconfronteerd met aanvullende eisen en beperkingen. Zo moest er binnen een jaar na aankoop van de grond worden begonnen met de bouw, mochten er geen twee bedrijfswoningen komen, was er geen ontsluiting van het perceel naar de weg en waren er geen elektriciteit-, gas- en wateraansluitingen.

Reden voor de gerberakwekers om af te haken. Peter van Tilburg, die tot dit voorjaar in LTO Nederland zat en nu nog voor de lokale telers op de bres staat, heeft er een hard hoofd in dat die voormalige GOM-gronden ooit nog bij de glastuinders terecht komen. ,,Met het aanbod dat ze toen aan telers deden, ging het nooit lukken. De prijs was niet conform en de kavels van twee hectare waren te klein. Ik denk dat ze niet aan kwekers wilden verkopen en dat er echt een andere agenda was. Dat blijkt nu wel, nu het college kiest voor een bedrijvenbestemming in plaats van exclusief een tuindersgebied.’’

Uitsterfbeleid

De Rijnsburgse kwekers hebben al langere tijd het gevoel dat er lokaal een uitsterfbeleid wordt gevoerd. Een vermoeden dat werd bevestigd door het in 2023 door de gemeente Katwijk uitgevoerde onderzoek met de titel Scenario’s GOM gronden en Trappenberg/Kloosterschuur. Daarin wordt vastgesteld dat Trappenberg/Kloosterschuur het enige resterende sierteeltgebied van de hele Duin- en Bollenstreek is. Het herbestemmen van de voormalige GOM-gronden leidt niet direct tot het verdwijnen van de teelt, maar betekent wel het einde aan investeringen en de teelt op lange termijn, aldus het rapport. En dat terwijl er van de in totaal twaalf bloemenkwekers drie Rijnsburgse bedrijven (waarvan Esmeralda er een is) staan te trappelen om in het tuinbouwgebied uit te breiden.

Naast Esmeralda wil Van Egmond Lisianthus graag uitbreiden. Het bedrijf heeft nu nog een tweede locatie in het Westland, maar wil het bedrijf in Rijnsburg concentreren. Na eerdere pogingen om op de GOM-gronden te bouwen, wordt nu geprobeerd om naast én achter (op Voorhouts grondgebied) het huidige bedrijf te bouwen. ,,We zijn daar al jaren mee bezig, maar het schiet niet op. Het voelt niet alsof de tuinders, toch de trots van Rijnsburg, serieus worden genomen’’, aldus directeur José van Egmond. Ook het lelieveredelingsbedrijf Vletter en Den Haan, dat nu onder meer in de Kamphuizerpolder zit, wil graag naar één plek in Rijnsburg. Om dat mogelijk te maken, zouden de voormalige GOM-gronden geschikt zijn. Tussen het bedrijf en de gemeente Katwijk wordt nog steeds overleg gevoerd, melden ze beiden. Met andere telers zoals Marcel van Vliet en teeltmanager Gerben Wessels is al tijden niet meer gesproken.

Achteruitgang

De hele discussie over de toekomst van Rijnsburg-Noord en dus het sierteeltgebied is precies het scenario waarvoor de gerberatelers al tijden bang zijn. Want ja, als het niet overduidelijk is dat een gebied is bestemd voor de sierteelt, zoals ooit vastgelegd door de gemeente Rijnsburg, betekent dat een langzame achteruitgang. Teeltbedrijven zonder opvolging wachten op een aantrekkelijk bod van de langskomende projectontwikkelaar of de gemeente. Logisch, want de gronden en het bedrijf zijn simpelweg hun pensioen.

Minder telers betekent dat voorzieningen, huisvesting voor arbeidskrachten, maar ook bloementransport, voor de resterende kwekers moeilijker worden. ,,Maar denk ook eens aan het verbeteren van de waterkwaliteit in het gebied in het kader van KWR in 2027. Gezamenlijk zijn er nu watercoaches bij de bedrijven aan het werk’’, licht Wessels toe. Een ander voorbeeld is het project om aardwarmte in Trappenberg/Kloosterschuur te gaan opwekken. Dat is een uitgesproken kans om met veel minder energiekosten kassen, huizen en bedrijfsgebouwen te verwarmen.

Gerberakweker Van Vliet: ,,Het is een prachtige techniek, maar je hebt wel een zekere schaal nodig. Als alle telers meedoen, is het interessant en heb je die schaal. Als er een paar afhaken wordt het al snel te klein en dus te duur. Zo mis je een mooie kans om te verduurzamen.’’

’Behoud het ecosysteem’ en ’rook tuinders niet uit’

Hoe de toekomst van het tuindersgebied Trappenberg/Kloosterschuur eruitziet, is vastgelegd in de herziene Intergemeentelijke Structuurvisie (ISG). In het uit 2016 daterende ISG werd het sierteeltcomplex nog als belangrijk voor de Greenport Bollenstreek omschreven. Maarten Prins, programmamanager Greenport Duin- en Bollenstreek, hoopt dat zo blijft. Net zoals hij nog hoopt dat negentien hectare tuinbouwgrond, ooit bedoeld als plek voor nieuwe teeltbedrijven maar inmiddels door eigenaar Katwijk vrijgegeven voor andere bedrijven, toch voor de tuinbouw blijft behouden.

,,De discussie is begrijpelijk vanuit de portemonnee van de gemeente Katwijk. Maar ik denk dat het belangrijk is dat de tuinbouw in dit laatste gebied een plek houdt. Er zitten een aantal levensvatbare bedrijven die graag willen, maar nu niet de kans krijgen. Laat er nu eens iemand van buiten naar kijken en dan zorgen dat er realistische plannen worden gemaakt. Nu lijkt het of Katwijk meewerkt, maar in de praktijk zie ik het ook als mee stribbelen.’’

