Maarten-Prins-programmamanager-greenport-duin-en-bollenstreek

Greenport Duin- en Bollenstreek verwelkomt nieuwe programmamanager

De roots van de nieuwe programmamanager, Maarten Prins, liggen in de tuinbouw. Van jongs af aan is hij bekend met deze bloeiende en continu veranderende wereld. Met zijn kennis op dat gebied en achtergrond in de financiële dienstverlening en bloemenexport komt hij Greenport Duin- en Bollenstreek versterken. Hoe hij dat gaat doen, vertelt hij graag zelf.

“In 1995 studeerde ik af als bedrijfskundige in Wageningen. Dat bleek een goede keuze te zijn. Ik wil weten hoe de wereld in elkaar steekt en hoe we hier vorm aan kunnen geven. Daarbij ben ik vooral in de menskant geïnteresseerd. Ik ben een echte verbinder, die rol zie ik voor mij weggelegd binnen Greenport Duin- en Bollenstreek. Afkomstig uit een ondernemersgezin in het Westland ben ik altijd in en om de tuinbouw blijven werken. Alweer heel wat jaartjes ben ik stadsbewoner (Delft) en voor de Bollenstreek een relatieve buitenstaander. Dat zie ik als een voordeel, omdat ik onbevangen kan kijken, vragen kan stellen en mogelijk iets toe kan voegen wat er nog niet is.

Ik zie de Bollenstreek als een uniek gebied en net als bij de bollen gebeurt er veel wat je niet meteen ziet: deze regio is behalve heel attractief voor bewoners en bezoekers, ook heel relevant als het gaat om handel, toelevering, kennis en innovatie voor de bloemen- en bloembollensector. In dat ecosysteem kan Greenport Duin- en Bollenstreek een rol spelen als verbinder en aanjager. Dat kan niet alleen, maar samen met de clusterpartners, vanuit onderzoek, onderwijs, overheid en de belangenbehartigers.

Ervaring in de sector

Ik heb een ruime ervaring opgedaan in de glastuinbouw en ken ook de landbouw vanuit vorige functies. De bollensector is voor mij minder bekend. Echter de thema’s die hier spelen ken ik goed. Ik wil graag mijn bijdrage leveren door thema’s aan projecten te verbinden, initiatieven te bundelen en voor te zorgen dat we in de regio keuzes maken die bijdragen aan een florerende Greenport. Wat ik het mooie vind aan deze streek: alles komt hier op een relatief kleine oppervlakte bij elkaar, dat betekent ‘puzzelen op de vierkante meter’, waarbij we zorgen voor een gebied wat aantrekkelijk blijft voor zowel (toekomstige) bewoners, bedrijven en bezoekers. Dit gebied is uniek en kan dat blijven door actief in te spelen op veranderingen.”

Een bol is een belofte

Magie

“Persoonlijk zijn bollen voor mij iets magisch. Je stopt een bol in de grond, er lijkt niets te gebeuren en er komt in het voorjaar iets moois tevoorschijn: beloften komen uit. Juist in deze streek gebeurt veel wat niet altijd zichtbaar is, maar wel bijdraagt aan de sector en aan de streek. Ik zie het als onze rol om dit zichtbaar te maken. We mogen met elkaar de trots voor zowel de sector als de streek uitdragen.”

Projectpartner

Greenport is projectpartner in diverse projecten. Naast Klimaatneutraal in 2040, is de Greenport ook partner bij het project PPS Fundamentele Systeemsprong. Een andere manier van telen waarbij het uitgangsmateriaal schoon blijft en er dus ook schoon gestart wordt met de nieuwe bollen. Ook in PPS Bollencoaster is Greenport actief en wordt er samengewerkt samengewerkt met Naturalis, Erasmus MC, WUR, Unmanned Valley en diverse andere partners om te zorgen voor een duurzame teelt met meer biodiversiteit, een verminderd gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de inzet van techniek om de productie van bollen te automatiseren. “Innovatie is meestal iets toepassen in jouw sector, wat op een andere plek is uitgevonden, aldus Maarten, dat vraagt om een open houding van alle betrokken partijen in de Greenport en soms je nek uitsteken. Daar wil ik aan bijdragen door te verbinden, helpen de juiste vragen te stellen en met de antwoorden de keten verder te helpen.”

