Vervolgens kwam Visser in contact met Wolf Mooij, de huidige projectleider van het proefveld. Visser: “Voor mij is het lastig om naast mijn andere werkzaamheden, voldoende aandacht te geven aan het biologisch proefveld. Wolf had wel tijd, maar geen verstand van bollen telen. Wat dat betreft kan hij altijd een beroep doen op mij en de andere vier telers die bij het project betrokken zijn.”
Biologische plantversterkers
Visser was benieuwd naar de mogelijkheden van biologische bollenteelt. Niet om daarna op grote schaal biologische bloembollen te telen, wel om te leren of er manieren zijn om de gangbare teelt de verduurzamen. Sommige dingen gaan goed. Maar wat het ene jaar goed gaat, kan het andere jaar voor problemen zorgen. Zo werden in het eerste jaar biologische plantversterkers ingezet om zuur te bestrijden. “Dat werkte best goed, zonder dat we hoefden te schuimen of dopen. Dit jaar werkte dat weer minder.”
Onkruid grootste uitdaging
Het komende jaar wordt gewerkt aan drie doelen. Onkruid mechanisch onder de knie krijgen. De beste mix van plantversterkers bepalen om vuur onder controle te krijgen en onderzoeken of een UV lamp schimmels zoals botrytis kan bestrijden.
Onkruid is de grootste uitdaging in de biologische teelt. Handmatig wieden kost te veel tijd. “Ploegen is slecht voor het bodemleven. Het eerste jaar hadden we voor de start geploegd en vervolgens een laag houtvezel aangebracht. Dat werkte goed. Het tweede jaar niet ploegen, leverde alweer meer onkruid. We gaan nu aan de slag met wiedeg`, zegt Visser.” Het perceel is voorzien van vaste rijpaden, dat heeft een gunstige invloed op het bodemleven.
Kennisplatform Duurzame Bollenstreek
Economische haalbaarheid is belangrijk in het project. “De teelt zelf wordt niet gesubsidieerd. Bij de inzet van middelen kijken we of het rendabel is. Biologisch telen is geen doel op zich”, zegt Visser. Het doel is om er met elkaar van te leren een schonere en natuurinclusievere teelt te ontwikkelen. Dat is de reden dat het Ecologisch Proefveld ondersteund wordt vanuit het project Kennisplatform Duurzame Bollenteelt. Het kennisplatform ontvangt steun vanuit de Europese EIP-samenwerkingsregeling.
Wintervoedselakker voor vogels
Het proefveld bevindt zich op het perceel van WAM Pennings, het bedrijf dat Allan Visser runt met zijn oom Simon Pennings. Het proefveld van 1 ha heeft vier teeltvakken van ieder acht bedden. De vakken zijn gescheiden door bloemenstroken. Een laatste stuk in de vorm van een pizzapunt doet dienst als wintervoedselakker voor vogels. In de vakken groeien tulpen, narcissen, hyacinten en dahlia. WAM Pennings levert de tulpen, JUB Holland is betrokken voor de narcissen, Mts Zeestraten voor hyacint en Weijers Blooming Dalhlia voor Dahlia. Wolf Mooij en Henk Verdegaal coördineren alle werkzaamheden op het veld. De telers worden bijgestaan door twee teeltadviseurs van Agrifirm en Delphy en Anne Marie van Dam voor het bodemadvies.
Alternatief voor kunstmest
Drie tot vier keer per jaar komt de groep bij elkaar. Ze bepalen dan onder andere welke rassen worden gezet en de strategie om bijvoorbeeld vuur te bestrijden. Ook beslissen ze dan of dezelfde partijen worden doorgeteeld of dat er andere cultivars worden geplant. “De vraagstukken die we onderzoeken zijn voor de adviseurs ook een mooie uitdaging”, zegt Allan Visser. “Biologische teelt maakt geen gebruik van kunstmest, en het is best lastig om met organische meststoffen zoals Monterra of met luzernekorrels de stikstofvoorziening goed te krijgen. Maar er zijn meer vragen. Bijvoorbeeld wat we kunnen doen tegen virus of vuur. Chemisch hebben we hier wel oplossingen voor, biologisch nog niet.”
SKAL gecertificeerd
Op het proefveld worden zoveel mogelijk resistente rassen gebruikt. Inmiddels gaat het ecologisch proefveld het derde jaar in. Het veld is SKAL gecertificeerd. Dat betekent dat de bollen die nu worden geplant officieel het bio keurmerk mogen dragen. Hoewel de resultaten in de teelt wisselend zijn, heeft Allan Visser wel ervaren dat de opbrengst een stuk lager is dan in de gangbare teelt. “Maar het is ons niet te doen om de winst. De afgelopen jaren bezochten veel collega’s, maar ook stakeholders zoals de Gedeputeerde van provincie Zuid-Holland, het proefveld. Het is goed om de opgedane kennis over schone en natuurinclusieve teelt te delen.”