Hij wijst op het belang van het in standhouden van het ’ecosysteem’ van tuinders, handel en toeleveranciers. ,,Bovendien kan het complex van grote waarde zijn voor de hele samenleving op gebied van biodiversiteit, waterhuishouding, maar ook warmtewinning. Daarnaast moet je kiezen wat voor economie je in je dorp wilt hebben. Alleen maar forenzen die de hele dag achter de computer zitten? Wat is Rijnsburg dan voor bloemendorp zonder bloemen? Die sierteeltsector hoort bij de eigen cultuur.’’

Ook voor FloraHollandmanager Coen Meijeraan is het behoud van een kwekersgebied van groot belang. Niet alleen omdat een (klein) deel van de aanvoer van FloraHolland uit Rijnsburg komt, maar ook voor de primaire werkgelegenheid en de interactie tussen kopers en kwekers. ,,Je hebt hier een compleet sierteeltcluster met alle elementen zoals handel en teelt. Dat cluster verzwak je door de laatste kwekers ’uit te roken’, zoals nu in Katwijk gebeurt. En als dat cluster er niet meer is, heeft ook de accountant, het uitzendbureau en de carrosseriebouwer geen werk meer.’’

Serie

Dit verhaal maakt deel uit van een zevendelige serie over het sierteeltcomplex in Rijnsburg/Katwijk. De historie, de bedreigingen en de veranderingen maar ook de impact op de directe omgeving. Deze serie is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de Kwaliteitsimpuls Zuid-Hollandse Journalistiek van de provincie Zuid-Holland. In het tweede verhaal Kloosterschuur/Trappenberg en de zorgen over het voortbestaan van het teeltgebied. Volgende week Royal FloraHolland als spil van de sierteelt.

Bron: Leids Dagblad (Rosa van der Veer en beeld door Hielco Kuipers)

omgeving-duin-en-bollenstreek-omgevingsvisie-provincie-zuid-holland

Maak van land(ver)huur een win-win

Door de ruime vruchtwisseling van de meeste bolgewassen zijn veel bedrijven afhankelijk van huurland bij akkerbouwers of veehouders. De motivatie voor een teler om op huurland goed voor de bodem te zorgen, is vaak lager dan als hij op eigen land teelt. Investeren in de bodem van een ander lijkt financieel niet aantrekkelijk, bovendien betaalt de bollenteler al een flinke huurprijs. Maar wie het verpest bij de verhuurder, schiet zichzelf in de voet en mogelijk dus ook in die van een collega-bollenteler. Nu de prijzen van uien en aardappelen hoog zijn, zal een akkerbouwer zich gaan afvragen of de voordelen nog wel opwegen tegen de nadelen van tulpen op zijn perceel.

Belangrijk om af te vragen

Zo hebben tulpen in een droog voorjaar veel water nodig. Om alle percelen op tijd van voldoende water te voorzien is het verleidelijk om wat meer millimeters water te geven. Maar met een kanon frequent beregenen kan op kleigrond leiden tot slemp en structuurbederf. En wat betekent dit voor de uien die ernaast staan, waar met warme temperaturen in combinatie met vocht aan de rand mogelijk weer meer kans op Pinkroot ontstaat?

Maar er zijn meer vragen te stellen bij landhuur.

  • Tulpen op met aardappelmoeheid (AM) besmet land komt zo nu en dan voor. Hoe schoon is het plantgoed dat mogelijk bij een andere verhuurder komt te staan? En wordt dit wel gecommuniceerd?
  • Hoe secuur ben je met spoelgrond dat van een besmet perceel komt?
  • Respecteer je de perceelsgrenzen van de verhuurder tijdens planten?
  • Wie neemt de kosten voor de aaltjesbemonstering voor zijn rekening?
  • Afspraken worden vaak gemaakt over het teeltseizoen zelf maar ook daarbuiten?
  • Kunnen er voor de verhuurder ook consequenties zitten aan de bollenteelt op zijn land welke ver na het seizoen pas zichtbaar worden en wie draagt dan de risico’s?

Wensen

Een bollenteler heeft daarnaast veel wensen bij het huren van grond. Denk aan afwatering, mogelijkheid tot beregenen, structuur, het liefst een rustgewas als voorvrucht of de laatste snee gras ruim van tevoren doodgespoten. Tegelijkertijd heeft de verhuurder ook zijn wensen. Plant en oogst in niet te natte omstandigheden, laat het land netjes achter, kunstmest strooien op bevroren grond, houd het onkruid netjes bij, werk met schone machines, etc. Daarnaast kunnen voorafgaand aan de teelt ook afspraken gemaakt worden over de drainage, wie maakt ze schoon, wie betaalt het. Mogelijk kan er gezamenlijk in worden geïnvesteerd. Veel wensen aan beide kanten dus, maar waar zit de win-win?

Kansen voor beiden

Het vinden van een goede bodem voor bollen is één, maar het behouden van bodemkwaliteit en voldoen aan de wensen van de verhuurder is het tweede. Wie kans ziet een win-win situatie te organiseren investeert in een goede relatie. In de PPS Bollen, Bodem & Aaltjes wordt er gekeken naar het laatste door na te gaan welke afspraken er gemaakt worden, waarom en welke verbeterpunten en gedeelde kansen er zijn. Hoe zorg je er als bollenteler voor dat je een graag geziene gast bent en over een jaar weer land mag huren en het liefst op een bodem die beter is dan voorheen? Wat is het doel van de huurder en wat is het doel van de verhuurder? Wat zijn de verschillen en wat zijn mogelijke win-win factoren? Het consortium van de PPS heeft in een bijeenkomst nagedacht over deze vraag.