Toekomst

Maarten kijkt optimistisch naar de toekomst. “Er zijn een hoop zaken die aandacht vragen en verdienen. Mooie voorbeelden van successen vind ik het terugdringen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen per 2030. Het gebruik is al met 95% afgenomen, een goed resultaat. Op naar de laatste 5% reductie! Ook een mooi voorbeeld is voor mij de Greenport Ontwikkelings Maatschappij (GOM) die realiseert iets unieks door als regisseur van gebiedsontwikkeling op te treden. Dit heb ik in andere gebieden niet, of veel moeizamer, tot stand zien komen.”

Greenport Duin- en Bollenstreek

Greenport Duin- en Bollenstreek is het cluster van kennis, innovatie, ondernemerschap, handel en teelt(innovatie) in de bloemen- & bolleneconomie. Gelegen in de gemeenten Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk, en Teylingen zorgt het open landschap met vollegrondsteelt voor een aantrekkelijke regio om te wonen en te recreëren. Omliggende gebieden zoals het agrarische gebied tussen Hillegom en Haarlem completeren dit beeld.

kas-verwarmen-gasprijzen-greenport

Glastuinbouw en gasprijzen: wat is er aan de hand?

Kassen leveren meer dan je denkt

In kassen groeit meer dan bloemen, planten, groenten en fruit. Telers oogsten namelijk ook energie. Stroom en warmte die een belangrijke bijdrage leveren aan de energietransitie van Nederland. Dat is bij mensen buiten de glastuinbouwsector niet of nauwelijks bekend en dat is jammer. Want onbekend maakt onbemind. Het is echter een feit dat zonder de inbreng van de teeltbedrijven in de vorm van stroom en warmte de klimaatambities van Nederland moeten worden bijgesteld. En dat terwijl de energietransitie door moet, in het belang van heel Nederland! Dat is er aan de hand, niet alleen in de glastuinbouwsector, maar feitelijk in het hele land.

Fossielvrij in 2040

Op de publieke pagina’s van de website van ondernemersorganisatie Glastuinbouw Nederland is hierover meer informatie te vinden. Daar wordt uitgelegd wat de impact van de energiecrisis is op de ondernemers en hun bedrijven en wat op termijn de consequenties zijn voor de klimaatambities en energietransitie van Nederland.
Ambities heeft de glastuinbouw zelf ook: een fossielvrije teelt in 2040. Ook daarover is meer te lezen op de website. Wat zijn de innovaties en nieuwe technologieën? Informatie die aantoont dat het in ieders belang is dat de glastuinbouw door deze crisis wordt geholpen!

Lees meer: www.glastuinbouwnederland.nl/energietransitie

Bustour-duin-en-bollenstreek-greenport

Raadsleden en wethouders tijdens bustour geïnformeerd over Bollenstreek

Zestig deelnemers

“Het is een goede traditie om na de vorming van de nieuwe gemeenteraden een bijeenkomst te organiseren vanuit LTO Noord en KAVB in de Bloembollenstreek”, aldus Simon Pennings, kringvoorzitter van de KAVB-kring Bloembollenstreek. “In totaal gaven bijna zestig deelnemers zich op en dat doet goed.”

