Subsidieregeling Duurzaam Maatschappelijk vastgoed (DUMAVA)

De subsidieregeling Duurzaam Maatschappelijk vastgoed is bedoeld om eigenaren van maatschappelijk vastgoed te stimuleren om verduurzamen. Denk aan scholen, zorginstellingen, culturele instellingen, musea of gebouwen van andere non-profit instanties. Met DUMAVA wordt een bijdrage geleverd aan de klimaatdoelstelling van minimaal 55% CO₂-reductie in 2030 en energie-neutrale gebouwen in 2050.

  1. Financien
  2. Duurzaam ondernemen.

DUMAVA in het kort

  • Subsidie voor energieadvies en uitvoering van verduurzamingsmaatregelen van gebouwen met een maatschappelijke functie;
  • Uitvoering van een pakket van maatregelen die leiden tot een energieprestatieverbetering van minimaal 3 energielabelstappen tot Energielabel B of de renovatiestandaard;
  • De subsidie is maximaal EUR 1,5 miljoen.

Lees meer praktische informatie over DUMAVA

Voor wie is de DUMAVA subsidie?

Alleen eigenaren die vallen onder de definitie maatschappelijk vastgoed komen in aanmerking. Onder maatschappelijk vastgoed wordt verstaan:

Belangrijk is dat de sector voorkomt op de lijst van goedgekeurde SBI-codes van het RVO. Raadpleeg het overzicht hier. Bij cultuurinstellingen moet sprake zijn van een culturele ANBI-status.

DUMAVA: Waarvoor en hoeveel subsidie krijg je?

Voor hoeveel subsidie kom je in aanmerking? Dat hangt af van de maatregelen die je wilt uitvoeren:’

Je kunt subsidie ontvangen voor energieadvies, het uitvoeren van verduurzamingsmaatregelen en het aanvragen en registreren van een energielabel. Voorwaarde is dat de verduurzamingsmaatregelen op de maatregelenlijst van de RVO staan. Voorbeelden zijn HR++-glas, het isoleren van muren, vloeren en daken, het installeren van een warmtepomp, het aanleggen van een groen dak of groene gevel de aanschaf van een batterij.Weten hoe jij je vastgoed kan verduurzamen? Doe de gebouwscan.

De DUMAVA voorwaarden

Deze subsidieregeling is voor eigenaren van maatschappelijk vastgoed. Organisaties die inkomsten- of vennootschapsbelasting moeten afdragen komen niet in aanmerking voor DUMAVA. Hiervoor gelden andere regelingen, zoals de EIA en de MIA/Vamil. DUMAVA is ook niet mogelijk als het vastgoed moet voldoen aan de energielabel C plicht voor kantoren of voor maatregelen volgens de Energiebesparingsplicht. Een aantal van de overige voorwaarden zijn:

DUMAVA aanvragen

Check bij de RVO of je op dit moment een aanvraag kan doen. Kan dat op dit moment niet? Ga dan wel door met je voorbereiding. Dan kun je je aanvraag bij de volgende ronde meteen indienen. Doe in ieder geval eerst de subsidieaanvraag en ga pas dan met je verduurzaming aan de slag.
Vraag hier aan: DUMAVA bij de RVO.

rianne-van-der-hulst-voorzitter-bollenacademie-kavb-greenport

Weerbaarheid centraal op kennisdag Bollenacademie

Door Wageningen University & Research zijn een tweetal workshops georganiseerd. Vanuit de PPS weerbare bol vertelde Esmée F. de Graaf meer over de achtergronden van plantweerbaarheid. Paul Ruigrok liet de studenten leliebollen beoordelen vanuit proeven waardoor de aanwezigen meer inzicht kregen over factoren die een rol kunnen spelen in de weerbaarheid voor penicillium. Vanuit de PPS Bollen Bodem & Aaltjes vertelde Pella Brinkman over verschillende soorten aaltjes en hun plaats in het voedselweb.

Ze liet de studenten kennis maken met onder meer een handig aaltjesschema van Best for Soil dat helpt bij het opstellen van een bouwplan en de keuze van groenbemesters. Sjoerd Van Vilsteren gaf de studenten inzicht in factoren die een rol spelen bij de huur of ruil van grond voor de teelt van bloembollen. Samenwerking door grondeigenaren komt immers steeds vaker voor. Het succes van een interactieve werkvorm als een workshop zit in het feit dat het aanzet tot discussie en die is er dus ook gekomen.