Belangrijke voordelen voor beide partijen:

  • Gezamenlijk investeren in aanleg drainage en/of onderhoud ervan
  • Door compensatieland aan te bieden breidt ook het areaal van de verhuurder uit
  • Schone grond voor de bollenteler
  • Mogelijkheid om te kilveren voor de verhuurder
  • Lange teelt groenbemester biedt voordelen voor aaltjesbestrijding en structuurverbetering van verhuurder
  • Een aantrekkelijke verhuurprijs
  • Delen van kosten bodemanalyses en aaltjesmonsters
  • Creëren mestruimte voor veehouder
  • Gras scheuren geeft mogelijkheid om weer beter vlinderbloemige in te zaaien (verhouding gras/klaver).

Bodemkwaliteitsplan als mogelijke basis

Er zijn veel voordelen in samenwerken, tegelijkertijd blijft het belangrijk om de risico’s te voorkomen. Wees eerlijk naar elkaar en maak goede afspraken, alleen dan kom je tot een duurzame relatie. Duurzaam bodembeheer vraagt een lange termijn strategie. Een tool hiervoor is het Bodemkwaliteitsplan: een adviesrapport wat de verhuurder in combinatie met de huurder kan opstellen om integraal (biologisch, chemisch en fysisch) aan het perceel te werken om problemen op te lossen of het verder te verbeteren. Dit Bodemkwaliteitsplan is voor de akkerbouw ontwikkeld maar wordt nu in deze PPS ‘Bollen, Bodem & Aaltjes: Integraal aangepakt’ ook voor de bollenteelt getest. De uitkomsten hiervan delen wij op onze website. Voor informatie over dit project neem je contact op met Sjoerd van Vilsteren: sjoerd1.vanvilsteren@wur.nl.

Verplaatsbare-Zonnepanelen-GreenportLIVE-12-09-23

Verplaatsbare zonnepanelen op bollenperceel

Dubbel ruimtegebruik

Een leeg perceel onder water zetten en vervolgens zonnepanelen erop laten drijven. Het project ‘Dubbel duurzaam ruimtegebruik met verplaatsbare zonne-energie bij bollentelers’ onderzoekt deze manier van dubbel ruimtegebruik bij ATG en GT van Haaster vof. Dit bedrijf heeft momenteel een kleine opstelling met verplaatsbare zonnepanelen op het perceel staan. Vanuit hier wordt, met een aantal partners, gekeken naar de werking en mogelijkheden die verplaatsbare zonnepanelen bieden. Als dit goed uitpakt kan dit betekenen dat een volledige opstelling de gemeente De Zilk jaarrond voorziet van door zonopgewekte energie.

Twee opstellingen van zonnepanelen

Deze twee opstellingen zijn naast elkaar te vinden in de hoek van het perceel achter de schuur van partner Van Haaster. De ideale plek om de twee opstellingen – die verschillen voor wat betreft het materiaal gebruik van de drijvende constructie – te testen op werking en mogelijkheden binnen dit project. Op deze manier wordt op het perceel de ruimte dubbel gebruikt én wordt de rustperiode optimaal benut.

Percelen niet jaarrond gebruikt om bollen te kweken

Om het land vruchtbaar en in goede staat te houden is het nodig om een rustmoment in te plannen. Dit heeft alles te maken met de vruchtwisselingscyclus, waarbij maximaal één jaar geen gewas wordt geteeld. Tijdens dit rustmoment wordt er bijvoorbeeld Japanse haver (of een andere groenbemester) gezaaid of geïnundeerd (onder water gezet) om aaltjes en andere bodemziekten te verstikken.

Optimaal rendement behalen en iets terug doen

Het inunderen van het perceel met daarop verplaatsbare zonnepanelen levert het perceel aan de ene kant elektriciteit op uit een natuurlijke bron voor de kweker en aan de andere kant wordt de bodem ‘ontzien’ en vruchtbaar. Vanuit maatschappelijk oogpunt is Van Haaster voornemens om de opgewekte energie te delen met huishoudens in De Zilk.

Hoe nu verder?

Het is een mooi streven om met het geheel aan zonnepanelen op termijn drie hectare grond te bedekken en – naar verwachting – genoeg energie op te wekken om zowel Van Haaster als een deel van de inwoners of huishoudens in/van gemeente De Zilk jaarrond te voorzien van zon-opgewekte energie. Die opgewekte energie moet wel ergens opgeslagen worden. Onderdeel van dit project is dan ook  om de mogelijkheden van buffering te bekijken. 

Partners

Naast provincie Zuid-Holland en ATG en GT van Haaster vof zijn ook Greenport Duin- en Bollenstreek, gemeente Noordwijk en Zon op Northgo Coöperatie U.A. partner in dit project. Met elkaar dragen zij financiële verantwoordelijkheid voor dit project en dragen zij ook bij in natura.

omgeving-duin-en-bollenstreek-omgevingsvisie-provincie-zuid-holland

Herziening omgevingsbeleid provincie Zuid-Holland

De module Ruimte en Wonen van het omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland is aangepast. Op 12 oktober jl. stelde Provinciale Staten de zogenaamde Herziening Omgevingsbeleid Module Ruimte en Wonen definitief vast. De Herziening voorziet onder andere in een verruiming van de mogelijkheden om internationale medewerkers te huisvesten in greenport-gebieden. Ook aan de randen van bestaand stedelijk gebied en bedrijfsterreinen blijven maatwerkoplossingen mogelijk.

De Herziening treedt dit jaar nog in werking, de exacte datum is nog niet bekend. Meer informatie is te vinden op de website van provincie Zuid-Holland.