Naast een bezoek aan drie bedrijven werd een route gereden door de gehele Bloembollenstreek en de regio Bloemendaal in Noord-Holland. In dat laatste gebied zit een veehouder, die te horen heeft gekregen dat een deel van zijn weilanden duingebied gaan worden. “Dat vinden we een zorgelijke ontwikkeling”, aldus Pennings. “Op heel wat locaties waar we langskwamen hebben we aangegeven waar onze zorgen zitten, maar ook waar we oplossingen zien. Dat werd door de raadsleden en wethouders erg gewaardeerd. Zo liggen er bij Noordwijk percelen die niet geschikt zijn voor de bollenteelt, maar wel voor woningbouw. Dat zou een betere oplossing zijn dan bouwen in de Bronsgeest op prima bollengrond. Ook hebben we langs de Duinweg laten zien waartoe verrommeling kan leiden. Wij zouden graag met de gemeentes in gesprek willen over een vorm van ruilverkaveling, waardoor er grotere aaneengesloten percelen ontstaan. Ons bedrijf heeft nu 49 teeltlocaties. Dat kost zoveel tijd en energie alleen al aan transport. En voor een loonwerker zijn grote percelen ook aantrekkelijk.”

Bedrijven bezocht

Bezocht zijn onder meer de bedrijven van Gebr. Rotteveel in Noordwijk, A.T. Zeestraten in Hillegom en Kallaland in Voorhout. Bij Gebr. Rotteveel kreeg de delegatie informatie over de teelt van vaste planten, waar dit bedrijf in is gespecialiseerd. In totaal gaat het om meer dan vijfhonderd verschillende soorten. Bij A.T. Zeestraten is sprake van een gemengd bedrijf met veehouderij en bloembollen en sinds enkele jaren een landgoedwinkel. “De stikstofplannen van de overheid voor hun veehouderij baart hen heel veel zorgen. Ook werd hier verteld dat er al lang een aanvraag voor nieuwbouw loopt.”

Met voldoening terugkijken

Bij Kallaland werd uitgelegd hoe de knollen- en bloementeelt van Zantedeschia verloopt. Op die locatie gaf algemeen voorzitter Jaap Bond een toelichting op alle ontwikkelingen rond de beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen.
Pennings kijkt met voldoening terug op deze excursie. “We hebben ons als agrarische sector gepresenteerd en duidelijk kunnen maken hoe belangrijk de Bloembollenstreek als gebied is en wat er voor nodig is om dat te behouden. Volgend jaar willen we dit ook gaan doen na de verkiezingen voor de Provinciale Staten.”

Bezoek-Koninklijk-Paar-Greenport-Duin-en-Bollenstreek

Terugblik streekbezoek Koninklijk Paar

Het Koninklijk Paar maakte kennis met bedrijven en verenigingen en voerden gesprekken over bestuur, de gemeenschap, bollenteelt, toerisme en space. Koning Willem-Alexander gaf na afloop aan onder de indruk te zijn van alle ontwikkelingen in het gebied en de diverse sectoren:

“Het is een mooie streek, en zeer divers. We hebben vandaag mooie plannen gehoord en het is goed om werk te maken van de uitvoering. Ik zie daarnaar uit en ik hoor dat ook graag terug via de Commissaris van de Koning.”

Fotoboek

Bekijk hier de volledige terugblik.

narcis-onder-led-pps-fundamentele-systeemsprong-wur-greenport

GreenportLIVE: Update PPS Fundamentele Systeemsprong

Avond voor de sector

We zijn op de helft van de project PPS Fundamentele Systeemsprong en hebben nog ca. twee jaar te gaan. Tijd om de sector te laten zien waar we mee bezig zijn. Het project wordt uitgevoerd met tulp, calla (Zantedeschia), amaryllis (Hippeastrum) en narcis. Er wordt nauw samengewerkt met het Vitale Lelie-project van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en het door de provincie Zuid-Holland en EU gefinancierde project POP3 Vitale Hyacint. Op dinsdag 4 oktober gaan we per gewas de ontwikkelingen langs en is er ruimte voor discussie over de verschillende aspecten die van belang zijn voor deze systeemsprong, zoals de economische kant, teelttechnische uitdagingen, schoon uitgangsmateriaal etc.