Keukenhof ook in actie

Keukenhof had een actieve rol in het programma van de studiedag. Studenten konden zien, horen en ervaren welke inspanningen nodig zijn om de bloembollensector positief in de schijnwerpers te zetten en te houden. Daarvoor is het personeel van Keukenhof het hele jaar door in touw en hoewel het landgoed maar acht weken open is, komen er wel 1,4 miljoen bezoekers in die korte periode. De maatregelen om te komen tot het beste bloeiresultaat werden toegelicht in de praktijk, want het planten is juist deze week begonnen. Ter afsluiting kregen studenten te horen dat Keukenhof een rol speelt bij het vlot trekken van bepaalde innovaties in de sector. Daarmee was de cirkel ‘hoe komen we tot een duurzame bollenteelt’ weer rond.

aaltjes-best4soil-greenport

Website www.Best4Soil.eu vervangt www.aaltjesschema.nl

Het aaltjesschema, de ene teler gebruikt het standaard om aaltjes te beheersen, maar voor veel bollentelers is het nog een onbekend stuk gereedschap in de gereedschapskist. Vanwege de beperkte mogelijkheid om aaltjes (nematoden) te bestrijden is een meerjarenaanpak om de druk minimaal te houden noodzakelijk. Om de opbouw van schadelijke aaltjes beperkt te houden in je rotatie is de kennis welk aaltje zich op welk gewas vermeerdert essentieel (Figuur 1). Hiernaast laat deze informatie goed zien dat de bloembollenteelt, vanuit aaltjes perspectief, goed past in de rotatie met akkerbouw gewassen.

Nieuwe website: Best4Soil

Voorheen was hier aaltjesschema.nl voor. Deze website is uit de lucht maar is vervangen door Best4Soil! Hoe werkt het dan? Onder het kopje Aaltjes- en schimmelschema en daarna Aaltjesschema (B4S) is voor, 21 groenbemesters, 26 akkerbouwgewassen, 29 groentegewassen en 12 bloembollen de beschikbare informatie over de waardplantstatus en schadeniveau voor 47 aaltjes beschikbaar! Hiervoor is het wel belangrijk om linksboven op de Nederlandse vlag te klikken anders is de bloembollen informatie niet beschikbaar. De waardplantstatus laat zien of een aaltje zich vermeerderd (bijv. P. penetrans in Bladrammanas), er een natuurlijk afname is (bijv. M. chitwoodi in tulp) of dat er zelfs een actieve afname van het aaltje is (P. penetrans en Tagetes). Hiermee kan je je groenbemester of voorvruchten zo kiezen dat je minimaal last hebt van een probleemaaltje. Hiernaast kan het, vanuit wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne) management, een argument zijn om bijvoorbeeld tulpen of lelies in een rotatie met aardappelen op te nemen.

Figuur 1-Best4Soil - PPS Bollen, bodem en aaltjes

Figuur 1. Voorbeeld van een aaltjesschema. De verschillende kleuren geven aan of een gewas veel (paars), weinig (geel) of geen (groen) schade ondervindt van een bepaald aaltje. De stippen en ‘–’ geven aan of een aaltje zich goed vermeerderd (3 stippen) of juist afneemt (-). Een gewas waar een aaltje goed in vermeerderd hoeft hier zelf geen last van te hebben maar een vervolgteelt kan hier wel onder lijden. Bijvoorbeeld Meloidogyne chitwoodi in Japanse haver en gladiool.

Extra informatie beschikbaar, nog niet volledig

Bij een aantal aaltjes (bijv. stengelaaltje, Ditylenchus dipsaci) is extra achtergrondinformatie beschikbaar. Door op een vakje te klikken komt deze informatie in beeld. Binnen het project Bollen@Bodem&Aaltjes is alle beschikbare informatie gecheckt, aangevuld en aangepast waar nodig. Helaas is nog niet alle informatie van alle aaltjes bekend. Een grote blinde vlek momenteel zijn de Trichodoriden aaltjes, vrijlevende aaltjes. Voor dit opkomende probleem is nagenoeg geen informatie beschikbaar, ook niet in andere teelten. In het project Bollen@Bodem&Aaltjes wordt de waardplantstatus van Paratrichodorus anemones voor een groot aantal gewassen (oa. Japanse haver en Tagetes) onderzocht door WUR en Vertify. Hiernaast wordt er gewerkt aan beheersmaatregelen voor dit probleem aaltje.

Naast informatie over aaltjes is er op Best4Soil ook een schimmelschema beschikbaar. Dus ga naar Best4Soil en (h)aal die nematoden- en schimmelinformatie in huis!