Internationale-medewerkers-huisvesting-greenport-duin-en-bollenstreek

Serie artikelen Leidsch Dagblad over internationale medewerkers (4): dilemma’s huisvesting

Bedrijven menen arbeidsmigranten hard nodig te hebben. Maar dan moeten die werknemers wel een plek hebben om te wonen. Waar die huizen moeten staan, is een vraag waar gemeenten in de Duin- en Bollenstreek al jaren over steggelen. Ondertussen zoeken werkgevers én commerciële huisvesters en uitzenders naar eigen oplossingen. Huisvesting bij agrarische bedrijven of grootschalige locaties met al dan niet tijdelijke woningen voor arbeidsmigranten zijn twee, breed gedeelde, ideeën. Hoe noodzakelijk is het? En welke hobbels moeten worden genomen?

Professor Leo Lucassen, hoogleraar arbeids- en migratiegeschiedenis en directeur van het Internationaal Instituut van Sociale Geschiedenis van de Leidse Universiteit, constateert dat het regelen van goede huisvesting een van de belangrijke problemen rond arbeidsmigranten is. Het gevaar van uitbuiting ligt snel op de loer zoals ook Emile Roemer constateerde in zijn onderzoeken naar de huisvesting van arbeidsmigranten. „Zeker als ook de werkgevers zich op de woningmarkt begeven. De arbeidsmigranten hebben namelijk geen recht op sociale huisvesting en komen vaak terecht in vakantieparken of worden opgehokt in een gebouw met weinig ruimte. Daar moeten overheden met wetgeving iets aan doen.”

Hoe dat moet, is volgens hem geen hogere wiskunde. Werkgevers en dus ook uitzendbureaus die de arbeidsmigranten werven en naar Nederland halen, moeten verantwoordelijk worden voor passende huisvesting. Dat hoeft geen viersterrenhotel te zijn maar een kamer met kookgelegenheid tegen niet te hoge kosten, is vaak al prima. „Veel arbeidsmigranten willen toch gewoon geld sparen om mee naar huis te brengen.” Hij wijst naar Limburg waar in de tijd dat de mijnen nog open waren, zogeheten gezellenhuizen waren. Daar konden jonge arbeiders wonen die gezamenlijk de keuken deelden. „De zogeheten Polenhotels zijn daar een voorbeeld van. Het kan dus wel. Maar overheden en werkgevers moeten gezamenlijk dit probleem oppakken, water bij de wijn doen en het probleem niet afschuiven op elkaar. Dat gebeurt nu te vaak en te gemakkelijk.”

Woonhuizen

Deze arbeidsmigranten wonen op verschillende plekken. Uit berekeningen van Decisio woont 70 procent in appartementen en eengezinswoningen in de dorpen. Voor een deel zijn dit arbeidsmigranten die zich definitief in Nederland vestigen en zelf een huis kopen. Vaak zijn dat stellen met of zonder kinderen. Maar voor de overgrote meerderheid gaat het om huizen die worden gekocht door werkgevers en huisvesters. Veel agrarische werkgevers zorgen zo dat het eigen personeel onder dak komt. Daarnaast wijken grote huisvesters uit naar woonhuizen. Nico Geerlings van Flexwonen.nu uit Noordwijkerhout, die een flinke groep arbeidsmigranten in reguliere huizen heeft, zegt weinig keus te hebben. „Het is niet illegaal want het is huisvesting maar het is niet vergund. Ik moet mensen ergens laten slapen want ieder mens heeft recht op een bed. Maar nu laat ik mensen ook weleens slapen in huizen waarvan ik weet dat ik niet naar de gemeente hoef te gaan voor een vergunning. Ik ben al dertien jaar bezig om honderd procent vergunde huisvesting te krijgen maar je staat soms met de rug tegen de muur.” Ook Peter Ruigrok van Ruigrok Producties uit Hillegom huisvest veel mensen in eengezinswoningen. „Steeds vaker de vaste mensen en stelletjes. Dat is sowieso de meerderheid.”

Piepsysteem

Om hoeveel huizen in de Duin- en Bollenstreek het precies gaat, is overigens niet duidelijk. Navraag bij de gemeenten wijst uit dat het in Hillegom, Lisse en Teylingen gaat het om respectievelijk 128, 71 en 169 huizen maar daar zitten ook zorginstellingen bij, waar mensen van meerdere huishoudens een huis delen. In Katwijk is een inventarisatie gedaan waaruit bleek dat het een marginaal verschijnsel is met twaalf huizen. Een onwaarschijnlijk laag aantal met 2.682 geregistreerde inwoners met een niet-Nederlandse nationaliteit in 2021 en 860 arbeidsmigranten BRP-geregistreerd in 2019. Noordwijk zegt niet te registreren of mensen van meerdere huishoudens een huis delen. Hoe verschillend de registratie ook is, over een ding zijn gemeenten het eens namelijk dat het officieel niet mag. Alleen wordt er pas opgetreden als er klachten of problemen zijn. Dus zolang de buren niet klagen, gebeurt er niets. Wel zetten gemeenten stappen om het opkopen van huizen voor de verhuur lastiger te maken. Maar dat betekent niet dat de inmiddels door arbeidsmigranten bewoonde huizen hiermee vrijkomen.