Eerste resultaten

Uit de eerste resultaten blijkt dat er door de technologie die voor deze systeemsprong gebruikt wordt, nieuwe mogelijkheden komen om te sturen op de teelt. Hiermee kunnen we de teelt versnellen en optimaliseren. Dit is ook nodig om de duurdere teeltmethode te kunnen bekostigen (starten met weefselkweek en in de kas telen). Om de mogelijkheden van de technologie in het nieuwe teeltsysteem nog beter te kunnen benutten, is meer kennis van de bloembollenfysiologie nodig. Hoe kunnen we bijvoorbeeld de fotosynthese stimuleren om meer suikers aan te maken? Hoe kunnen we de stroom van die suikers naar de verschillende plantorganen (hoofdbol, dochterbolletjes en bloem) beïnvloeden zodat we optimaal kunnen sturen op bijvoorbeeld bolgroei, vermeerdering en bloemproductie? Hoe kunnen we het afsterven van het blad beheersen zodat een plant langer fotosynthetisch actief blijft? Kunnen we andere, betere vormen van vermeerdering vinden, waardoor we efficiënter aan schoon en vitaal uitgangsmateriaal kunnen komen?

Impact

De verwachte impact is groot: met dit project willen we een ommezwaai realiseren binnen de bollenteelt van een cyclische teelt naar een éénrichtingsysteem waarbij we schoon beginnen en de bollen schoon blijven. Ook wordt het aantal benodigde teeltcycli beperkt; de teeltduur kan naar verwachting worden gehalveerd. Hierdoor wordt ook het aantal keren oogsten, verwerken en bewaren verminderd; handelingen die het risico op aantasting door ziekten en plagen sterk vergroten. Als positief gevolg kan het middelengebruik fors dalen én de bodembelasting naar beneden. Naast de verlaging van chemische middelen is door een meer precieze teelt ook waterbesparing en minder gebruik van bemesting een winstpunt. In vergelijking met de gangbare teelt zijn de geproduceerde bollen gezonder, beter van kwaliteit, bevatten ze nauwelijks nog residuen en hebben ze een minimale water-, carbon- en middelen-footprint.

Aanmelden en programma

Aanmelden voor deze avond kan via deze link. Bekijk hier het volledige programma.
Heb je vragen over deze avond of het project? Neem dan contact op met Barry Looman: barry.looman@wur.nl.

Achtergrondinformatie

De problemen in de bloembollen zijn groot; vanuit de maatschappij wordt de druk om minder gewasbeschermings­middelen te gebruiken steeds groter en er is ook een roep om minder residu op de bollen. Aan de andere kant zien we steeds strengere kwaliteitseisen bij de export van de bollen en komen er ook steeds minder middelen beschikbaar. Om deze cirkel te doorbreken is een radicaal andere manier van telen nodig: een ‘systeemsprong’. In de huidige teeltsystemen worden ziekten en plagen telkens meegenomen in de vervolgteelt, omdat een deel van de oogst weer als uitgangsmateriaal voor de volgende teelt wordt gebruikt (‘cyclisch telen’). Bij de systeemsprong beginnen we met schoon uitgangsmateriaal, gaan dit versneld opkweken onder beschermde en optimale omstandigheden in kassen en tot slot telen we het buiten nog een jaar af tot een leverbare bol (éénrichtingsysteem).

[1] www.vitaleteelt.nl
[2] https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2019/04/16/toekomstvisie-gewasbescherming-2030-naar-weerbare-planten-en-teeltsystemen/19074533+bijlage.pdf

Internationale-medewerkers-aan-het-woord-leidsch-dagblad-greenport

Serie artikelen Leidsch Dagblad over internationale medewerkers (6): toekomst in NL

Arbeidsmigranten die zich definitief in Nederland vestigen, openen ook vaak zelf een bedrijf. Veel Oost-Europeanen gaan als zzp’er aan de slag in de bouw, als nagelstyliste, schoonheidsspecialiste of kapper. Anderen beginnen een winkel of een restaurant. Een rondje door het dorpscentrum van Noordwijkerhout laat zien dat een flink aantal bedrijfs- en winkelpanden door Oost-Europese ondernemers worden bezet.