Partners in PPS Bollen Bodem en Aaltjes

De PPS Bollen Bodem en Aaltjes: integraal aangepakt wordt gefinancierd door Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen, KAVB, Stichting bloembollenonderzoek, Anthos, CNB, Agrifirm, CAV Agrotheek, BO Akkerbouw, Bloembollenacademie, Greenport Noord-Holland Noord en Greenport Duin- en Bollenstreek. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de kennisinstellingen Wageningen University & Research (BU Glastuinbouw & Bloembollen en BU Open Teelten) en Vertify i.s.m. de partners.

GreenportLIVE-PPS-Fundamentele-Systeemsprong-8-februari-2024

GreenportLIVE: Onderzoek systeemsprong bloembollen kost veel tijd maar is hoognodig

Fundamenteel en praktijkgericht onderzoek is essentieel

Om de bloembollenteelt robuust en “future proof” te maken met minder afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen, minder emissie en residu kan een eenrichting systeem tijdens de vermeerdering (“systeemsprong”) een deel van de oplossing zijn. Inmiddels is er 4 jaar onderzoek gedaan naar de mogelijkheden. Het systeem is echter nog niet af. Hiervoor is nog veel kennis en onderzoek vereist en uit de discussie achteraf op de sectoravond, bleek dat een stevige combinatie van fundamenteel en praktijkgericht onderzoek essentieel is. De vraag is of we met de huidige uitdagingen waar de sector voor staat, het budget voor dergelijk onderzoek voldoende beschikbaar is. 

Resultaten onderzoek Zantedeschia

Natalia Moreno presenteerde de resultaten van Zantedeschia en tulp uit het 4-jarige onderzoekprogramma PPS Fundamentele Systeemsprong. Zij trok vergelijkingen tussen de beide gewassen. Bij Zantedeschia is het mogelijk om een goed eenrichting teeltsysteem uit te voeren, dit komt met name ook omdat het goed mogelijk is om in dit gewas met schoon virusvrij weefselkweekmateriaal te starten. Ook bleek het mogelijk om de teelt in de kas te versnellen en om een hogere vermeerdering door middel van parteren voor elkaar te krijgen. Dit is noodzakelijk om deze manier van telen economisch rendabel te maken, hoewel het nog niet volledig lukt vanwege de hogere kosten (energie, kas, substraat).

Resultaten onderzoek tulp

Bij het onderzoek in tulp is waardevolle fysiologische kennis verkregen, maar is een eenrichting systeem nog niet mogelijk. De ontwikkeling van weefselkweekmateriaal van tulp gaat steeds beter, maar is nog niet breed beschikbaar voor de sector en ook nog niet gebruikt in het onderzoek. Weefselkweekmateriaal is de methode om met een schone virusvrije stock te kunnen starten. De tweede grote uitdaging in tulp is het verkorten van de rustperiode na iedere teeltcyclus zonder het maximale groeipotentieel in de volgende teeltcyclus te verstoren.

Terugkoppeling vanuit de workshops

Na de presentaties werden vijf discussiegroepen gevormd met telers, adviseurs en onderzoekers. De algemene conclusie uit deze groepen is dat er meer kennis nodig is voor het telen van bloembollen volgens de systeemsprong waarbij gebruik gemaakt wordt vaneen kas met licht en substraat en dat suboptimale maatregelen de fysiologie van de bollen verstoren. Nog lang niet alles is bekend om met name bij tulp te komen tot de systeemsprong. Telers zullen kennis op moeten opdoen en hun bedrijf erop aan moeten passen. Een andere mogelijkheid is dat het telen van uitgangsmateriaal aan gespecialiseerde bedrijven moeten worden overlaten. De aanwezigen zagen in ieder geval wel in dat een systeemsprong een route is die belangrijke problemen in de sector zou kunnen oplossen, net als bij de aardappels. Kortom veel kansen, maar ook nog veel uitdagingen om deze ontwikkeling breed te laten landen in de sector.

Beschikbare PowerPoint presentaties


Factsheet

Ook het factsheet is hier te dowloaden.


Complete opname en aftermovie beschikbaar

Tijdens de presentaties van Natalia en Peter is een volledige opname gemaakt. Daarnaast ook een compacte aftermovie. Je bekijkt de volledige plenaire opname hier.

De aftermovie vind je hieronder.

narcis-onder-led-pps-fundamentele-systeemsprong-wur-greenport

GreenportLIVE: PPS Fundamentele Systeemsprong

Avond voor de sector

Terugkijken, om je heen kijken en vooruitkijken is het doel van deze avond. We gaan in op de resultaten van het onderzoek in de PPS Fundamentele Systeemsprong bij tulp, zantedeschia, narcis en amaryllis. Deze avond kun je veel interactie met de partners van het project verwachten, inzicht van nieuwe partijen en hopelijk leggen we met elkaar en Stichting Innovatiefonds Bloembollen een basis voor nieuw onderzoek en toepassing in de praktijk. We jullie laten zien hoe de aardappelsector een vergelijkbare transitie heeft doorgemaakt. Deze transitie wordt toegelicht door Peter Kooman, voormalig Lector Aardappelinnovatie. We kijken ook vooruit met de vraag: waar staan we nu en wat hebben we nodig om de volgende sprong voorwaarts te maken?