Bij bedrijven

Bij betrokken partijen leven wel ideeën om het huisvestingsprobleem van arbeidsmigranten aan te pakken. Zo zou tijdelijke huisvesting bij de bedrijven een oplossing voor agrarische bedrijven kunnen zijn. Veel agrariërs willen wel maar op dit moment mag tijdelijke huisvesting slechts drie maanden worden gebruikt. Hillegom, Lisse en Teylingen studeren op dit moment op nieuw beleid waarbij wordt gekeken naar een verruiming van de mogelijkheden. Maar dan mag het niet gaan om meer dan 30 bedden voor arbeidsmigranten op het bedrijf en moet de exploitatie gebeuren door een SNF-gecertificeerd logiesbedrijf, het keurmerk voor huisvesting van arbeidsmigranten. Want de werkgever die ook de huisvesting regelt, is vragen om problemen en vergroot de kans op uitbuiting. Ook in Noordwijk wordt gestudeerd op verruiming terwijl Katwijk praat over enkele initiatieven rond huisvesting in het glastuingebied Kloosterschuur-Trappenberg. Andries Middag tot voor kort programmamanager van Greenport Duin- en Bollenstreek hoopt dat er snel knopen worden doorgehakt. Hij denkt dat eigenlijk alle plekken met glastuinbouw als Kloosterschuur/Trappenberg én de Rooversbroek in Lisse geschikt zijn. „Maar regel dan dat mensen die daar werken, de voorkeur krijgen en registreer mensen. Dan kun je het ook reguleren.”

Jaarrond

Agrariërs wachten ondertussen met smart de witte rook uit de gemeentehuizen af. Voor Roy Rotteveel bijvoorbeeld van vaste plantenkwekerij Gebr. Rotteveel uit Noordwijk zou dit een prima oplossing zijn. „We hebben hard gezocht naar huisvesting voor onze werknemers maar elke keer kregen we nee te horen. Dat is zeker een keer of dertig gebeurd. Als er vijftig gegadigden zijn voor een huurhuis staan een paar Poolse werknemers niet bovenaan de lijst.” Dus hebben de kwekers zelf een huis gekocht in Lisse waar twee eigen werknemers, samen met twee arbeidsmigranten van een ander bedrijf, wonen. „Ze wonen er prima met allemaal een eigen kamer en een gedeelde woonkamer en keuken. Ik heb een neef in Amsterdam met minder ruimte. Maar ideaal is het niet. Ik zou veel liever hier op het terrein een paar appartementen voor tijdelijke werknemers hebben. Maar dan moet de gemeente wel meewerken en moet je jaarrond kunnen verhuren. Dan komt er weer een huis in Lisse vrij.” .

De Voorhoutse teler Jan van der Slot heeft eenzelfde soort ervaring met telefoontjes naar verhuurders. Hij zou best op het bedrijf een aantal woonunits willen plaatsen. „Ik zit er niet op te wachten hoor want mijn privacy is ook wat waard. Maar als het wat oplost, moet het maar. Alleen moet het rendabel zijn en niet voor een paar maanden zoals de gemeente nu zegt.”

Een glastuinder in Katwijk die niet met zijn naam in de krant wil want hij is ’in gesprek met de gemeente’, kan niet wachten op nieuwe regels. Als hij huisvesting op het eigen terrein mag realiseren voor een periode van tien jaar levert dat alleen maar winnaars op, is de redenatie van de bloemenkweker. Hij heeft zijn arbeidskrachten, zij hebben werk en een fatsoenlijk en betaalbaar onderkomen én de druk op de huizenmarkt in de dorpen en steden wordt minder. „Nu halen we mensen die in Den Haag wonen maar ook daar wordt het steeds moeilijker om plekken te vinden voor arbeidsmigranten. Deze mensen hebben echt geen idiote eisen en wij hoeven geen geld te verdienen op de huisvesting. Het kan prima kostenneutraal als je de huisjes tien jaar mag laten staan. Wij hoeven niet meer met allerlei kunst en vliegwerk werknemers te zoeken en onze arbeidskrachten zijn niet langer anderhalf tot tweeënhalf uur reistijd kwijt. Het is veel fijner als ze gewoon op de fiets naar het werk kunnen.”

Thuis eten tussen de middag

Simon Pennings, bollenteler en voorzitter van de kring Duin- en Bollenstreek van de KAVB, huisvest al veertig jaar arbeidsmigranten op eigen terrein. „Dat begon met een kampeerterrein, later caravans en nu hebben we op het bedrijfsterrein een paar leeggekomen huizen waar we de arbeidskrachten in huisvesten. Daarnaast hebben we slaapcabines voor tijdelijke krachten. Dat zou elk agrarisch bedrijf moeten kunnen doen want dit geeft rust op de woningmarkt. En eerlijk gezegd: ze wonen hier rianter dan mijn eigen kinderen toen ze studeerden.”

Dennis van der Krogt voor Janssen’s Overseas: ,,Als wij mogen bouwen, komen er huizen vrij.’’
Dennis van der Krogt voor Janssen’s Overseas: ,,Als wij mogen bouwen, komen er huizen vrij.’’© Archieffoto Hielco Kuipers

Ook het Noordwijkerhoutse bollenbedrijf Jansen’s Overseas heeft zelf huisvesting voor dertig mensen geregeld op eigen terrein. Inmiddels maakt directeur Dennis van der Krogt plannen om twee oude schuren te slopen en te vervangen door tijdelijke huisvesting aan de Schippersvaartweg. Ook wil hij participeren in een pilot om samen met een lokaal uitzendbureau nog meer huisvesting te realiseren. Daarmee zou hij voor de 125 arbeidsmigranten die bij het exportbedrijf werken, huisvesting hebben. „Deze mensen komen hier werken en dus willen we ze goed onderbrengen. Liefst op eigen terrein want dat vinden veel mensen prettig. Lekker tussen de middag thuis eten en geen reistijd”, aldus Van der Krogt. Hij hoopt dat de gemeente en de provincie medewerking aan de plannen geven. „Het is voor onze werknemers prettig maar ook voor het dorp. Nu zitten mensen in reguliere woonhuizen. Dat is niet ideaal, ook al voldoet het aan alle wettelijke normen. Die huizen komen straks weer vrij voor andere woningzoekenden. Ik zie echt geen enkel nadeel.”