Aan het Marktplein én aan de Dorpsstraat in Noordwijkerhout zijn twee Poolse supermarkten. In de overvolle schappen staan voor een belangrijk deel dezelfde producten als in de Nederlandse supermarkten. Soep van Knorr, chips van Lays maar dan wel met Poolse namen.

„Handig, want nu weet je tenminste wat je koopt”, verklaart een van klanten haar voorkeur voor de Poolse supermarkt. Ook voor Johanna, die twee jaar in Nederland woont maar geen Nederlands spreekt, is het prettig dat ze weet wat ze koopt. „Ik kom hier om eten voor mijn kind van anderhalf te kopen. Dan neem ik gelijk wat andere dingen mee” , meldt ze terwijl ze met een plastic zak vol boodschappen naar buiten komt. Ze heeft woensdagochtend tijd, want ze werkt op Schiphol en dus op onregelmatige tijden.

Behalve de Poolse ingrediëntenlijst zijn de supermarkten populair omdat ze Poolse specialiteiten verkopen. De Poolse augurken in een pot bijvoorbeeld zijn minder zuur dan de Nederlandse. En de Poolse vleeswaren maar ook de Poolse taart en het snoep hebben een andere smaak. „We hebben weleens wat voorgezet aan onze Nederlandse buren, maar die vonden het niet lekker. Bonbons met pruim. Blijkbaar is het een typisch Poolse smaak”, vertelt één van de klanten.

Andere kruiden

Krystyna van Overloop (60) is de eigenaresse van de supermarkt op het Marktplein. Toen ze 29 jaar geleden naar Nederland verhuisde om op de kinderen van vrienden te passen, had ze nooit gedacht dat ze ooit een supermarkt zou runnen. „Vrienden van mijn zoon tipten mij over Noordwijkerhout. In 2013 heb ik het pand aan het Marktplein gehuurd. Ik heb mijzelf ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en een paar maanden later ben ik gewoon begonnen met de verkoop van producten uit Polen. En het gaat goed want ik heb geen klagen, ondanks dat ik nu concurrentie heb in het dorp.”

Inmiddels heeft ze acht mensen in dienst. Ze schat dat 90 procent van haar klanten de Poolse nationaliteit hebben. „Waarom ze hier komen? In Polen gebruiken we andere kruiden dan in Nederland. Het is gewoon een andere smaak.” Dat Nederlanders de winkel niet vaak bezoeken, wijt ze aan het taalprobleem. „Veel personeel praat geen of weinig Nederlands. Als je dan de etiketten niet kunt lezen, is het lastig want je kunt geen vraag stellen.”

Kapper

Behalve supermarkten heeft Noordwijkerhout ook een Poolse kapperszaak. Daar wordt woensdagochtend een jongetje geknipt terwijl zijn vader toekijkt. „Ik ben niet Pools hoor. Ik woon pas een jaar in Noordwijkerhout en heb een paar kappers geprobeerd. Van mijn vriendin moet ik naar deze kapper dus dat doe ik”, meldt hij vrolijk terwijl hij zijn zoontje probeert recht op de stoel te houden.

Verderop aan de Havenstraat zit nog een winkel in voedingssupplementen. Hier wordt in het Pools aangegeven wanneer de winkel open is. In de ochtend is de zaak gesloten en kun je alleen door de winkelruit naar de grote potten met supplementen turen. „Sportscholen zijn ook populair bij arbeidsmigranten. Dus deze voedingssupplementen ook”, meldt een voorbijganger uit Polen.