Kortom: een avond die je niet mag missen als je als teler/toeleverancier of adviseur perspectief wilt hebben op een schone en duurzame bollenteelt.

Resultaten

Natalia Moreno geeft een samenvatting van vier jaar onderzoek in tulp, zantedeschia, narcis en amaryllis (dit onderzoek komt ook beschikbaar in een aantal informatiebladen per gewas). Het collectief van partners heeft veel geleerd, met vallen en opstaan kregen we steeds meer kennis over de mogelijkheden, maar ook onmogelijkheden van snelle vermeerdering en het telen van bloembollen in bedekte omstandigeheden. Zoals wel vaker levert onderzoek ook nieuwe vragen op. Zeker bij een meerjarig gewas als bloembollen, waarbij je maar één keer per jaar de kans hebt om iets te onderzoeken is het een uitdaging om in een project van vier jaar genoeg kennis te verzamelen om het teeltsysteem écht te veranderen. Maar we hebben stappen gemaakt en er zijn grote verschillen tussen de gewassen! We laten dit graag zien op donderdag 8 februari 2024.

Aanmelden

Aanmelden voor deze avond kan hier. Dit evenement organiseren wij voor telers , de toeleveranciers en het netwerk in de sierteelt.

Achtergrond onderzoek

De noodzaak om andere teeltmethoden te onderzoeken in de bloembollen is  groot. Vanuit de maatschappij wordt de druk om minder gewasbeschermings­middelen te gebruiken groter en  eri isde vraag naar minder residu op de bollen. Aan de andere kant zien we steeds strengere kwaliteitseisen bij de export van bloembollen en er komen  steeds minder middelen beschikbaar. Om deze cirkel te doorbreken is een radicaal andere manier van telen mogelijk de oplossing: een ‘systeemsprong’. In de huidige teeltsystemen worden ziekten en plagen telkens meegenomen in de vervolgteelt, omdat een deel van de oogst weer als uitgangsmateriaal voor de volgende teelt wordt gebruikt (‘cyclisch telen’). Bij de systeemsprong beginnen we met schoon uitgangsmateriaal, gaan we dit versneld opkweken onder beschermde én optimale omstandigheden in kassen en tot slot telen we dit materiaal buiten nog een jaar af tot een leverbare bol (het éénrichtingsysteem).

Visie

Deze systeemsprong past binnen de visie van de bloembollensector “Vitale teelt 2030”[1]. We werken toe naar een robuuste toekomstbestendige teelt en geven invulling aan de in april 2019 gepubliceerde Toekomstvisie Gewasbescherming 2030[2], de gezamenlijke visie van het ministerie van LNV en het georganiseerd landbouwbedrijfsleven. Een korte toelichting over deze PPS is te vinden op de website van Vitale Teelt bij ‘lopende projecten’.

Consortium

De uitvoering van het project PPS Fundamentele systeemsprong ligt bij een consortium van dertien partners. Dit zijn: KAVB, Anthos, Wageningen University & Research (WUR), Hobaho, Kapiteyn, Prins, Iribov, stichting Dunamo, Agrifirm-GMN, BQ Support, Greenport Duin- en Bollenstreek, Bollenacademie en Rabobank Nederland. De Topsector T&U is medefinancier.

omgeving-duin-en-bollenstreek-omgevingsvisie-provincie-zuid-holland

Maak van land(ver)huur een win-win

Door de ruime vruchtwisseling van de meeste bolgewassen zijn veel bedrijven afhankelijk van huurland bij akkerbouwers of veehouders. De motivatie voor een teler om op huurland goed voor de bodem te zorgen, is vaak lager dan als hij op eigen land teelt. Investeren in de bodem van een ander lijkt financieel niet aantrekkelijk, bovendien betaalt de bollenteler al een flinke huurprijs. Maar wie het verpest bij de verhuurder, schiet zichzelf in de voet en mogelijk dus ook in die van een collega-bollenteler. Nu de prijzen van uien en aardappelen hoog zijn, zal een akkerbouwer zich gaan afvragen of de voordelen nog wel opwegen tegen de nadelen van tulpen op zijn perceel.

