Regiocertificering: werken aan een duurzaam vervolg

Regiocertificering helpt kwekers in de Duin- en Bollenstreek inzicht te krijgen in de impact van hun teelt op bodem en milieu. Inmiddels nemen 43 kwekers deel aan het initiatief. Samen vertegenwoordigen zij 55% van het totale bollenareaal in de Duin- en Bollenstreek. Daarmee is in de afgelopen jaren een belangrijke basis gelegd om verduurzaming inzichtelijk en bespreekbaar te maken.

Deelnemers krijgen inzicht in onder meer het stikstof- en fosfaatbodemoverschot, de organische stofbalans, milieubelastingspunten en probleemstoffen. Die informatie helpt kwekers om gerichter maatregelen te nemen en hun bedrijfsvoering verder te verduurzamen.

Van inzicht naar verbetering

Meten en inzicht krijgen is een belangrijke eerste stap. De meerwaarde ontstaat wanneer kwekers de resultaten kunnen vertalen naar concrete verbeteringen in de praktijk. Daarom draait Regiocertificering niet alleen om kengetallen, maar ook om kennis delen, ervaringen uitwisselen en van elkaar leren.

Persoonlijke rapportages en praktische handvatten helpen kwekers om met hun resultaten aan de slag te gaan. Bijeenkomsten, nieuwsbrieven en open dagen op demovelden bieden daarnaast ruimte om ervaringen te delen en nieuwe inzichten op te doen. Ook de dialoog met partijen uit de omgeving is belangrijk. Zo werken kwekers en betrokken organisaties samen aan een duurzamere bollenteelt en een gezonde leefomgeving.

Tijdens de klankbordbijeenkomst bij JUB Holland kwamen onder meer de voortgang, de doelen en de borging van Regiocertificering aan bod. Ook de financiering en de mogelijkheden voor een vervolg werden besproken. Naast kwekers waren vertegenwoordigers van overheden, het waterschap, financiële instellingen en organisaties uit de omgeving aanwezig.

Vertrouwen als basis

Een belangrijk uitgangspunt van Regiocertificering is dat verduurzaming meer vraagt dan cijfers en systemen. Het vraagt ook om vertrouwen en de bereidheid om resultaten open te bespreken, ervaringen te delen en elkaar verder te helpen.

Juist die uitwisseling maakt het mogelijk om samen te leren en stappen vooruit te zetten. Door resultaten te bespreken en kennis uit de praktijk te benutten, kunnen kwekers beter bepalen welke maatregelen passen bij hun bedrijf. Tegelijkertijd ontstaat er meer inzicht in de gezamenlijke opgave en in de manier waarop de sector daaraan werkt.

Uiteindelijk gaat het om het effect van die inspanningen. Metingen van de waterkwaliteit helpen inzichtelijk te maken of de maatregelen bijdragen aan verbetering. Dat is een belangrijk doel van de gezamenlijke aanpak.

Borgen wat werkt

Nu de financiering van de pilot begin 2027 afloopt, staat Regiocertificering voor een nieuwe fase. De opgebouwde kennis, ervaringen en deelname vormen een waardevolle basis. De uitdaging is om die basis te behouden en verder te versterken: hoe kan de aanpak worden voortgezet, hoe wordt de financiering geregeld en hoe kunnen meer kwekers deelnemen?

Ook het vereenvoudigen van de deelname speelt daarbij een rol. Door de berekening van kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) verder te automatiseren, kan de administratieve belasting worden beperkt en wordt deelname voor meer kwekers toegankelijk.

De komende periode staat daarom in het teken van het verkennen van de mogelijkheden voor borging en vervolg. De ambitie is om voort te bouwen op wat de pilot heeft opgeleverd en de samenwerking tussen kwekers en partners verder te versterken. Zo kan Regiocertificering ook in de toekomst bijdragen aan een toekomstbestendige bollenteelt en een gezonde leefomgeving in de Duin- en Bollenstreek.

Arie Verschoor: ‘Ga het gesprek aan en zoek de verbinding’

De aanleiding was de behoefte aan meer uitleg over de teelt en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Inmiddels weten de kwekers, de ondernemersvereniging en de wijkraad elkaar te vinden en is er een manier ontstaan om vragen en zorgen met elkaar te bespreken.

Eén aanspreekpunt helpt

Het contact kwam op gang naar aanleiding van kritische vragen en zorgen. Via de wijkraad en de voorzitter van de ondernemersvereniging ontstond een manier om hierover met elkaar in gesprek te gaan. “Die aanpak werkt prettig”, vertelt Arie. “Door als kwekers het gesprek te voeren met deze partijen, voorkom je ‘hullie tegen zullie’.” Ook de KAVB wordt waar nodig bij de gesprekken betrokken. Zo kunnen vragen vanuit de omgeving worden besproken en kan er inhoudelijk uitleg worden gegeven over de praktijk van het kweken. “De KAVB kan hierbij echt de stem van de sector laten horen.”

Openheid als uitgangspunt

Voor Arie is het belangrijk om zo open mogelijk informatie te delen, zij het op hoofdlijnen. “Soms wordt er om zulke specifieke informatie gevraagd dat ik die niet kan en wil geven.” Omwonenden hebben vragen en willen begrijpen wat er op en rond de kwekerij gebeurt. Door daarover in gesprek te gaan, ontstaat meer ruimte om elkaars perspectief te begrijpen.

Een concreet voorbeeld is de geur die bij bespuitingen kan vrijkomen. Arie en zijn medewerkers gebruiken bijvoorbeeld biostimulanten, bladversterkers en biologische gewasbeschermingsmiddelen, waaronder middelen op basis van knoflookextracten. Deze middelen kunnen bij bespuitingen een sterke geur verspreiden. Dat leidde onder meer tot vragen en zorgen bij omwonenden.

Een sterke geur zegt op zichzelf niet of een middel schadelijk is of welk gezondheidsrisico het gebruik ervan met zich meebrengt. Juist daarom vindt Arie het belangrijk om uitleg te geven over wat er op het bedrijf gebeurt. “Door informatie te delen en vragen serieus te nemen, kunnen kweker en omwonenden elkaar beter begrijpen. Dat neemt niet automatisch alle zorgen weg, maar helpt wel om het gesprek open te houden.”

Vertrouwen groeit met de tijd

In de afgelopen twee jaar is de relatie met de omgeving volgens Arie verbeterd en is er meer vertrouwen ontstaan. De gesprekken hebben een vaste vorm gekregen en bieden ruimte om vragen te bespreken en samen verder te kijken.

Wat wil Arie andere kwekers meegeven die kritische vragen uit hun omgeving krijgen?

“Ga het gesprek aan en sta open voor de vragen en zorgen die er leven. Probeer niet tegenover elkaar te staan, maar zoek de verbinding, bij voorkeur via een organisaties. Door open te zijn en informatie te delen, leer je elkaar beter begrijpen. Dat kost tijd, maar je kunt er veel vertrouwen mee opbouwen.”