Bedrijventerrein

Ook buiten het dorpscentrum vind je Oost-Europese ondernemingen. Op de Gieterij rijdt vrijdagavond net een Poolse vrachtwagen langs, op weg naar een Poolse supermarkt. Achter de gesloten deuren van het bedrijf Abakus Mrozonri bevinden zich grote vrieskasten waar Poolse diepgevroren specialiteiten liggen.

Eigenaar Krzusztof Reiza heeft sinds 2,5 jaar een bedrijf in Nederland. Hij woont in Amsterdam. Recent heeft hij een controle gehad van de politie en de gemeente om te kijken of het pand geen illegale huisvesting biedt. Hij loopt naar de kantoorruimten en wijst naar de met karton geblindeerde openstaande ramen. „Als ik dat niet doe, wordt het hier veel te heet. Maar je ziet het, geen bedden. Wij zijn gewoon een groothandel.”

Even verderop op het bedrijventerrein ligt het pand van 44-jarige Michal Urbaniak. Hij runt een distilleerderij en heeft een slagerij. Daar maakt hij volgens Poolse recepten worst en sterke drank. „In de tijd van het communisme hadden Polen wel geld, maar waren de winkels leeg. Iedereen leerde om zelf producten te maken. Mijn recepten komen van mijn grootouders. Voor de Poolse klanten is het de smaak van thuis.”

U Górala

Samen met zijn 47-jarige vrouw Honorata Celey verkoopt hij Poolse wodka en wijn in het restaurant U Górala op de hoek van de Leidsevaart en de ’s-Gravendamseweg. Van woensdag tot en met zondag kookt Honorata in haar eentje voor de soms wel 250 gasten. „Polen zijn gewend om in de middag, na de kerkdienst, te eten. Nederlanders komen pas na zes uur ’s avonds. Op zondag is het hier de hele dag vol”, vertelt ze. „De schnitzel en de aardappelpannenkoek met goulash zijn favoriet bij Polen én Nederlanders”, vertelt ze.

Het stel, dat begon met een afhaalrestaurant in Noordwijkerhout, heeft recent een kroeg geopend. „Aangekleed met allemaal Poolse artikelen”, vertelt Michal terwijl hij een rondleiding geeft langs de motoren, de auto’s, een kinderwagen, de oude radio’s en televisietoestellen, de telefoons maar ook de talloze reclamebordjes die hij op markten in Polen heeft gevonden. „En we hebben nog meer plannen zoals een terras langs het water, maar dat moet wel mogen van de gemeente. Dat is iets waar we wel aan moeten wennen. Het is in Nederland niet altijd duidelijk wat wel en niet mag.”

De bedrijvigheid van arbeidsmigranten in Noordwijkerhout is geen uitzondering. Ook in de andere bollendorpen vind je soortgelijke ondernemingen van Oost-Europese, veelal Poolse, ondernemers. Zo telt Lisse drie Poolse supermarkten vlak bij elkaar, Hillegom twee, Noordwijk, Katwijk en Sassenheim één.

Onderzoek

Dit verhaal is het zesde en laatste deel van een serie over arbeidsmigranten in de Bollenstreek. Deze serie is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de Kwaliteitsimpuls Zuid-Hollandse Journalistiek van de provincie Zuid-Holland.

Cijfers

Arbeidsmigranten komen vaak voor een korte periode naar Nederland. Soms eenmalig, soms meerdere keren maar er is ook een fikse groep arbeidsmigranten die zich definitief vestigt in Nederland. Uit de cijfers van het onderzoeksrapport van Decisio blijkt dat veel arbeidsmigranten, al dan niet gehuwd, met een partner in de Duin- en Bollenstreek wonen. Meer dan een kwart heeft kinderen waarvan bijna de helft (46 procent) tussen de 4 en de 12 jaar is. In totaal ging het in 2019 om 1.445 kinderen in de Duin- en Bollenstreek.

Bron: Leidsch Dagblad