Huisvesting voor arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven is maar een deel van de oplossing. Uiteindelijk werkt de meerderheid van de arbeidsmigranten niet in de agrarische sector maar in onder meer de logistiek en voedingsindustrie. Volgens Andries Middag moeten een paar centrale huisvestingslocaties, waar je veel arbeidsmigranten kunt huisvesten, worden aangewezen.

Hij constateert dat daarvoor steun nodig is van de provincie die tot nog toe geen huisvesting in het buitengebied toestond maar alleen in de omgeving van bestaande stads- en dorpskernen. „Een locatie als bij Jansen’s Overseas in Noordwijkerhout voldoet prima. Het vereist alleen politieke moed om plekken aan te wijzen. Veel gemeenten zijn bang om hun nek als eerste uit te steken want ja, wie weet huisvest je de arbeidsmigranten van de buurgemeente. Op deze centrale plekken kunnen arbeidsmigranten die uiteindelijk grotendeels bij de niet-agrarische bedrijven werken, huisvesting vinden. Die grootschalige locaties kun je koppelen aan een bed voor bed regeling waardoor er weer huisvesting in de dorpen vrijkomt voor starters”, denkt Middag.

Zijn ideeën worden gedeeld door bijvoorbeeld de Taskforce Huisvesting Arbeidsmigranten. Woordvoerder Dennis van der Voort constateert dat alles begint met plekken aanwijzen door gemeenten en ontwikkelaars zoals in Noord-Holland volop gebeurt. Ook Stephan Stokkermans, voorzitter van Horeca Noordwijk, ziet dit als oplossing. „Nu is veel hotelpersoneel gehuisvest in oudere pensions die zijn omgebouwd tot appartementen. Voordeel was dat daar altijd al twintig mensen woonden want woonhuizen met acht mensen is vragen om ellende. Doe die stap naar voren, wijs plekken aan en los het probleem op. Het is crisis dus handel daar ook naar.”

Ook huisvesters als FlexWonen, Ruigrok Productie en het landelijk opererende Kafra Housing zien grootschalige woonlocaties als de echte oplossing. Frank van Gool, oprichter van Kafra Housing dat onder meer Holiday Inn in Leiden exploiteert en daar veel medewerkers van Heemskerk Fresh & Easy heeft gehuisvest, heeft als motto ’bouwen, bouwen en nog eens bouwen’. „Naast het voormalige Holiday Inn hebben wij nog 150 locaties, ook woonhuizen. Dat heeft niet onze voorkeur maar veel gemeenten houden het aanwijzen van centrale locaties tegen. In de Bollenstreek zijn ze zeker niet een van de snelsten terwijl het echt heel hard nodig is.” Er lopen inmiddels gesprekken met Katwijk maar in welke stadium wil Van Gool niet zeggen. „Eerst de omwonenden en dan de krant.”

Nico Geerlings voor de Trampoline aan de Schippersvaartweg. ,, Ik wil wel tien Trampolines en dan in betere kwaliteit.’’
Nico Geerlings voor de Trampoline aan de Schippersvaartweg. ,, Ik wil wel tien Trampolines en dan in betere kwaliteit.’’© Archieffoto Hielco Kuipers

Tien Trampolines

Nico Geerlings, directeur van Flexwonen.nu uit Noordwijkerhout, staat eveneens te springen. Het bedrijf heeft nu in de Bollenstreek één grote woonlocatie aan de Schippersvaartweg in Noordwijkerhout waar 144 arbeidsmigranten wonen. „Maar ik huisvest nu mensen die dagelijks tachtig kilometer heen en tachtig kilometer terug met touringcar afleggen om in Noordwijkerhout te werken. Die mensen zeggen straks ’Toedeloe, ik ga naar Duitsland want daar verdien ik meer en de huisvesting is beter.’’ Hij verwijst naar het Westland waar arbeidsmigranten zich heel gemakkelijk kunnen inschrijven. „Dan wordt meteen gekeken of het woonadres vergund is en als dat niet het geval is, wordt naar een oplossing gezocht. Schouder aan schouder worden locaties gezocht waar arbeidsmigranten kunnen wonen. In de Bollenstreek begint het besef door te dringen dat we deze kant ook op moeten. Wij moeten de overheid overtuigen dat dit ook prima kan. Kijk naar de Trampoline aan de Schippersvaartweg, op de plek van de voormalige waterzuivering. Ik zou wel tien Trampolines willen bouwen en dan ook nog in een betere kwaliteit.”

Definitieve huisvesting

Ook Peter Ruigrok van Ruigrok Productie bv wil graag aan de slag. Hij ziet meer in definitieve huisvesting zoals de twee woontorens die hij bij Aalsmeer heeft gebouwd. „Allemaal studio’s voor twee personen. Het kost geld, zo’n 40 tot 50 mille per werknemer, dus je moet een bezetting hebben van 85 procent om uit de kosten te komen. Maar over 15 jaar heeft het gebouw nog steeds waarde.” In de voormalige Nachtegaal, tegenwoordig Lowietje, in Lisse, is hij bezig om steeds meer studio’s te bouwen. Zes jaar geleden waren hier nog veel kamers waar zes arbeidsmigranten in stapelbedden sliepen. Nu zijn er nog steeds vier persoonskamers maar de meeste arbeidsmigranten delen met één ander een voormalige hotelkamer. De helft van de bewoners heeft al de beschikking over een gloednieuw ingerichte studio met eigen keuken en sanitair. De verbouwing betekent minder slaapplekken dus meer mensen onderbrengen in de nieuwe woontorens bij Aalsmeer. Als in de Bollenstreek een bouwlocatie wordt aangewezen, gaat de Hillegommer morgen aan de slag. „Maar er zijn zoveel gemeentelijke regels, ik krijg daar hoofdpijn van. Bovendien wordt in de Bollenstreek elk hoekje al volgebouwd met huizen en dan sta ik met de arbeidsmigranten niet vooraan in de rij.” Een bed-voor-bed regeling waarbij woonhuizen vrijkomen bij aanwijzing van een grote huisvestingsplek, ziet Ruigrok niet zitten. „Dat werkt niet. In de woonhuizen zitten steeds meer stellen en vaste mensen die vaak leidinggevende plekken in de bedrijven krijgen. Die mensen hebben kindertjes en die zouden dan uit huis moeten? Nee, dat doen we dus niet.”