Belangrijk om af te vragen

Zo hebben tulpen in een droog voorjaar veel water nodig. Om alle percelen op tijd van voldoende water te voorzien is het verleidelijk om wat meer millimeters water te geven. Maar met een kanon frequent beregenen kan op kleigrond leiden tot slemp en structuurbederf. En wat betekent dit voor de uien die ernaast staan, waar met warme temperaturen in combinatie met vocht aan de rand mogelijk weer meer kans op Pinkroot ontstaat?

Maar er zijn meer vragen te stellen bij landhuur.

  • Tulpen op met aardappelmoeheid (AM) besmet land komt zo nu en dan voor. Hoe schoon is het plantgoed dat mogelijk bij een andere verhuurder komt te staan? En wordt dit wel gecommuniceerd?
  • Hoe secuur ben je met spoelgrond dat van een besmet perceel komt?
  • Respecteer je de perceelsgrenzen van de verhuurder tijdens planten?
  • Wie neemt de kosten voor de aaltjesbemonstering voor zijn rekening?
  • Afspraken worden vaak gemaakt over het teeltseizoen zelf maar ook daarbuiten?
  • Kunnen er voor de verhuurder ook consequenties zitten aan de bollenteelt op zijn land welke ver na het seizoen pas zichtbaar worden en wie draagt dan de risico’s?

Wensen

Een bollenteler heeft daarnaast veel wensen bij het huren van grond. Denk aan afwatering, mogelijkheid tot beregenen, structuur, het liefst een rustgewas als voorvrucht of de laatste snee gras ruim van tevoren doodgespoten. Tegelijkertijd heeft de verhuurder ook zijn wensen. Plant en oogst in niet te natte omstandigheden, laat het land netjes achter, kunstmest strooien op bevroren grond, houd het onkruid netjes bij, werk met schone machines, etc. Daarnaast kunnen voorafgaand aan de teelt ook afspraken gemaakt worden over de drainage, wie maakt ze schoon, wie betaalt het. Mogelijk kan er gezamenlijk in worden geïnvesteerd. Veel wensen aan beide kanten dus, maar waar zit de win-win?

Kansen voor beiden

Het vinden van een goede bodem voor bollen is één, maar het behouden van bodemkwaliteit en voldoen aan de wensen van de verhuurder is het tweede. Wie kans ziet een win-win situatie te organiseren investeert in een goede relatie. In de PPS Bollen, Bodem & Aaltjes wordt er gekeken naar het laatste door na te gaan welke afspraken er gemaakt worden, waarom en welke verbeterpunten en gedeelde kansen er zijn. Hoe zorg je er als bollenteler voor dat je een graag geziene gast bent en over een jaar weer land mag huren en het liefst op een bodem die beter is dan voorheen? Wat is het doel van de huurder en wat is het doel van de verhuurder? Wat zijn de verschillen en wat zijn mogelijke win-win factoren? Het consortium van de PPS heeft in een bijeenkomst nagedacht over deze vraag.

Belangrijke voordelen voor beide partijen:

  • Gezamenlijk investeren in aanleg drainage en/of onderhoud ervan
  • Door compensatieland aan te bieden breidt ook het areaal van de verhuurder uit
  • Schone grond voor de bollenteler
  • Mogelijkheid om te kilveren voor de verhuurder
  • Lange teelt groenbemester biedt voordelen voor aaltjesbestrijding en structuurverbetering van verhuurder
  • Een aantrekkelijke verhuurprijs
  • Delen van kosten bodemanalyses en aaltjesmonsters
  • Creëren mestruimte voor veehouder
  • Gras scheuren geeft mogelijkheid om weer beter vlinderbloemige in te zaaien (verhouding gras/klaver).

Bodemkwaliteitsplan als mogelijke basis

Er zijn veel voordelen in samenwerken, tegelijkertijd blijft het belangrijk om de risico’s te voorkomen. Wees eerlijk naar elkaar en maak goede afspraken, alleen dan kom je tot een duurzame relatie. Duurzaam bodembeheer vraagt een lange termijn strategie. Een tool hiervoor is het Bodemkwaliteitsplan: een adviesrapport wat de verhuurder in combinatie met de huurder kan opstellen om integraal (biologisch, chemisch en fysisch) aan het perceel te werken om problemen op te lossen of het verder te verbeteren. Dit Bodemkwaliteitsplan is voor de akkerbouw ontwikkeld maar wordt nu in deze PPS ‘Bollen, Bodem & Aaltjes: Integraal aangepakt’ ook voor de bollenteelt getest. De uitkomsten hiervan delen wij op onze website. Voor informatie over dit project neem je contact op met Sjoerd van Vilsteren: sjoerd1.vanvilsteren@wur.nl.