Job Pennings van Job’s Bemiddeling, sinds 2020 in het uitzendwerk en met inmiddels 150 tot 200 arbeidsmigranten in dienst, zou graag een woonlocatie neerzetten. Achter hun bedrijf aan de Langevelderweg staat nu tijdelijke huisvesting voor twaalf arbeidsmigranten. Twee per kamer en per zes een woonkamer en keuken waarvoor wekelijks 65 euro per bed wordt betaald met een SNF-keurmerk. De andere arbeidsmigranten huizen in dertig particuliere woningen van Katwijk tot Vogelenzang. „Als we ruimte krijgen, willen we als graag. We zijn als in gesprek met FlexHome dat ook in Katwijk een woonlocatie heeft.”

Wachten op provincie

Ondertussen wordt in sommige gemeentehuizen nagedacht over de gewenste grootschalige bouwlocaties. In Katwijk worden gesprekken gevoerd over huisvesting in het glastuinbouwgebied Kloosterschuur/Trappenberg. Huisvesting op bedrijfsterreinen wil Katwijk niet. Katwijkerbroek met 64 tijdelijke verblijfsplekken is de uitzondering. Dit standpunt wordt gedeeld door Hillegom, Lisse en Teylingen die om milieuaspecten als geluid, geur en gevaar slechts beperkt ruimte ziet voor huisvesting op bedrijfsterreinen. In Noordwijk is inmiddels een inventarisatie gedaan om te kijken waar ruimte is voor grootschalige locaties. Dat leverde 65 potentiële plekken op waarvan uiteindelijk zeven realiseerbaar zijn. Er wordt nu gewacht op de provincie om meer mogelijk te maken in het buitengebied. „Duidelijk was en is dat het huidige provinciale ruimtelijke beleid een lokale oplossing behoorlijk in de weg staat. Er liggen nu plannen om het provinciale beleid aan te passen dat wellicht in het vierde kwartaal definitief wordt door provinciale staten. Hierdoor wordt er meer mogelijk om het tekort op te lossen”, aldus Noordwijk.

Noordwijk doelt daarmee op de ’herziening 2022 module Ruimte en Wonen’ die in april is besproken en inmiddels ter inzage ligt op het provinciehuis Zuid-Holland. Deze herziening biedt mogelijkheden om huisvesting van arbeidsmigranten mogelijk te maken want er hoeft niet alleen meer binnen de bestaande dorpsgrenzen te worden gezocht naar potentiële locaties. Zo hoopt de provincie dat er meer huisvestingsplekken kunnen worden gevonden. „De provincie denkt dan ook graag met gemeentes mee en nodigt hen uit om al in een vroeg stadium het gesprek aan te gaan over initiatieven, zodat meegedacht kan worden met het kansrijk maken van een locatie”, aldus woordvoerder Michel Groeneveld. Op 12 oktober beslist Provinciale Staten over de herziening.

Marktpartijen

Met deze stap kan de nood worden verlicht maar is het probleem nog niet opgelost. Want uiteindelijk moeten marktpartijen daadwerkelijk huisvesting realiseren en exploiteren, zoals Noordwijk zelf constateert. In recente afgesloten coalitieprogramma’s worden de eerste stappen gezet. Zo wil Noordwijk de termijn voor tijdelijke bewoning oprekken naar maximaal negen maanden, oudere agrarische bedrijfsgebouwen ombouwen voor eigen werknemers en woonunits aan de rand van de dorpen toestaan terwijl Katwijk in de regio geclusterde huisvesting voor arbeidsmigranten wil. Grote huisvesters als Kafra Housing, Flexwonen.nu en Ruigrok Producties staan in de startblokken.

Lees ook de eerdere afleveringen in deze serie:

Deel 1: Arbeidsmigranten zijn van alle tijden: over Friezen, Katwijkers, Egyptenaren tot Oost-Europeanen. ’Vergeet niet dat het vaak zwaar en smerig werk is waarvoor je fit moet zijn’

Deel 2: Arbeidsmigranten werken in allerlei sectoren in de Bollenstreek: ’Nederlanders zien geen uitdaging in eenvoudig handwerk’

Deel 3: Uitzenders als intermediairs voor arbeidsmigranten: ’Ik moet nog te vaak uitleggen dat wij het wél goed doen’

Cijfers

Het lijkt dus simpel. Maar wil je goede huisvesting regelen dan moet je eerst wel weten om hoeveel mensen het nu precies gaat. Daar werpt het in 2021, in opdracht van de Greenport Duin- en Bollenstreek geschreven, rapport van Decisio licht op. Volgens CBS-cijfers, waar Decisio zich op baseert, wonen in de Duin- en Bollenstreek ongeveer 3.905 arbeidsmigranten die in de Basisregistratie Personen (BRP) zijn ingeschreven. De gemeente Noordwijk is de belangrijkste woongemeente met 1.440 arbeidsmigranten, zo’n 37 procent van het totaal. Daarnaast zijn Katwijk (860 geregistreerde arbeidsmigranten) en Hillegom (605 geregistreerde arbeidsmigranten) belangrijke woongemeenten. Alleen zijn de bijna 4.000 arbeidsmigranten waarschijnlijk een forse onderschatting, meent Decisio. Veel arbeidsmigranten schrijven zich niet in de BRP bij de verschillende gemeenten omdat ze de procedure niet kennen, ze vrezen rechten in hun eigen land te verliezen of, bij seizoenswerk, minder dan vier maanden in de Bollenstreek verblijven en dus niet verplicht zijn om zich in te schrijven. Decisio komt dan ook met een schatting van tussen de 7.000 en 12.000 arbeidsmigranten die in de Duin- en Bollenstreek wonen.

Onderzoek

Dit verhaal is het vierde deel van een zesdelige serie over arbeidsmigranten in de Bollenstreek. Volgende week zaterdag verschijnt deel vijf. Deze serie is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de Kwaliteitsimpuls Zuid-Hollandse Journalistiek van de provincie Zuid-Holland.

Andere artikelen in de serie

Lees ook: Uitzenders als intermediairs voor arbeidsmigranten: ’Ik moet nog te vaak uitleggen dat wij het wél goed doen’

Lees ook: Arbeidsmigranten werken in allerlei sectoren in de Bollenstreek: ’Nederlanders zien geen uitdaging in eenvoudig handwerk’

Lees ook: Arbeidsmigranten zijn van alle tijden: over Friezen, Katwijkers, Egyptenaren tot Oost-Europeanen. ’Vergeet niet dat het vaak zwaar en smerig werk is waarvoor je fit moet zijn’

GreenportLIVE-Waterstof-klimaatneutraal-ondernemen

Terugblik GreenportLIVE: waterstof en klimaatneutraal ondernemen

Met &flux sloegen wij de handen ineen om het evenement over waterstof te organiseren. Op locatie van Van der Slot Tulips in Voorhout spraken meerdere aanbieders van waterstofoplossingen over de mogelijkheden en was dit de kans voor de aanwezige ondernemers om in gesprek te gaan met deze aanbieders.

Na opening van Andries Middag (programmamanager Greenport) en dagvoorzitter Petrus Postma (&Flux), schetste Erwin Haveman van LTO Noord een beeld van waterstof als onderdeel van een klimaatneutrale bollenteelt. Verschillende invalshoeken van waterstof werden daarna toegelicht door OG Clean Fuels over waterstoftankstations, E-truck over vrachtwagens, Reedyk over de e-robotiller en andere oplossingen, H2Trac via een filmpje over de waterstof tractor en Essent over warmte en elektra uit waterstof.

Toekomst van en met waterstof

Waterstof is nog zeer beperkt beschikbaar op commerciële schaal, maar de ontwikkelingen gaan wel steeds sneller. Óf en hoe waterstof mogelijk is binnen je bedrijfsvoering is en blijft maatwerk. Waarschijnlijk zal waterstof in de eerste plaats aantrekkelijk zijn als brandstof voor landbouwvoertuigen en vrachtwagens, en later als opslagmedium voor energie en toepassing in het energiesysteem van de sector. Om echt te kunnen meten en ervaren hebben we pilots nodig van ondernemers die willen en kunnen bewegen! Subsidies zijn veelal beschikbaar voor het uitvoeren van dit soort pilots. Kijk eens op: https://www.rvo.nl/onderwerpen/subsidieregelingen-voor-waterstof.

Klimaatneutraal ondernemen

Het tweede gedeelte van de middag stond in het teken van twee break-out sessies:

  • Windenergie
  • Dubbel ruimtegebruik.

Windenergie

Als bloembollensector zijn we ons bewust van een opgave, het verduurzamen van onze energievoorziening. Specifiek ook het verduurzamen van de fossiele brandstoffen. Duidelijk is dat daarvoor een mix van duurzame energiebronnen noodzakelijk is. Windenergie is daar een belangrijk onderdeel van, de daken bieden onvoldoende ruimte voor zonnepanelen om de energievraag te dekken. Zonne-energie is niet continu, maar kan wel rekenen op maatschappelijk draagvlak.

Tijdens de sessie gingen de aanwezigen met elkaar in gesprek van uit twee perspectieven:

  1. Voor het gebruik van windmolens in de streek
  2. Tegen het gebruik van windmolens in de streek

De twee groepen moesten elkaar overtuigen van hun belangen en bezwaren als het gaat om windmolens in de streek. Van ‘horizonvervuiling’ tot ‘meer gratis wordt het niet, want het waait altijd. Ook ’s nachts.’ en ‘het maakt herrie’, het kwam allemaal voorbij.

Ondernemers zijn bewust van de (maatschappelijke) gevoeligheden en er moeten goede afwegingen gemaakt worden om slagschaduw, geluidshinder en effecten op biodiversiteit te minimaliseren. Uiteindelijk zullen we zelf de handschoen voor ontwikkeling moeten pakken en zorgen dat naast de lasten ook de lusten in het gebied blijven. En niet wegvloeien uit het gebied met projectontwikkelaars. Een open houding en constructieve dialoog zullen leiden tot een oplossing van geven en nemen.

Dubbel ruimtegebruik

Bij de andere break-out sessie, dubbel ruimtegebruik door Rob de Groot, bespraken de deelnemers de toenemende druk op de grond. Hoe behaal je optimaal rendement? Een tijdelijke opstelling van zonnepanelen, daar wordt aan gewerkt vanuit het project ‘Dubbel duurzaam ruimtegebruik met verplaatsbare PV-veldopstelling bij bollentelers’. Rob besprak samen met Andries met de deelnemers de mogelijkheden en hier kwam sterk naar voren dat iedereen die aanwezig was nut en noodzaak van dubbel ruimtegebruik ziet en de inbreng van omwonenden heel serieus wil nemen.

Opname bekijken

De opname van het plenaire gedeelte van de middag bekijk je hier.
De aftermovie vind je hieronder.